ColumnMax Pam

Een krant moet ook meningen weergeven waar zij het zelf niet mee eens is

Lang geleden interviewde ik André Spoor bij zijn afscheid als hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Ik vroeg hem of hij er een stuk was dat hij graag had willen plaatsen, maar nooit had geplaatst. ‘Ja’, zei hij, ‘ik heb lang gezocht naar een intelligente verdediging van de apartheid in Zuid-Afrika, maar die heb ik nooit gevonden.’ Door het woordje ‘intelligent’ is het een enigszins cryptisch antwoord, maar de strekking was duidelijk: een krant moet ook meningen weergeven waar zij het zelf niet mee eens is.

Aan Spoors antwoord werd ik herinnerd door de rel die zich vorige week afspeelde bij The New York Times en die heeft geleid tot het ontslag van James Bennet, de chef opinie. Bennet is een gerespecteerd journalist en hij was kandidaat voor het hoofdredacteurschap, maar aan zijn ambities kwam plotseling een einde toen hij een artikel plaatste van de Republikeinse senator Tom Cotton. Die had onder de brute kop Send in the Troops bepleit om law & order in de Amerikaanse steden te herstellen door het leger erop af te sturen. Dat plan sneuvelde, omdat de generaals weinig enthousiast waren.

Na publicatie werd Bennet op de sociale media onderuit gehaald, niet alleen door veel lezers, maar ook door verschillende collega’s die kennelijk geen geduld hadden hem hierop eerst binnenkamers aan te spreken. Opnieuw werkten de sociale media als een guillotine, de eigenaar van The New York Times liet zijn opiniechef alras vallen en voorlopig zal Bennet niet gauw meer aan de slag komen. Het geval doet denken aan dat van Ian Buruma, die bij de New York Review of Books werd ontslagen, omdat hij in de kolommen een mannelijke scribent aan het woord had gelaten die zich onheus bejegend voelde door de #MeToo-beweging.

In The Washington Post las ik met huiver wat Bennet bij The New York Times was overkomen en dat het bothsidism van hoor en wederhoor heeft afgedaan. André Spoor zou het stuk zeker hebben geplaatst, maar dat was een andere tijd. Toch denk ik dat The New York Times zichzelf heeft verloochend door van publicatie af te zien. Het stuk van Cotton had nieuwswaarde, al was het alleen maar omdat de inhoud in hoge mate overeenkomt met de denkbeelden van Trump. Bovendien schijnt Cotton in de toekomst zelf president van de VS te willen worden, zodat het zelfs voor The New York Times-lezers nuttig moet zijn om te weten wat voor bloeddoorlopen vlees je in de kuipt hebt.

Er bestaat ook een ander Amerika, al hoor je daar thans niet veel over. Zo heb je Heather Mac Donald, conservatief, hoogopgeleid (Yale, Cambridge), een blanke advocate aan het Manhattan Institute, die zich al jaren verzet tegen de opvatting dat racisme de allesoverheersende bron is van politiegeweld. Ze schreef boeken als The War on Cops en Are Cops racist? Volgens haar zijn de meeste Amerikaanse agenten helemaal niet racistisch. Vaak zijn ze zelf zwart, of samenwonend met zwarte, Chinese of anderszins gekleurde echtgenoten of echtgenotes. Zij ziet niet alleen geweld door agenten, maar ook tegen agenten, onderbouwt dat met statistieken en komt tot de conclusie dat wat voor racisme wordt aangezien in de kern een armoedeprobleem is. De voortdurende beschuldigingen van racisme werken op den duur contraproductief: ‘The war against the police harms black Americans’.

Daar hoef je niet mee eens te zijn, maar in het hele debat lijkt het zinvol om ook van zo’n stem kennis te nemen. Dat vindt de Black Lives Matter-beweging overigens niet. Regelmatig wordt Heather Mac Donald het spreken onmogelijk gemaakt en veel universiteiten zijn gezwicht voor de druk om haar niet meer uit te nodigen.

Niet alleen voor The New York Times is het moeilijk sterk afwijkende meningen af te drukken. De Canadese columnist Rex Murphy (conservatief) kreeg het vorige week ook zwaar te verduren, omdat hij in Canada geen institutioneel racisme ontwaarde. Ooit weigerde NRC Handelsblad een stuk van Geert Wilders, dat later in de Volkskrant terecht kwam. Columns van Martin Bosma en Thierry Baudet waren in NRC Handelsblad geen lang leven beschoren. Bij de Volkskrant vertrok Derk Jan Eppink , omdat hij directe banden kreeg met Forum voor Democratie. Hij werd vervangen door de PvdA’er Diederik Samson, die zoveel directe banden had dat de column voor hem niets anders kon zijn dan een tussendoortje.

Er zijn grenzen en kranten houden een eigen verantwoordelijkheid. Wel is volgens The New York Times zelf de invloed van de lezers op de inhoud enorm toegenomen. Niet slechts omdat hun aantal weer is gegroeid, maar ook omdat de andere financiële pijler, die van de adverteerders, door de coronacrisis is weggevallen.

De lezer voelt zich machtig en laat via de sociale media steeds vaker met succes horen wat niet bevalt. Dus roept u maar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden