Een handelsoorlog met China zal fabrieken en werknemers doen stranden

Als er een handelsoorlog met China komt, zouden de economische kosten bescheiden zijn. De echte klappen vallen bij Amerikaanse fabrieken en werknemers, voorspelt Paul Krugman.

Producten uit de Verenigde Staten in een supermarkt in Beijing. Beeld EPA

Terwijl ik dit schrijf, heeft China’s aankondiging van een nieuwe ronde vergeldingsinvoerheffingen de vrees voor een handelsoorlog opgestookt en beurskoersen in de neergang gestort. Als deze cijfers aanhouden, zal de S&P 500 ongeveer 10,5 procent zijn gedaald ten opzichte van de piek in januari en 6 procent lager zijn dan het niveau toen Gary Cohn, de laatste der ‘globalisten’ onder Trump, de laan uit werd gestuurd.

Mijn vraag is: vanwaar zo’n forse val?

De beurs is de economie niet

Een van de goede antwoorden is: dat is een stomme vraag. De drie regels die je in je oren moet knopen als de aandelenbeurs ter sprake komt, zijn: 1. De beurs is de economie niet, 2. De beurs is de economie niet en 3. De beurs is de economie niet. En aandelenkoersen variëren om allerlei redenen, of om geen enkele zichtbare reden. Zoals Paul Samuelson eens snedig opmerkte: de markt heeft negen van de laatste vijf recessies goed voorspeld.

Een ander antwoord is dat een handelsoorlog een signaal afgeeft: Trump en zijn medewerkers laten zien dat ze echt zo wereldvreemd en onverantwoordelijk zijn als ze lijken en dat markten daarop reageren. Stelt u zich eens voor hoe deze lieden zouden optreden bij een financiële crisis.

En toch vind ik het zinnig vast te stellen dat zelfs áls we afstomen op een totale handelsoorlog, de conventionele schattingen over de kosten van zo’n oorlog niet in de buurt komen van 10 procent van het bbp, of zelfs 6 procent. Eerlijk gezegd is het een van de vuile geheimpjes van de internationale economie dat de schattingen van de kosten van protectionisme, hoewel niet verwaarloosbaar, meestal ook niet wereldschokkend zijn.

Hyperglobalisering

Er is wel een reden waarom de aandelenprijzen zwaarder getroffen kunnen worden dan de algehele economische kosten van een handelsoorlog zouden uitvallen. Want een handelsoorlog die de Amerikaanse economie zou ‘deglobaliseren’, zou een enorme heroriëntatie vergen van bronnen, inclusief kapitaal. Maar je gaat een handelsoorlog in met het kapitaal dat je in handen hebt, niet met het kapitaal dat je later verwacht te krijgen, en aandelen zijn claims op het kapitaal dat we nu hebben, niet op het kapitaal dat we nodig zullen hebben als Amerika volop de weg van de ‘trumponomics’ inslaat.

Maar de kosten voor de economie als geheel zijn waarschijnlijk geen goede indicatie voor de kosten voor de bestaande bedrijfsactiva.

Vanaf ongeveer 1990 hebben de grote bedrijven in Amerika zwaar ingezet op hyperglobalisering – op de stabiliteit van een openmarktsysteem dat ingewikkelde waardeketens stimuleert die de grenzen overschrijden. De laptop waarop ik dit schrijf, is ontworpen in Californië, maar waarschijnlijk gemaakt in China, terwijl veel onderdelen uit Zuid-Korea en Japan komen. Apple zou hem helemaal in de Verenigde Staten kunnen maken en misschien zal het bedrijf dat ook doen als er tariefmuren van 30 procent komen. Maar de fabrieken die daarvoor nodig zijn, bestaan hier (nog) niet.

Anti-Chinashock

Tegelijkertijd zijn de fabrieken die we hier wel hebben, gebouwd om te functioneren in een geglobaliseerde productie en vele daarvan zouden worden gemarginaliseerd, misschien zelfs waardeloos worden, door invoerheffingen die de internationale waardeketens zouden doorbreken. Dat betekent dat ze ‘gestrande activa’ zouden worden. Noem het de ‘anti-Chinashock’.

Natuurlijk zouden niet alleen fabrieken stranden door een handelsoorlog. Ook heel wat mensen zouden stranden. Het punt van het beroemde artikel ‘China shock’, dat ik samen met anderen schreef, was niet dat een snelle groei van de handel Amerika als geheel armer zou maken, het punt was dat snelle verandering van de productielocaties een beduidend aantal werknemers in de problemen zou brengen, met persoonlijke ellende en schade aan hun gemeenschappen als gevolg. Het is ironisch dat een ‘anti-Chinashock’ precies hetzelfde effect zal hebben. En ik maak me in elk geval meer zorgen over de gevolgen voor de arbeiders dan voor het kapitaal.

Maar goed, mijn vraag aan het begin van dit artikel was waarom de aandelen zoveel meer in waarde dalen dan je zou verwachten, gezien de bescheiden economische kosten van een handelsoorlog. En een van de antwoorden daarop, stel ik voor, is ontwrichting – iets wat zakenleiders graag toejuichen in hun retoriek, maar waaraan ze de pest hebben als zij het slachtoffer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden