ColumnStephan Sanders

Een naam is niet je ‘identiteit’, het is wat je overkomt als je even niet oplet

Wij zijn niet zwanger, ik sta niet op het punt een kind te krijgen; vroeger zeiden alleen vrouwen zoiets, maar tegenwoordig hoor je het ook van mannen, en ik denk: veel praats voor weinig werk.

Maar goed, een kind komt in principe van een man en een vrouw, twee mensen, twee achternamen, en dus hoorde ik gelaten het achtuurjournaal aan van twee dagen geleden. Het ging om een voorstel tot wetswijziging, zodat kinderen de achternamen van zowel de moeder als de vader kunnen krijgen. Initiatiefnemer om deze kwestie, die al weer een tijdje in de parlementaire ijskast ligt te bevriezen, nieuw leven in te blazen was ene Laura Kraak, die echt zwanger is, met een vriend bij de hand. Zij vindt het een ‘ultiem gebaar’ om een kind, afkomstig van twee ouders, dan ook naar die twee ouders te vernoemen en beide achternamen te gebruiken. 

Ik hoorde het, ik dacht er even over, en betrapte mij weer eens op het volkomen ontbreken van een uitgesproken mening. De voice-over van het Journaal, de Disney-stem van Peer Ulijn, die alles menselijk maakt en te behappen voor de gewoonste man zei dat een dubbele achternaam niet verplicht was, maar een ‘keuzeoptie’ moest zijn.

Nog steeds ontstak er in mij geen brandend vuur. Wel dacht ik aan België, en hoe leuk ik het vind dat de koning daar gewone burgers met bijzondere verdiensten kan verheffen in de adelstand.

Maar ik dwaalde af, want het ging niet over stand en adel, maar over ‘gelijkwaardigheid’, het ultieme Nederlandse sprookje waar geen markiezin in voorkomt.

En net toen ik dacht dat ik me zo’n vriendelijk gelaten houding kon permitteren, riep dezelfde Peer Ulijn met zijn begripvolle, warme stem me bij de les. Hij zei buiten beeld: ‘Is belangrijk voor mensen, achternamen, en wel in het bijzonder voor geadopteerde kinderen. Die krijgen dan de mogelijkheid om hun adoptienaam en hun biologische naam te gebruiken. Je naam als belangrijk onderdeel van je identiteit. Hoe je heet ben jezelf.’

Ik schrok op uit mijn dommel, en dat kwam niet door het begrip ‘identiteit’ want dat heeft onderhand een sederend effect op me, maar door dat ‘adoptiekind’, dat ik zelf in volwassen versie ben.

Nu wil het toeval dat ik een week geleden met mijn biologische tante over zo’n toegevoegde naam heb gesproken. Wat eraan voorafging is een beetje ingewikkeld. Ik werd geboren als Clement Vijftigschild, kindertehuis Halfweg, ik werd zeer jong geadopteerd door de familie Sanders, die mij Stephan noemde. Meer dan dertig jaar heb ik die laatste achternaam zonder probleem gedragen, totdat ik heel kort mijn biologische moeder ontmoette, die van Vijftigschild. Geen onverdeeld succes, voor beide kanten niet. Later kwam ik in contact met haar zuster, uiteraard ook een Vijftigschild, die alle aardigheid die bio-moeder achterhield voor mij bewaard had.

Zelf was tante Vijftigschild weer met een man getrouwd, waardoor haar kinderen haar achternaam niet meer droegen, en het leek mij een mooi gebaar om ter harer ere aan mijn naam Sanders die van Vijftigschild toe te voegen.

Moeder en vader Sanders waren inmiddels dood, anders had ik het niet eens overwogen. Want je bent niet ‘hoe je heet’, je wordt je naam, je leert je ermee te identificeren. Achternamen verwijzen achteruit, naar je voorouders, en zijn dus het tegendeel van een individuele ‘identiteit’, maar juist de weerslag van een genealogische geschiedenis.

En toen kwamen de twijfels. Want ik had geleefd als een Sanders, dat was mijn historie, en op de een of andere manier kon ik me de teleurstelling voorstellen van mijn overleden moeder, die me opvoedde en liefhad, nu ik zomaar een vreemde naam toevoegde aan wat ze toch als haar kind had beschouwd.

Mijn moeder Sanders was heel goed in het tot uitdrukking brengen van ‘teleurstelling’, en er is geen enkele reden aan te nemen dat die gave haar na haar dood heeft verlaten.

En omdat ik nu eenmaal ben wie ik ben geworden, dacht ik meteen aan Friedrich Nietzsche, en zijn ‘amor fati’, zijn liefde voor het lot. Een naam is niet je ‘identiteit’, het is wat je overkomt toen je even niet oplette.

Waar. Maar als je schrijft kan alles op proef. Daarom, deze ene keer:

Stephan Sanders Vijftigschild.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden