ColumnSylvia Witteman

Een op de zes Amsterdammers is analfabeet. Daar kan ik ook nog wel bij

Het was half 11 in de ochtend en zeer warm, ik was al uren van hot naar her aan het fietsen in de stad, en ik had nog niet ontbeten. Daar passeerde ik (noem het alledaagse serendipiteit) zo’n rood-geel filiaal van het Amerikaanse cultuurimperialisme, negen letters, beginnend met een M. Je kunt er best lekker ontbijten, met prima koffie, heerlijk huiverend in de koele omhelzing van de airconditioning.

Naar binnen. Ik botste nog net niet tegen een meisje in bedrijfsuniform, armen over de royale borst gevouwen, dat mij van achter haar mondmasker met grote bruine ogen streng aankeek. O ja, de ‘maatregelen’. Die waren laatst, toen ik hier langs was gegaan voor een ijsje, nogal een farce gebleken. Een engelachtig, 16-jarig Maghrebijntje, zoete krulletjes boven de messcherpe opscheer, had me verlegen begroet, en me toegevoegd dat hij ‘van de gemeente een paar vragen moest stellen’, gevolgd door het gematigd inquisitoir: ‘Heeft u hoesten? Nee hè?’

‘Nee hoor!’, had ik geantwoord, een moederlijk ‘lieverd’ nog nét binnenhoudend, en dat was dat. Maar nu, een virusweek later, kwam ik voor heter vuren te staan. ‘Handen’, sprak de gemaskerde vrouw. Ze knikte in de richting van een ontsmettend pompje. Braaf besproeide ik mijn handen, die er nog kleveriger van werden dan ze toch al waren.

‘Pols! Pols!’, hernam de vrouw berispend toen ik verder wilde klossen. Bevreemd hield ik mijn pols voor een apparaat. Een piepje, en daar verscheen het getal 36.3. Mooi zo, geen koorts.

Na al deze gehoorzaamheid deed ik mijn bestelling op het (van vele vette vingerafdrukken voorziene) scherm en wilde al in de vrijwel lege eetzaal aan een tafeltje gaan zitten toen de fastfood-Cerberus mij opnieuw tegen hield. ‘Hier’ wees ze. Zodra ik zat legde ze een iPad voor mijn neus en sommeerde: ‘Invullen. Naam, mail, telefoon’.

Nu werd het heikel. Ik had geen bril bij me. Ik kan zonder leesbril niet eens meer kóken, laat staan iets invullen. Zou ik maar weer opstappen? Maar ik zat daar zo lekker koel, en ik had honger. Zou ik haar uitleggen dat ik niet kon lezen? Een op de zes Amsterdammers is analfabeet, las ik laatst. Daar kon ik ook nog wel bij.

Inmiddels was er, achter haar rug, een uiterst morsige man binnengestrompeld, die zich, ongehinderd door enige ‘maatregel’, naar mijn tafeltje begaf. Hij plofte pal naast me neer en ging daar met halfdichte ogen zwaar zitten ademen. Dranklucht. Een lichte pisgeur, ook. En, wat erger was: een lelijk kuchje.

Aan de balie werd juist, deus ex machina, mijn bestelling afgeroepen. Ik heb mijn ontbijt maar buiten opgegeten. In de brandende zon. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden