Een kleine typologie van de Europarlementariër

Europarlementariërs zijn er in soorten, elke soort viert zijn eigen bestaansrecht. Vijf manieren om als Europarlementariër je volk te dienen en van jezelf te houden.

Hans van Baalen, VVD'er in het Europarlement. Beeld anp

Waag het niet als gewone Europese burger de koningsblauwe loper te betreden. De bodes jagen je weg zoals men dat wel doet met een hond die schurft heeft. Die mat, aan de ingang van het parlementsgebouw in de Brusselse Wiertzstraat, is er voor de europarlementariër. Exclusief.

Hanja Maij-Weggen, dochter van een rijwielhandelaar uit Klazienaveen, keerde in 1994 na haar ministerschap op Verkeer en Waterstaat terug naar Brussel, naar het parlement. Ze werd sindsdien consequent aangesproken met madame le ministre. Zoals voormalige premiers in het parlement monsieur le premier-ministre heten. Zie het als poppenkast uit de Franse school, het onderscheid met het Hollandse dedain wordt er niet minder van.

Thuis, in Nederland is de europarlementariër dikwijls een beetje als een tweedehands fiets, een sneu geval. Het zal een reden zijn waarom kopstukken liever weg blijven. Oud-politici als Balkenende of Bos zijn hier in geen velden of wegen te bekennen. Dat is anders in andere landen. Uit het standsbewuste Frankrijk kwam bijvoorbeeld oud-minister Alain Lamassoure naar Brussel. België heeft twee voormalige premiers in het parlement, Jean-Luc Dehaene en Guy Verhofstadt.

Het brengt iets tot uitdrukking, respect, misschien wel een begin van liefde voor het Europese project. 'In Nederland is Europa een negative brand', zegt Corien Wortmann, CDA-politica en als een van de vice-voorzitters van het parlement een invloedrijke vrouw. 'Is er iets positiefs te melden, dan claimt Den Haag het. Zit het tegen, dan komt dat door Brussel.'

Ze lijden eronder, onze Nederlandse europarlementariërs. De politieke positie van het Europarlement is aanzienlijk krachtiger dan nog maar vijf jaar geleden het geval was. Het heeft het recht van co-decisie; vervelend woord om aan te geven dat de Raad van Ministers niet langer het parlement zonder meer kan platwalsen. Als de financiële crisis ooit bezworen wordt, is dat niet vanuit Den Haag. En toch, zo zeggen de europarlementariërs bijna zonder uitzondering, doet het thuisfront, zowel in de media als aan het Binnenhof, alsof Den Haag het centrum van de wereldorde is en Brussel op zijn best een bijkantoor.

 
De politieke positie van het Europarlement is aanzienlijk krachtiger dan nog maar vijf jaar geleden het geval was.
Jan Tromp

Sleutelpositie
Pregnant voorbeeld: Gijs de Vries die in de jaren negentig was verkozen tot voorzitter van de liberale fractie in het Europarlement. 'Een bijzonder eervolle positie waardoor hij ook voor Nederland en de VVD op een sleutelpositie zat', schrijft Jessica Larive. Zij was zelf europarlementariër, ook voor de VVD en schreef over haar ervaringen in het boek 1000 Plaatsen 1 thuis. In Nederland vond de leiding van de VVD dat De Vries staatssecretaris moest worden op Defensie. Maar hij weigerde.

Larive: 'Er werd gezegd: hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat iemand weigert omwille van een Europees baantje? Gijs heeft het geweten. Ik denk dat het jaren geduurd heeft voor hem dit was vergeven.'

Een beetje een vreemd beroep is het wel, dat van europarlementariër. Ze zijn met heel veel, 766 om precies te zijn en toch zijn ze alleen. De heer Antonio López-Isturíz White is druk met 'de instelling van eenheidsoctrooibescherming'. De heer Scezlaw Adam Siekierski buigt zich gedurig over 'de melkproductie in berggebieden, minder begunstigde gebieden en ultraperifere gebieden'. Wat houdt de heer Theodoros Skylakakis zoal doende? Het zijn 'de tijdstippen van veiling van broeikasemissierechten'. Zou hij weten dat collega Helmut Scholz de volle aandacht richt op 'Europees nabuurschapsbeleid' ('naar een sterker partnerschap')?

Men weet van elkaar vaak niet wat men doet. Het Europarlement is een regelfabriek. Honderden onderwerpen zijn onderhanden, overwegend van praktische aard. Ieder heeft zijn nering. De ijverigen draven tegen elkaar in, altijd op weg naar een ander beraad, een volgende ontmoeting, een nieuwe vergadering. Op drukke uren is het in de wandelgangen van het parlement alsof men naar een slapstick kijkt, compleet met de denkbeeldige klanken van de honky tonkpiano.

Kennen de europarlementariërs elkaar? Dit kun je er van zeggen: vaak genoeg komen de gezichten bekend voor.

De christen-democraten, verenigd in de EPP vormen de grootste club, 278 leden uit 25 landen. De fractiekamer is als een collegezaal. Men heeft vaste plaatsen, op de eerste rij recht tegenover het presidium zitten de tien vice-voorzitters, in de tweede schil volgen de leiders van de nationale afvaardigingen, op de derde rij de coördinatoren van de fractie. Rij 1, 2 en 3 doen er toe, de rest is schellinkje. Rij 1, 2 en 3 gaan vier keer per jaar met elkaar in conclaaf, de rest wordt geacht te volgen. Naarmate men dieper de zaal in dringt, groeit het aantal anonymi. Wim van de Camp, europarlementariër namens het CDA, schat dat hij ongeveer de helft van zijn fractiegenoten kent. In ieder geval van gezicht, meestal ook wel bij naam. Vermoedelijk is zijn score ruim bovengemiddeld; Van de Camp is een groepsdier.

 
Kennen de Europarlementariërs elkaar? Dit kun je er van zeggen: vaak genoeg komen de gezichten bekend voor.
Jan Tromp

Vijf manieren om als Europarlementariër je volk te dienen en van jezelf te houden.

1. De afzijdige
Eenderde van de 766 Europarlementariërs doet niks. Het is een ruwe schatting, maar wel een die vrij algemeen wordt gedeeld. Het is een categorie van onthechten die liever niet wordt lastig gevallen door documenten en debatten. Men reist, men duikt op en verdwijnt weer, misschien staart men wel naar buiten. Het valt niet op. Hun niks doen wordt in zekere zin op prijs gesteld door de vlijtigen. Stel je voor dat een nog groter aantal parlementariërs ijver aan de dag zou leggen, de spoeling zou wel heel dun worden.

Nu is het ook al dringen. Van niet alle activiteit is bij oogopslag het Europese belang zichtbaar. Mevrouw Elena Oana Antonescu stelde onlangs de zoutconsumptie aan de kaak. In schriftelijke vragen aan de Commissie, het dagelijks bestuur van de EU, wees ze erop dat de Europese burger dagelijks 8 tot 12 gram gebruikt. Adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie niet een maximum van 5 gram? Wat gaat Europa hieraan doen, wilde mevrouw Antonescu weten.

De bekendste afzijdige Europarlementariër, althans van Nederlandse zijde is Hans van Baalen (VVD). Hij is niet klassiek onthecht, je kunt het al zien aan zijn assertieve website. De weerkerende vraag luidt: 'Wat doet Hans van Baalen in Brussel? Wat doet Hans van Baalen in Straatsburg?' Hard werken is de suggestie. Maar de cijfers zeggen dat geen europarlementariër zo vaak ontbreekt bij de stemmingen als Van Baalen. Het werd vorige maand vastgesteld door VoteWatch, een organisatie die het stemgedrag binnen de Europese instellingen op de voet volgt.

Hij is een mediagenie, hij heeft een geschikte kop voor tv. In de Rolodexen van Hilversum staat onder het trefwoord EU het telefoonnummer van Van Baalen bovenaan. Hij staat altijd klaar, ook als hij net is komen binnenvliegen vanuit Guatemala Stad of Manilla, want hij is ook nog president van de Liberale Internationale. Vermoedelijk is hij de minst onbekende van de 26 Nederlandse europarlementariërs.

Van Baalen is op donderdagavond altijd aanwezig bij het interne beraad van de VVD-leiding in Den Haag. 'Dat heeft absolute voorrang', zegt hij opgewekt. Hij wil een nationaal politicus zijn die in Europa werkt. Zijn schatting is dat hij 50 procent van zijn tijd in Brussel en Straatsburg doorbrengt. Ruim voldoende voor een generalist. Van Baalen: 'En de controle op de kwaliteit van het zwemwater in Europa laat ik dan graag over aan anderen die dáár weer beter in zijn.'

Zijn afzijdigheid zet kwaad bloed. Nederlandse medeparlementariërs zien hem als een mooiweerspeler. Brutaal als de raven bovendien. In maart vorig jaar maakte Turkije kabaal over de opvoeding door een lesbisch paar van een Turks-Nederlands jongetje. Van Baalen verklaarde in De Telegraaf dat alle onderhandelingen over toetreding 'onmiddellijk moeten worden gestopt'. Hij zei dat op maandag.

'Ik stel deze affaire bij het eerstkomende voortzettingsdebat over toetreding aan de orde', beloofde hij. Dat eerstkomende debat was op woensdag. Ria Oomen (CDA) heeft de onderhandelingen met Turkije over toetreding tot de EU in haar portefeuille. Oomen: 'De vergadering begon. Ik zat vooraan. Ik keek over mijn rechterschouder, ik keek over mijn linkerschouder. Van Baalen was afwezig.'

De media laten zich gebruiken. 'Jullie trappen erin en controleren nooit iets.'

2. Uw trouwe dienaar
Het is de categorie namen waarvan Nederland niet gehoord heeft en die toch in bepaalde kring gevierd zijn als Europarlementariër. Ze komen onvoorwaardelijk op voor het deelbelang. Esther de Lange behartigt namens het CDA het agrarische belang in Brussel - vrouw zoekt boer. Toen Paul McCartney in 2009 in het Europees parlement een oproep deed aan het publiek minder vlees te eten, protesteerde Esther de Lange.

Ze wil 'met boerenverstand' werken aan dierenwelzijn. Kijk, daar kan de boer mee wirtschaften. Ze is een opgeruimde, jonge vrouw; als kandidaat-lijsttrekker voor de verkiezingen in mei moest ze het opnemen tegen fractiegenoot Wim van de Camp, man, 62. De Lange voerde campagne louter onder de boeren. Van de leden van het CDA bracht niet meer dan 22 procent een stem uit. Het waren de gemotiveerde partijleden, het waren de boeren. De Lange won gemakkelijk.

Waarom kwam het CDA uit bij de onbekende De Lange? Omdat het partij- bestuur naliet erkende Europeanen als Knapen, De Jager, Verhagen, Van Bijsterveldt naar voren te duwen. Waarom liet het bestuur dat na? 'Omdat het hun niks kan schelen', zegt een oud-bewindsman verdrietig. Voor de eerlijkheid: wat voor het CDA geldt, geldt ook voor de anderen. Op de valreep heeft de PvdA nu Astrid Jongerius kunnen vermurwen, maar de regel is dat Nederlandse partijen geen bekende namen naar het Europese parlement sturen.

Esther de Lange, de nieuwe CDA-lijsttrekker in Europa. Beeld anp

3. De prelaat
In de fractiezaal van de Groenen staat een Spaanse europarlementariër omstandig uit te leggen hoe het zit met het visserijbeleid in Europa. De tolken in de cabines rondom vertalen, maar slechts enkelen hebben hun koptelefoon op. Het is rommelig en gezellig in de fractie. Er wordt koffie en thee geschonken, er zijn onderonsjes, nagels worden schoongemaakt. Een jonge vrouw gaat rond. Het is alsof ze snoepjes uitdeelt uit een grote zak. Het zijn buttons voor een milieuactie.

Op het podium zit breed en onderuitgezakt Daniel Cohn Bendit, in 1968 icoon van het studentenverzet in Frankrijk en nu voorzitter van de Groene fractie. Hij trommelt met zijn vingers op tafel. Het duurt lang, maar dan begint het erop te lijken dat de Spanjaard het signaal begrepen heeft. Hij rondt af. 'Zijn er nog vragen na deze lange, lange, uitvoerige briefing?', vraagt de voorzitter in het Frans. Geen vragen.

Dan slaat de vlam in de pan. Cohn Bendit brengt ter sprake hoe parlementsvoorzitter Schulz die middag om goedkeuring heeft gevraagd voor een extra uitgave van 2,7 miljard. 'Het is allemaal gekonkel', briest Cohn Bendit. 'Iedereen speelt onsmakelijke spelletjes, ook de voorzitter van het parlement.' Opeens is hij de oude barricadenvechter; in een oogwenk zit iedereen op het puntje van zijn stoel.

Cohn Bendit behoort tot de prelaten van het parlement. Guy Verhofstadt, voormalig premier van België en leider van de liberale fractie, is er ook zo een. Er wordt ongelofelijk veel gepraat in het parlement, vaak genoeg tegen dovemansoren. Maar wanneer eigentijdse Richelieus als Verhofstadt en Cohn Bendit spreken, spitst iedereen de oren.

Cohn Bendit tot zijn fractiegenoten: 'Ik ben de mooiste, zegt de voorzitter van het parlement over zichzelf, ik ben de sterkste en straks ben ik de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie. Het is leugenachtig, het is wanstaltig, wij gaan dit niet steunen. Punt.'

Daniel Cohn Bendit, voorzitter van de Groene fractie. Beeld epa

4. De loodgieter
Ze oogt als een vrouw uit de hogere middenklasse, Heemstede, Zeist, die contreien. Verzorgde mantelpakken, half lang blond haar, oorknopjes. Ze is de workaholic van het Europees parlement, ze bekleedt machtige posities, overal in de Europese christen-democratie heeft ze tentakels. Corien Wortmann heet ze, ze is 54 jaar. Hoeveel mensen buiten de wereld van Brussel zouden haar kennen?

Ze is een loodgieter als weinig anderen. Loodgieters, in het spraakgebruik van het parlement rapporteurs genoemd, vormen het hart van het parlementaire werk in Brussel. Ze veroveren een kwestie, een deelonderwerp - van het verbod op cadmium in speelgoed en olielozingen op zee tot bescherming van privacy en toezicht op banken. Ze verzamelen opvattingen uit allerlei hoeken en gaten, ze maken conceptteksten en incasseren soms wel honderden wijzigingsvoorstellen, ze zoeken naar coalities met andere fracties, naar overeenstemming met de ambtenaren van de Commissie en naar een begin van overeenstemming met de ambtenaren van de Raad van Ministers, de vertegenwoordiging van de lidstaten.

Het is taai ongerief, het vergt vaak engelengeduld, je moet met voor- en tegenstanders frère et compagnon willen zijn, je moet hard durven zijn en goed kunnen slijmen, je moet tegen je verlies kunnen.

Je moet er kortom zin in hebben, in dat werk. Maar het is de kern van het Europarlement als regelfabriek: Europese wetten maken omdat het probleem niet wordt opgelost als ieder land voor een eigen aanpak kiest.

Op een woensdagochtend vertelt Corien Wortmann hoever ze is met het toezicht op de banken. Ze is tien jaar lid van het parlement, ze stopt ermee, dit is haar laatste klus en misschien ook wel haar grootste: hoe te voorkomen dat mismanagement van banken Europa nog eens in een crisis stort?

Alles gaat langs de weg der geleidelijkheid, dikwijls is het eindeloos vermoeiend. En toch geldt zo'n rapporteurschap als bezit. Hanja Maij-Weggen over haar arbeid als loodgieter: 'Het was veel werk, maar het gaf je ook status.'

In de ledensalon van het parlement, diepe fauteuils met zwarte bekleding, is het nog stil. Er zijn croissants en koffie. Mevrouw Wortmann zegt dat ze kan bogen op 'een solide meerderheid' in het parlement. Ze hoopt op medewerking van de lidstaten. Die gesprekken staan nu voor de deur. Ze is geen standwerker, ze slaat niet met een schoen op tafel. 'We zitten in een spannende fase.'

Deze week meldt ze op haar website 'een complete verwatering' van de aanpak van probleembanken. 'Ik maak me grote zorgen over de weg die de ministers van Financiën zijn ingeslagen.'

Europarlementslid namens Nederland, Corien Wortmann van het CDA. Beeld anp

5. De kleine generaal
In een voornaam pand aan rue Caroly zetelen The Brewers of Europe. Marmer, open haarden en stucwerk bepalen de sfeer van het dubbele huis. Wim van de Camp, christen-democratisch Europarlementariër is gevraagd een manifest in ontvangst te nemen. Hij weet niet wat er in staat. Wie hij zal ontmoeten, weet hij ook niet. Het geeft niet.

Het is goed je overal te laten zien, je met alles in te laten. De meeste collega's beperken zich tot min of meer technische deelterreinen. Noem eens wat: proeven op medische producten, teruggave van vervreemd cultureel erfgoed. Van de Camp wil het hele strijdperk overzien. Hij is een kleine generaal.

Zeker, hij is ook maar één van de 766, maar voor waterdrager is hij niet geboren. Plechtig: 'Ik ben politicus, geen ambtenaar. Ik houd misschien wel veertig kwesties in het oog. Maar in de breedte, nooit in de details.'

De kleine generaal kan altijd meepraten, kent jan en alleman, slaat zijn slag op recepties. Hij schurkt en duwt, hij netwerkt en lobbyt. Zo probeert hij op strategische momenten de winst binnen te halen of in elk geval niet met lege handen thuis te komen. Rapporteur, 'eigenaar' van een thema, hoeft hij niet te zijn: 'Velen kicken erop, maar je legt je voor twee jaar helemaal vast.'

Bij de brouwers van Europa blijkt de kleine, lokale brouwerij zich te presenteren. Daar zijn er steeds meer van in Europa. Ze hebben last van de stijgende belastingen op bier. 'Waarom wel op bier en niet op chocomel?', wil de voorzitter weten. Van de Camp schurkt tegen de gastheren aan: 'Plaatselijke brouwerijen geven mensen een gevoel van geborgenheid.' De brouwers glimmen.

CDA-voorman in het Europees Parlement Wim van de Camp. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden