Column Sylvia Witteman

Een penibele situatie toen ik het waagde even naakt te gaan zwemmen

In Gelderland, ergens tussen Rossum en Dreumel, liep ik langs de Waal. Het was er stil. De straten hebben daar Bordewijkeske namen als ‘Bato’s erf’, ‘De Kop’ of ‘Oude Oven’. Vooral de laatste was toepasselijk, want het was het warmste uur van de dag.

Ik dacht aan die arme, hoogdrachtige dwergkoe, op de kinderboerderij in het nabijgelegen Wamel. Gelaten staat ze te wachten in die bloedhitte tot haar kalf er eindelijk uit wil. Elke keer dat ik ga kijken lijkt ze nóg dikker. Je kunt het kalf zien woelen in haar buik. Ik heb zelf ook eens bij warm weer met een overdragen zwangerschap gelopen, dus ik voelde met haar mee. Zó erg voelde ik met haar mee, dat het zweet me nog eens dubbel en dwars uitbrak.

Aan mijn linkerzijde lag de rivier verlokkend te blinken. Een badpak had ik niet bij me, maar welbeschouwd is het absurd om bij het baden iets aan te hebben, en bovendien was er niemand. Ik trok mijn kleren uit, bond met mijn onderbroek mijn haar op, en ging te water.

De rivier stond laag, dus ik moest een heel eind waden vóór ik een beetje diepte maakte. Maar toen was het ook zover: gewichtsloos dobberde ik in het heerlijk koele water. Zuchtend onderging ik iets dat verdacht dicht in de buurt kwam van geluk.

Maar ja, hoe gaan die dingen? Na een tijdje wou ik er ook weer eens úít. Juist toen ik halverwege dat lange eind waden was, en nog slechts tot mijn knieën in de Waal stond, kwam er een herdershond de oever opgerend. Zonder aarzelen sprong hij in het water en zwom naar me toe.

‘Gypsy!’, hoorde ik een mannenstem roepen. ‘Gypsy, hierrr!’ Maar Gypsy luisterde niet. Hij stak enthousiast snuivend zijn neus in mijn kruis. Daar viel niets te ruiken, want ik had net gezwommen. Maar ja, leg dat maar eens uit aan een hond. En kijk eens aan, daar verscheen ook Gypsy’s baasje al van achter een struik, een dikke jongeman in een pauwblauw poloshirt en een geruite korte broek. ‘Gypsy...’ riep hij nog eens. Toen viel hij stil. Nou ja, dat moet ook een gek gezicht zijn, je hond met zijn snuit in het kruis van een naakte vrouw met een onderbroek in d’r haar.

‘Hallo’, zei ik op goed geluk. ‘Goeiemiddag’, sprak de man onthutst. ‘Hier, Gypsy!’ Maar Gypsy verdomde het. Met die snuivende hond in mijn kielzog moest ik dat hele eind naar de oever waden, terwijl die man stond te wachten, nadrukkelijk met zijn rug naar me toe.

Om mezelf te troosten dacht ik maar aan die arme, drachtige koe. Die had het moeilijker dan ik.

Een beetje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.