ColumnNico Dijkshoorn

Eén liedje van Elvis Costello en ik ben ineens weer 17 jaar

Nico Dijkshoorn artikelBeeld de Volkskrant

Het onbekommerde verleden staat deze week keihard met beide vuisten op mijn voordeur te beuken. Iemand of iets wil mij waarschuwen, maar ik weet niet waarvoor. Het begon met de nieuwe plaat van Elvis Costello.

Ik had al heel lang geen nieuwe plaat van Elvis ­Costello gekocht. Ook hij had, net als Bob Dylan, de Frank Sinatraziekte onder de leden. Briljant kreunende en piepende zangers denken opeens: weet je wat, ik ga lekker met mijn arm op een piano leunen en zingen zoals Frank Sinatra dat nooit bedoeld heeft.

Ik vergeef ze alles. Bob Dylan zal op een volgende plaat gewoon weer klinken als een stationair draaiende frietmachine. Costello knauwt in 2018 weer als vanouds alsof hij achter in een snackbar met een verstopte neus drie porties fish-and-chips bestelt.

Het is een heerlijke plaat. In alle liedjes zitten ­minimaal vier zinnen waar ik mijn arm voor zou ­geven. Prachtige melodieën, meesterlijke zanglijntjes en pas als je in bed ligt, denk je: zingt hij nou over zijn moeder of de teloorgang van Engeland?

Ik dacht nog iets anders in bed. Wanneer had ik de eerste plaat van Elvis Costello gekocht? Ik tikte de titel in op mijn telefoon. My Aim Is True kwam uit in 1977. Toen was ik 17. Dat was 41 jaar geleden. Meteen doemden gedetailleerde herinneringen op. Ik kocht de plaat in Amsterdam, bij Boudisque in de Haringpakkersteeg. Elvis Costello werd – net als Dire Straits – door muziekkrant Oor voor het gemak ingedeeld bij de punkgolf. Rare bril en een gitaar, dus punk.

Die heerlijke rit terug naar Amstelveen, met de platenhoes in mijn handen. Ik keek naar Costello. Hij leek op ­Koning Boudewijn. Ik keek achter op de hoes naar de titels van liedjes. ­Welcome to the ­Working Week en No Dancing, dat klonk behoorlijk ­recalcitrant. Slechts één titel verontrustte mij: Alison.

Dat vond ik niet erg punk. Alison, zo noemde je je konijn. Alison, dat was de naam van een bepaald type witbrood. Alison, dat was een goed verkopende aardappel. ‘Doe mij nog maar een pondje Alison erbij. Met een uitje graag.’

Thuis luisterde ik plaatkant 1. Het was geen punk, maar toch goed. Welcome to the Working Week ging over mijn vader, alleen wist hij het niet. Prima. En toen kwam Alison.

Ik hoorde een zoet lief, zacht gitaartje. Dit kon nog alle kanten op. En toen de eerste zin: ‘Oh it’s so funny to be seeing you after so long, girl.’ En daarna al die andere prachtige zinnetjes: ‘Sometimes I wish that I could stop you from talking when I hear the silly things that you say.’ Geen wilde drums, geen stuiterende baslijn. Alleen Costello die weemoedig zong over een verloren liefde: ‘Alison, I know this world is killing you.’

Ik weet nog precies hoe mijn kamer rook toen ik Costello voor het eerst hoorde. Naar schoolboeken. Ik weet nog op wie ik verliefd was. Twintig jaar later hadden we twee kinderen. Ik weet nog wat ik at die avond. Natte Bami van Nel. Mijn moeder, die toen nog niet wist dat ze ooit dood zou gaan. Ik weet welke schoenen ik droeg. Zwart zonder gesp. Mijn broer Bas was 7 jaar oud. Hij speelde hamertje-tik.

Alles gestold in de tijd, door een liedje van Elvis Costello.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden