Column Jasper van Kuijk

Een jaar lang níét op het podium, dat was het voornemen van Jasper van Kuijk

Maar toen was daar ineens Gunnar. 

Aan het eind van de zomervakantie, tussen twee theaterseizoenen in, verwacht ik elk jaar weer de cabaretpolitie aan de deur: ‘Sorry, meneer Van Kuijk, maar dat u op het podium staat blijkt een vergissing te zijn, we komen uw pasje innemen.’ Als ik mensen een tijdje niet om me heb horen lachen, glibbert mijn zelfvertrouwen harder weg dan Mark Rutte op een persconferentie. Zo bezien was het dus niet echt een briljant plan om een heel jaar niet in het theater te gaan staan en in plaats daarvan in Zweden te gaan wonen.

Aan de andere kant groeide het besef dat niet spelen ook rust geeft. Dus besloot ik het hele jaar in Zweden niet te gaan optreden, ook niet voor de Nederlandse vereniging of bij een Engelstalig stand-uppodium.

En toen stond Gunnar ineens voor me.

Gunnar is de voormalige eigenaar van de plattelandswinkel – hij helpt er nog steeds – en is de spin in het lokale sociale web. ‘Jasper, eind november komt de Wermland Opera in de eetzaal van de school een kerstspel spelen en ik heb een brief gekregen: of we een lokale bekendheid hebben die daaraan mee kan werken. Ik dacht aan jou.’

Razendsnel ga ik alle mogelijke excuses af en kijk ik of er niet toevallig ergens een rioolput is waarin ik kan verdwijnen. Maar Gunnar is vrij overtuigend. Bovendien rijdt hij de sneeuwploeg en het zou fijn zijn als we van de winter nog ons huis uit kunnen.

‘Wat moet ik precies doen?’, vraag ik. Het valt volgens Gunnar allemaal erg mee: paar grapjes maken, vijf minuten of zo en dan komt het allemaal goed. ‘Koud kunstje toch, voor jou als comedian?’ De combinatie van een halfjaar niet op een podium te hebben gestaan en mijn nog wat beperkte Zweedse woordenschat maakt me daar niet helemaal gerust op. Ik zeg dat het me leuk lijkt – wat gelogen is – en dat ik er eventjes over na wil denken. Ook dat is niet waar, ik wil er juist heel lang over nadenken, net zo lang tot ze iemand anders vragen.

Een argument om wél in te gaan op Gunnars ‘aanbod’ is dat mijn vrouw en ik hadden bedacht dat we waar mogelijk iets zouden terugdoen voor alle hulp en gastvrijheid die we hier ervaren. Dus goed, als men hier vindt dat ik van alle zeshonderd inwoners de geschiktste ‘bekende’ persoon ben om bij te dragen aan deze avond, dan moet het misschien maar.

In de weken die volgen, schrijf ik alvast wat onderwerpen en grappen op en probeer stiekem een en ander uit op familie en collega’s. Het optreden zit de hele tijd in mijn achterhoofd, maar krijgt daar nog geen gezelschap van mijn zelfvertrouwen.

Een week voor het optreden kom ik Gunnar tegen bij de lanthandel en vraag hoe de avond eruit gaat zien. ‘Nou, je komt om drie uur naar de school en dan hoor je wat je rol is.’ Rol? ‘Ja, ze zullen je dan wel vertellen wat je moet doen en zeggen.’ Opluchting. Grote opluchting. Die ‘vijf minuten grapjes’ blijkt niet te gaan over vijf minuten stand-uppen, maar om een kleine bijrol in een blijspel. Dat kan nog tenenkrommend genoeg worden, maar de martelgang van nieuwe grapjes uitproberen wordt godzijdank uitgesteld tot ik weer in Nederland ga optreden. Hoeft het tenminste ook niet in het Zweeds.

De volgende dag op de universiteit klopt het afdelingshoofd op de deur. Over het afdelingskerstfeest binnenkort. Of ik, omdat ik tenslotte ook komiek ben, niet wat leuke grappen zou kunnen vertellen. Ik zeg dat ik dat uiteraard dolgraag doe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden