column Sylvia Witteman

Een naakte Kees de jongen is nog enger dan een porno-versie van Suske en Wiske

Uitgeverij van Oorschot bestaat 75 jaar en ja hoor, daar staat wijlen de oude Geert met zijn misnoegde kop pontificaal in de voorjaars­catalogus. Hij was, wat men noemt, een illuster man. Hij ramde de boekhandelaars zijn dure dundrukjes nog net niet met geweld door de strot, hij maakte ruzie met beroemde schrijvers, hij probeerde, deels succesvol, zowat alle dichteressen uit zijn fonds te verleiden (Had hij nog geleefd, dan was hij een smakelijke #MeToo-kluif geweest) en hij schreef twee (tot zijn eigen verbazing) succesvolle boeken, onder het pseudoniem R.J. Peskens.

Ik was een jonge tiener toen ik die boeken las, en ik vond ze toen erg goed. De verhalenbundel Twee vorstinnen en een vorst en de ­roman Mijn tante Coleta zijn min of meer verlengstukken van elkaar, en beschrijven onmiskenbaar autobiografisch zijn jeugd in Vlissingen, een arm arbeidersgezin, met een opstandige, onvoorspelbare moeder en een zachtzinnige, verstandige vader. (‘Slechte schrijvers gebruiken veel bijvoeglijke naamwoorden’, zei Geert eens, dus ik buig hierbij nederig het hoofd.)

Die moeder is zo’n ‘ruwe bolster, blanke pit’-type, een driftkop die de huisbaas van de trap gooit als ze de huur niet kan betalen, een half varken steelt bij de slager als ze trek krijgt in ‘wat hartigs’, dagen niet thuiskomt als het kermis is, een leraar in elkaar slaat die haar zoon kleineert, en alle boompjes omzaagt in de tuin van de kolenboer als die haar niet langer op krediet wil leveren.

Haar zoon moet mee. ‘Het handvat van de zaag onder mijn rechteroksel geklemd, de punt vasthoudend met uitgestoken linkerhand, volgde ik haar. (...) Ik was bang, wist niet waar mijn moeder heen ging, wat ze van plan was. Toch had ik tegelijkertijd een gevoel van veiligheid en van trots, dat moeder iets groots, iets gevaarlijks ging ondernemen.’

Van Oorschot schrijft het allemaal helder op, zonder enige poespas, al heeft hij de merkwaardige gewoonte om de lezer af en toe persoonlijk toe te spreken: ‘Heb je wel eens gehoord hoe sommige mensen het woord ‘centjes’ uitspreken? Heb je het geluid wel eens gehoord van met kracht neergeworpen emmers op een stenen vloer?’ Als in een kinderboek.

Eigenlijk is Twee vorstinnen en een vorst een soort Kees de jongen, bedenk ik nu, met Mijn tante Coleta als pikant vervolg. Daarin is de ‘ik’ inmiddels een jongen van 15 die verleid wordt door zijn wilde, 19-jarige tante die strakke truitjes draagt, blootvoets loopt, naakt in zee zwemt en haar teennagels rood lakt; een ongehoorde gang van zaken in het Vlissingen van de jaren dertig.

Coleta is getrouwd met de suffe, goeiige ‘oom Piet’, verveelt zich in dat huwelijk en viert haar gefrustreerde lusten bot op haar neefje: ‘Je moet me vastpakken, zei ze, en lief voor me wezen, en me overal aaien. Ze ging languit in het zand liggen en vroeg me met haar hese stem naast haar te komen.’ Iets streekromannerigs heeft het ook wel, bij nader inzien. Je verwacht elk moment de introductie van dokter Vlimmen, met zijn arm tot de oksel in een koe.

Dit alles is verfilmd ook, in 1981, met Linda van Dyck als de geile tante en een nogal onfortuinlijk gecast 16-jarig Vlaams jongetje dat met zijn blote piemel meermaals vol in beeld komt. Hij is inmiddels 55 en IT-consultant, wat waarschijnlijk maar beter is ook. Zo’n film zou tegenwoordig niet meer gemaakt kunnen worden, ook dat ongetwijfeld tot opluchting van alle betrokkenen. Een naakte Kees de jongen in bed met een hitsige vrouw; dat is nog enger dan een porno-versie van Suske en Wiske

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden