Column Joost Zaat

Een huisdokter voor overdag en eentje voor ‘s avonds en ’s nachts

Joost Zaat.

Vrijdagavond ze uur. Een half uurtje geleden was ik klaar met mijn gewone werkdag, nu heb ik dienst. Huisartsen klagen massaal over dienst doen op de huisartsenpost: te vaak te druk en te veel ‘onzin’. Patiënten houden van de post; consumentisme’, mopperen huisartsen, maar in werkelijkheid zijn het vooral ongeruste en laag opgeleide mensen die komen.

Vanavond valt de drukte mee. Ik stuur maar twee patiënten door naar de spoedeisende eerste hulp voor een röntgenfoto om te kijken of er iets gebroken is. Overdag kan ik die zelf aanvragen, maar op de post kan dat niet. De rest heeft klachten waarvoor de meesten mijn spoedzorg niet nodig hebben: een dagje hoesten, uitslag onder de borsten sinds drie dagen, eczeem bij ‘waterwratjes’, een ontstoken nagelriem, diarree. 

Het systeem dat assistentes helpt om een onderscheid tussen ernstig en niet-ernstig te maken is zoals altijd van slag: ik moet met spoed een man zien die erg zweet rond zijn piemel. Bij zwetende mannen ‘denkt’ het verplicht te gebruiken triagesysteem nu eenmaal aan een hartinfarct. Halverwege de avond hoor ik van de assistentes dat ze een meisje met zere voeten door nieuwe, te kleine schoenen toch maar niet hebben laten komen. Dat vond zelfs ‘het systeem’ niet erg dringend.

Zelfmedelijden en klagen helpen me niet om vrolijk te blijven, achterhalen waarom iemand komt, doet dat wel. De zwetende man was bang voor een soa en de eendagshoester voor een longontsteking, omdat ze die vorig jaar ook had. Vanuit doktersperspectief niet nodig, maar als patiënt zul je er maar mee zitten. Ze hadden het ook overdag aan hun eigen huisarts kunnen vragen, maar die was er niet of ze konden er niet terecht.

Het aantal vragen aan huisartsenposten steeg elk jaar een beetje: in 2016 waren er 2,4 procent meer contacten dan in 2015. In 2017 daalde de drukte volgens een rapport van het Nivel van vorige week weer: van 254 per 1.000 inwoners naar 249 per 1.000. De drukte komt niet door de vergrijzing: vooral het aantal contacten (per 1.000 inwoners) voor kinderen tot 4 jaar stijgt sinds 2013, het aantal contacten voor ouderen daalt zelf een beetje.

Simplisten denken dat je de vraag naar spoedzorg kunt beperken door betere voorlichting en apps, maar die zijn vrijwel nooit geschikt voor mensen met lage gezondheidsvaardigheden en juist die gaan vaker naar de huisartsenpost. Buitenkantoorurenvragen verdwijnen dus niet.

‘Van mij hoeven jullie geen avondspreekuur te doen; jullie moeten overdag voor mij een beetje scherp zijn… en als jullie ’s avonds en ‘s nachts werken worden jullie te moe en dat is niet veilig voor mij’, zei een patiënt in een gesprek met patiënten uit mijn eigen praktijk over de kwaliteit en veiligheid van onze dagzorg. Die heeft het dus beter begrepen dan mijn eigen huisartsenorganisaties, die nog vasthouden aan het idee dat huisartsen altijd alles kunnen. 

De splitsing tussen een huisdokter voor overdag en eentje voor ‘s avonds en ’s nachts komt er vast, ooit. Intussen hoop ik op een minder ‘opgewonden’ triagesysteem en houd ik moed, want ook geruststellen is leuk werk.

Meer over