Essay

Een offline leven past veel beter bij de mensensoort

null Beeld Mathieu Persan
Beeld Mathieu Persan

Die handige smartphone verstoort onze intiemste relaties. De impact van kunstmatige intelligentie op ons existentiële verlangen naar verbondenheid zal nog groter zijn. Het kan lastiger worden de zin van ons bestaan te ervaren, denken psychiater Witte Hoogendijk en Volkskrant-redacteur Fokke Obbema.

Fokke Obbema en Witte Hoogendijk

Handelingen die tot voor kort ondenkbaar waren, doen we sinds dit jaar eigenlijk zonder nadenken: voor toegang tot een bioscoop of café tonen we onze smartphone met QR-code. Toen wij jong waren, in de jaren zeventig, hadden we die technologie onmogelijk kunnen verzinnen; pas met de cd en de pc in de jaren tachtig raakte de digitale wereld ons leven. Twintig jaar later, aan het begin van deze eeuw, schoot onze fantasie ook nog tekort voor de smartphone, die inmiddels is vergroeid met onze hand en onze geest. Een paar jaar geleden konden we ons niet voorstellen dat we ons door zelflerende algoritmes zouden laten adviseren over onze filmkeuze. Inmiddels ervaren we dit als normaal.

Het laat de sluipende, maar exponentiële groei van de aanwezigheid van technologie in ons leven zien – een ontwikkeling zonder weerga in de honderdduizenden jaren omvattende geschiedenis van homo sapiens. In deze eeuw is de mens gekluisterd geraakt aan zijn beeldschermen, de smartphone voorop. Onze dagelijkse schermtijd meten we in een groeiend aantal uren. Antwoorden op de kritische vraag wat we hiervoor opgeven, sneeuwen onder door de aantrekkingskracht van de digitale wereld.

Het is de hoogste tijd wel bij die vraag stil te staan, nu aan de digitale wereld van onze beeldschermen nog een revolutionaire dimensie wordt toegevoegd in de gedaante van kunstmatige intelligentie. Die vorm van intelligentie, potentieel superieur aan die van ons, gaat ons leven vrijwel zeker nog dieper beïnvloeden dan de smartphone. Het is zaak ons daarvan rekenschap te geven en de vraag te stellen: hoe beïnvloedt de digitale wereld, met smartphone en superintelligentie, ons vermogen zin in het bestaan te ervaren?

Overleven en voortplanten

Op de zingevingsvraag geeft de mens pas sinds kort uitgebreid antwoord. Veruit de meeste tijd van de honderdduizenden jaren die de homo sapiens op aarde rondloopt, draaide het antwoord om niets anders dan overleven en zich voortplanten. Ons vermogen complexere antwoorden te bedenken, werd gestimuleerd door de agrarische revolutie (twaalfduizend jaar geleden) en de verfijning van het schrift (vijfduizend jaar geleden). Die leerden de mens respectievelijk in grotere groepen te leven en verhalen vast te leggen. Dat laatste stelde hem in staat andere vormen van zingeving aan volgende generaties over te dragen, bijvoorbeeld in religieuze verhalen.

Nieuwe vormen van zingeving kwamen op ten tijde van de industriële revolutie (circa 250 jaar geleden), toen de machine zich superieur toonde aan de fysieke, menselijke maat. Het geloof in de broederschap van alle arbeiders werd ertegenover geplaatst; ideologieën als communisme en socialisme begonnen op zingevingsvlak te concurreren met religies – in 1882 werd God door Nietzsche zelfs doodverklaard. Die ideologieën hielden dat een tijd vol, maar verloren ook weer hun aantrekkingskracht.

Inmiddels leven we in een tijd waarin mensen door de afgenomen kracht van de ‘grote verhalen’ van religie en ideologie vooral op zichzelf zijn aangewezen om zin aan hun leven toe te kennen. Het verlangen om die te willen ervaren zit diep – dagelijks hopen we zinvol bezig te zijn. Vraag mensen naar de zin van hun bestaan en de antwoorden variëren, maar vrijwel altijd is er één gemeenschappelijk element, ongeacht of de spreker gelovig of atheïstisch is, man of vrouw, jong of oud: een hoofdrol is weggelegd voor ‘de ander’ of ‘anderen’, of voor de maatschappij. Vrijwel iedereen hamert op dit aambeeld van verbondenheid – het sociale dier dat de mens is, wil zich deelgenoot voelen van ‘een groter geheel’, of dat nu zijn directe omgeving, de natuur of het universum is.

Met dit existentiële verlangen staat het digitale domein op gespannen voet. In kwantitatieve zin heeft internet de belofte van grotere verbondenheid met anderen ingelost – ons bereik is verveelvoudigd. Maar kwalitatief is het een ander verhaal. De smartphone verstoort het contact met onze directe omgeving – appjes, sociale media en het even opzoeken van informatie krijgen geregeld de voorkeur. Hoe goed een gesprek ook verloopt, de kans is groot dat een van de aanwezigen, verslaafd aan zijn dopamineshotje bij het checken van berichten, met zijn aandacht elders is. De smartphone met zijn apps, gericht op maximale scherm- en reclametijd, trekt ons telkens weg van waar en met wie we zijn.

Contact met naasten raakt ook verstoord door gevoelige kwesties per app uit te spreken, wat bij de ontvanger doorgaans harder aankomt dan de verzender bedoelde. Dat kan worden afgedaan als een misser uit tijdgebrek, maar wijst ook op tekortschietende empathie – een tekortkoming die we vooral op sociale media zien, tot scheldpartijen en doodsbedreigingen aan toe. De verruwing van het maatschappelijk debat valt niet los te zien van wat op sociale media geoorloofd is. Ons digitaal verkeren gaat zo ten koste van ons existentiële verlangen naar verbondenheid met anderen.

null Beeld Mathieu Persan
Beeld Mathieu Persan

De impact van het digitale leven wordt duidelijk, wanneer we ‘er even uit stappen’. In Het digitale proletariaat doet filosoof Hans Schnitzler verslag van een detox-experiment door zijn studenten. Uit hun dagboeken blijkt dat deze twintigers zonder schermen de werkelijkheid als ‘authentieker’ en ‘waarachtiger’ ervaren. Ze maken melding van meer creativiteit en zelfvertrouwen en een groter vermogen naar hun innerlijke stem te luisteren. Terugblikkend waarschuwt Schnitzler voor onze transformatie tot half mens, half machine. Hij vergelijkt de mens met ‘een antiek meubelstuk in een hypermodern ingerichte kamer’.

Die typering is een voltreffer, want de mens moet door de digitale wereld navigeren met een verouderd stress-systeem. Dat is niet berekend op de eisen van deze tijd, zoals het dagelijks moeten verwerken van bakken informatie en het vrijwel permanent bereikbaar zijn. Die eisen lijken bij te dragen aan een toename van depressieve klachten en burn-out-verschijnselen. Mensen die daar last van hebben, zien hun relatie tot naasten verstoord en hebben moeite de zin van hun bestaan te ervaren.

Nu kunnen we onszelf wijsmaken dat dit andermans probleem is en we ons heus wel redden in de digitale golven van wachtwoorden, QR-codes en sociale media. Maar dan beseffen we mogelijk onvoldoende hoe ver we de digitale fuik al zijn ingezwommen, getuige ons verkiezen van de digitale wereld boven direct contact. Op voorbeelden van overconsumptie, zoals urenlang tiktokkende kinderen, kunnen we bevreemd reageren, maar dan onderkennen we onvoldoende dat we ook zelf als kikkers in de pan worden opgewarmd.

In een toekomst met superintelligentie wordt het vuurtje daaronder verder opgestookt. Artificial intelligence is een ‘systeemtechnologie die de samenleving fundamenteel zal veranderen’, schreef de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) onlangs. De impact wordt vergeleken met de komst van elektriciteit, met dien verstande dat bij AI nog veel onbekend is. Ook voor deze technologie zal gelden dat hij ten goede én ten slechte kan worden gebruikt. Dus komen er algoritmes die aan sociale rechtvaardigheid bijdragen, terwijl andere maatschappelijk ontwrichten, zoals bij de Belastingdienst (toeslagenaffaire) en Facebook (aanzetten tot haat). Kenmerkend voor nieuwe, zelflerende algoritmes: als gebruiker valt niet te doorgronden hoe keuzes tot stand komen. Dat botst met ons zelfbeeld van autonome wezens met een vrije wil – het idee dat we zelf vorm en zin aan ons leven geven.

We geven onze autonomie op

Superintelligentie ondergraaft onze autonomie. Op de weg hebben we die al opgegeven, want onze navigatie-app is beter dan wij in staat de snelste route te berekenen. Wat nu als dit voor dieper ingrijpende kwesties opgaat, voor levensvragen als: welke opleiding moet ik volgen, welke baan is geschikt, wie moet mijn levenspartner worden? Op termijn is dat wat ons te wachten staat, denken wij: zoals de industriële revolutie met haar superieure machines een einde maakte aan de menselijke maat in fysieke zin, zo gaat kunstmatige intelligentie, als we niet oppassen, de nekslag toebrengen aan de menselijke maat op mentaal vlak. Dat zal vele beroepen raken, maar ook ons vermogen zin aan ons bestaan te geven. Wanneer superintelligentie, dankzij door onszelf ter beschikking gestelde data, onze fundamentele levensvragen beter beantwoordt, wat staat de mens dan nog te doen?

Historicus Yuval Noah Harari ziet het probleem niet. In zijn ogen heeft de mensheid afdoende bewezen niet de juiste beslissingen te kunnen nemen. Laat die over aan superintelligentie, dan kan de mens zich toeleggen op het ervaren van het leven zelf, stelt hij. Bijval krijgt hij van de Amerikaanse hoogleraar bio-ethiek Jodi Halpern, die de hoop uitspreekt dat artsen en andere professionals hun empathische kant ontwikkelen, wanneer ze in vakkennis worden overvleugeld. De Britse schrijverJeanette Winterson toont zich in haar boek Twaalf Bytes al even enthousiast: superintelligentie gaat de mens een hoognodige les in bescheidenheid leren.

Bezien vanuit het verlangen ons bestaan zelf zin en vorm te geven, valt er bij dit optimisme wel een kanttekening te plaatsen. Want superintelligentie reduceert ons gevoel van autonomie bij het maken van keuzes, waardoor het moeilijker wordt de zin van ons bestaan te ervaren. Toch zal de verleiding sterk zijn om het als levensgids te aanvaarden. De mens moet zich zien te redden in een prestatiemaatschappij waarvan het tempo en de complexiteit toenemen. Hogere machten, religieus of ideologisch, bieden nauwelijks nog houvast. Onder die omstandigheden is een gevoel van onmacht tegenover levensvragen begrijpelijk – de worsteling van de jongere generatie met keuzestress is tekenend. Zeker wanneer anderen zeggen er baat bij te hebben, wordt het lastig superintelligentie als nieuwe god af te wijzen.

Gevolgen verbondenheid met familie

Krijgt die daadwerkelijk de hoofdrol in ons bestaan, dan heeft dat onvermijdelijk gevolgen voor onze verbondenheid met familie en vrienden. Op het vlak van fundamentele levensvragen zullen we hen minder serieus nemen, als we menen voor de antwoorden beter elders terecht te kunnen. Onze intiemste relaties worden dus verstoord, zoals we dat ook al zagen bij alle afleiding door de smartphone. Ook ons zelfbeeld komt in het gedrang – als afhankelijke, om niet te zeggen ondergeschikte wezens wordt het lastiger het eigen bestaan als zinvol te ervaren.

Het is een toekomstbeeld dat futuristisch mag overkomen, maar we zetten nu al stappen in die richting. Zie de bereidheid ons te laten beïnvloeden op basis van ondoorgrondelijke algoritmes bij de keuze van films (streamingdiensten) of partners (datingapps). We kunnen dat bagatelliseren, maar feit is dat de overgave aan superintelligentie daarmee al is begonnen.

We moeten ons daarom bewust zijn van alle manieren waarop we speelbal van onze beeldschermen dreigen te worden. Dat zou gepaard moeten gaan met het besef hoe waardevol ons offline leven is. Niet omdat dat altijd leuk is, want dat is het vaak niet, maar omdat het beter bij ons als soort past. Directe, sociale contacten waren ooit primair voor overleven bedoeld, tegenwoordig helpen ze ons bij het ervaren van zin in het bestaan. Vandaar dat ze onze hoogste prioriteit verdienen, nu de opmars van het digitale onstuitbaar doorzet. Dat is iets om in gedachten te houden, telkens wanneer we tijdens de komende feestdagen worden verleid tot digitaal ontsnappen aan onze naasten.

Witte Hoogendijk, hoogleraar en hoofd Psychiatrie Erasmus MC, coauteur van ‘Van Big Bang tot burn-out’ en ‘Leef als een beest’

Fokke Obbema, Volkskrant-redacteur zingeving en auteur van ‘De zin van het leven’ en ‘Een zinvol leven’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden