ColumnStephan Sanders

Een gekleurde jongen heeft het meteen door, hoever het gezag van vader reikt

Bladerend door het foto­album waarin mijn overleden vader veelvuldig voorkomt, zie ik het: de man moet, toen ik een jaar of 10 was, veel hebben geleken op… Op het type dat toen in zwang was: man in pak met das, man van een zekere ernst en distantie, man met de sporen van een sportief verleden die aan het vervagen zijn – vaderlijke man, veertig jaar ouder dan ik.

Mijn vader had beslist iets weg van, behoorde tot hetzelfde type als en maakte deel uit van de generatie van B.W. Biesheuvel (1920-2001). In de wandelgangen ook wel Barend Biesheuvel genoemd. Als het heel laat werd ook wel ‘Mooie Barend’.

Premier van Nederland tussen 1971-1973. Ik kan me Biesheuvel herinneren van tv, als belangrijk man. Wat ik toen niet zag maar nu wel: het helpt reuze als je eigen vader een beetje lijkt op de man die aan het hoofd staat van de Nederlandse regering. Of ministeriabel is. Het helpt als jouw vader ook wordt geloofd als de vaderfiguur van een heel land. Wil jij je vader een mate van autoriteit toekennen, dan scheelt het als de rest van het land dat ook doet, tot aan de Tweede Kamer toe.

Ik ben daarover ook gaan nadenken door het essay van psychiater, psychoanalyticus en auteur Frank Koerselman, Ontvaderingook in deze krant gesignaleerd.

Want met die mannen, met oud en jong, en vooral met vader- en met mannenrollen is iets aan de hand. Koerselman spreekt zelfs van ‘het einde van de vaderlijke autoriteit’.

Dertig jaar geleden zou ik daar om hebben gegrinnikt, want daar leek me weinig mee verloren. Koerselman zelf zou het veertig jaar geleden waarschijnlijk ook schouderophalend hebben afgedaan.

Ik heb gemakkelijk praten, want ik ben geen vader, maar heb er wel een gehad. Mijn eigen vaderlijke gevoelens zijn pas laat tot wasdom gekomen, ruim na mijn 40ste. Gelukkig was er toen een jongen voorhanden (de zoon van een vriendin), op wie ik een heel klein, luxe beetje heb mogen oefenen.

In zekere zin heeft Koerselman ook gemakkelijk praten, want hij hoorde bij de studerende protest­generatie, die de autoriteitsfiguren allerwegen uitdaagde.

Maar er bestaat voortschrijdend inzicht, ik vind het hartversterkend als mensen erin slagen anders te denken dan ze dachten dat ze dachten.

Ik haal nu één zin uit dat essay, niet omdat daarmee de essentie van het boekje wordt weergegeven, maar omdat het mij goed van pas komt. Koerselman schrijft over zijn eigen jeugd: ‘Binnenshuis gold de wet van de moeder, daarbuiten die van de vader.’

Daar valt vast veel op af te dingen, maar één ding niet: het helpt voor de geloofwaardigheid van het gezag als de vader van de buitenmacht er niet radicaal anders uitziet dan de ­algemeen gerespecteerde staatsman of staatsmacht.

Toelichting: Afro-Amerikaanse jongens hebben tot aan Obama nauwelijks de vanzelfsprekende overgang ervaren van de autoriteit van hun ­vader naar de staatsmacht van de Verenigde Staten. Ook als die Afro-Amerikaanse vader hoogleraar was of rechter of heel rijk, was het duidelijk dat er grenzen aan zijn macht waren – witte grenzen.

In de voormalige Nederlandse ­kolonies was dat ook lang het geval: bruine, zwarte jongens. Blank opperhoofd der staat.

En in Nederland? Al die Marokkaans-Nederlandse jongens die opgroeiden met een vaak laag­geschoolde vader, die werkelijk in niets op de premier leek. Of lijkt.

Al die Caribisch-Nederlandse kinderen, ook met hoogopgeleide vaders, die nooit hun eigen vader kunnen omschrijven als ‘type Rutte’.

Ik kon het bij Biesheuvel, dankzij mijn adoptie.

Zo’n premierachtig of staatsmanachtig rolmodel is niet alles, maar wil je nadenken over gezag, hiërarchie, vaderrol en autoriteit, dan zul je niet alleen klasse- maar ook kleurverschil serieus moeten nemen. Ik laat nu vrouw-zijn voor dit stukje ­genadiglijk buiten beschouwing.

Een gekleurde of zwarte jongen heeft het meteen door, wanneer hij merkt dat het gezag van zijn vader niet verder reikt dan het einde van de straat. De sterksten kunnen daar tegen en worden toch president. Zoals Obama. Die trouwens opgroeide bij een sterke, witte vrouw, en vooral, bij twee sterke, witte grootouders.

En dan heb ik het nog niet eens ­gehad over het effect van een ‘witte’ God of Christus.

Stephan Sanders is journalist en columnist

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden