COLUMNPeter Buwalda

Een Oxford don in het verkeerde lichaam; had ik hem maar gekend

Ik heb veel vrienden gemaakt in quarantaine. Of zijn dealers geen vrienden?

Die van mij wel. Nee, ik heb het niet over verdovende middelen, daar doe ik niet aan, waarin overigens ene Sperma Rob handelde toen ik een tijdje in bepaalde kringen verkeerde, een bijnaam waarvan ik me destijds meteen afvroeg wat hij er zelf van vond. Heel vleiend klinkt het niet, en bovendien wordt zoiets al snel ‘Sperma’, leek me. ‘Wie belt Sperma?’, en dan hebben ze het toch over jou, terwijl er boven in een doos zwemdiploma’s liggen waarop je nog keurig Robert-Jan Kemperman wordt ­genoemd, ik verzin maar iets.

Afijn, de heren over wie ik het heb heten anders, ze heten Bagstock, Edje, Boekhoven, Peter Ploegstra en Jeffrey van Boek10 – alsof dat zo normaal klinkt. Het zijn boekhandelaren, goed geraden, en de afgelopen weken heb ik bij ze aan de trog gehangen, mag je wel zeggen, dozen vol Engelse literatuur heb ik bij ze besteld, honderden boeken, soms doe ik ­mijzelf denken aan de Europese Centrale Bank, ook ik pomp onvoorstelbare hoeveelheden kapitaal de markt in, de schulden lopen genadeloos op – wie moet dat straks allemaal gaan lezen?

Ik heb er nu zes uit, van de driehonderdenzoveel. Echt rust geeft het nog niet, mijn verslaving. De oorzaak is de Engelse app Memrise die ik iedere ochtend een half uurtje doe, woordjes stampen – volgens het RIVM zitten we op 1.396, maar dat zijn ­alleen de geteste exemplaren, zeg ik er meteen bij. En omdat het dus werkt, inmiddels lukt het heel behoorlijk Eliot en Hardy te lezen zonder ook maar een beetje te gokken of het stortregent in Londen, dan wel miezert, of een koets fonkelnieuw is dan wel klaar voor de sloop, of het überhaupt wel een koets is, en geen trekschuit, neus ik soms op boekwinkeltjes.nl naar een Engelse klassieker, een bezigheid die inmiddels uit de hand is gelopen.

Altijd.

Gisteren om half twee ’s nachts: ‘Kom je zo? ­Anders ga ik alvast slapen.’

‘Ja… kom eraan… Kut Edje!!’

‘Stop dan gewoon!’

‘Kan… ik… niet…’

Edje is dhr. Eduard Castricum (de naam is verzonnen, de onderhandelingen lopen nog, bovendien is het een gentleman, hartje-Ed, ik hou van je, stay safe) – en hij verhandelt de voortreffelijke collectie Penguins van wijlen zijn broer, duizenden van de watertandelijkste pockets zijn het, serieus, vaak uit de jaren zeventig, maar gaaf als mammoetjes uit een gletsjer. Edje verpakt de schatjes in dun crepe­papier met een zedig plakbandje en vertelt me soms iets meer over zijn broer, een Oxford don in het verkeerde lichaam lijkt me, had ik hem maar ­gekend.

Op wie ik ook gesteld ben is Bagstock, een Dickenspersonage waarachter een echtpaar schuilgaat dat eerst dacht dat ik een oplichter was, omdat ik honderd boeken ineens wilde kopen. Ze waren steeds op vakantie, of de sleutel van het magazijn kwijt, er was iemand verhuisd, etc. – tot ik een mailtje kreeg dat ‘open kaart’ heette. Erin stond dat ze een half jaar geleden ‘op grote schaal’ bedrogen waren.

Maar je hebt ook proleten hoor, die in Henry James doen. Boekhoven bijvoorbeeld, die in werkelijkheid Broekhoven heet, maar ik vraag me af of het een leuke woordspeling is of een ordinaire tikfout. ‘Ruikt beperkt naar sigaren’, antwoordde hij op mijn vraag over The Portable Joseph Conrad, en toen ik hem om een fotootje vroeg, zei hij ‘je weet toch wel hoe een sigaar ruikt, take it or leave it!’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden