ColumnSylvia Witteman

Een onvervalste catch 22: m’n mondkapje kwijt, maar zonder mondkapje kon ik geen nieuwe kopen

null Beeld

Allemaal leuk en aardig, die (inmiddels jammerlijk voorbije) winterse dagen, maar er zaten toch ook nadelen aan. Zo is huisgenoot P. bij het schaatsen lelijk op zijn knie gevallen, zodat ik hem nu moet helpen bij het aantrekken van zijn rechtersok, rechterbroekspijp en rechterschoen. Ik doe het graag, en zing er zelfs bij (‘We were all wounded at Wounded Knee’), maar voor hem is het vervelend.

Een ander probleem: de combinatie van wanten en mondkapjes. Ik had twee mondkapjes, in elke jaszak één. Tevens heb ik twee dikke wanten, die ik telkens in en uit die jaszak frommel. Het kapje uit mijn linkerzak zag vrijdag zijn kans schoon en ontsnapte uit mijn jaszak, de vergetelheid tegemoet van een beijzelde fietsenstalling/portiek/door honden bepiste goot.

Nou ja, ik had er nog één over. Op zaterdag ging ik opnieuw met goede moed op stap. Op de markt was er nog niks aan de hand, want daar mag je met een naakt gezicht rondlopen, maar bij de wijnboer sloeg het noodlot toe. Mijn laatste mondkapje bleek verdwenen. Wat nu? Snel nieuwe kopen, ja. Maar zonder kapje mag je geen winkel in. Er was dus sprake van een onvervalste catch 22.

Ik had er al meermaals van gedroomd. U kent die dromen wel. Je bevindt je in een klaslokaal, of een tram, of een winkel, en tot je grote schrik blijk je opeens naakt te zijn. Alleen droom ik de laatste tijd niet meer dat ik naakt ben, maar dat ik geen mondkapje op heb. De paniek en schaamte in die dromen zijn precies hetzelfde als bij de dromen van volledige naaktheid.

Daar stond ik dan, mondkaploos voor de ingang van de wijnboer. Ik was een kwartier fietsen van huis. De wijnboer verkoopt geen mondkapjes. De drogist ernaast wél. Wat te doen? Ik trok een deel van mijn trui uit de kraag van mijn jas tevoorschijn en schoof dat over mijn neus en mond. Dat ging niet zonder slag of stoot, want die trui was niet erg rekbaar. Ik moest mijn hoofd gebogen houden om de constructie in stand te houden.

Zo schoof ik, krom als de bultenaar van de Notre-Dame, de drogist binnen. Daar liep ik prompt tegen een mevrouw op. Een mevrouw die mij zó geschokt aankeek dat ik ‘sorry, sorry’ stamelend rechtsomkeert maakte, de straat op.

Daar lag een wildvreemd mondkapje aan de stoeprand. Zwart katoen.

Nou, u raadt het al. Ik zeg verder niks meer. Maar als ik binnenkort, behalve corona, ook mond- en klauwzeer, schurft, framboesia en het genabbi blijk te hebben opgelopen, wil ik dit graag gezegd hebben: het is allemaal Ruttes schuld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden