Column Elma Drayer

Een filantroop die zijn dadendrang openlijk etaleert – wij houden er niet van

Het is een uitdaging waarmee ik, hand op het hart, nooit heb geworsteld. En dat zal ook nimmer gebeuren – tenzij ik nu mijn man onder de tram duw en een welgestelde grijsaard aan de haak sla. Evenzogoed zul je er maar mee zitten: wat te doen met al je miljoenen?

Gisteren las ik op de economie­pagina’s dat Jeff Bezos, oprichter en hoogste baas van Amazon, inmiddels ‘de grootste rijkaard’ is uit de moderne geschiedenis. Zijn vermogen bedraagt 152 miljard dollar.

Toch besteedt hij, stond erbij, maar 0,1 procent daarvan aan filantropie. Liever financiert hij jongensdromen als de commerciële ruimtevaart. En andere superrijke Amerikanen doneren weliswaar veel royaler aan goede doelen, maar hun vrijgevigheid is dikwijls niet gespeend van eigenbelang.

Hoogleraar filantropie Theo Schuyt mopperde over alle aandacht voor zulke ‘kapitalistische patjepeeërs’. Per slot, zei hij, geven zij relatief een veel kleiner deel van hun vermogen aan goede doelen dan gewone huishoudens.

Dat zal vast kloppen. Alleen begrijp ik die wreveligheid over filantropen nooit zo goed.

Joop en Janine van den Ende in Port Soller tijdens de bruiloft van hun dochter Iris van den Ende en Vincent Biekman op 30 juni 2018. Foto ANP Kippa

Maar ja. Zelfs in dit land – waar de rijken sneue krabbelaars zijn, vergeleken bij die in de Verenigde Staten – moet een mecenas zich gedeisd houden. Doet hij dat niet, dan is scepsis zijn deel.

Zelf word ik er juist altijd vrolijk van.

Neem dat verhaal over Rotterdam dat vorige week in de krant stond. Wim Pijbes, de oud-directeur van het Rijksmuseum, leidt daar een nieuwe stichting die culturele projecten financiert. Die stichting is een initiatief van de Van der Vorms, volgens maandblad Quote de op één na rijkste familie van Nederland. Met een andere stichting zitten ze al in sociale projecten. Hun motivatie is simpel: iets terugdoen voor de stad. Het gaat ze niet om financieel, maar om maatschappelijk rendement.

Kijk, zo hoort het. De Van der Vorms begrijpen wat noblesse oblige betekent. Ze profiteren niet alleen zelf van hun privileges, maar delen die gul met de minder bevoorrechten. Beschouwen dat als een morele verplichting. Gedroeg de hele Nederlandse elite zich zo, de samenleving zou er wel bij varen.

En de Van der Vorms begrijpen nog iets: ze houden zich op de achtergrond. Hetzelfde geldt voor Alex Mulder, mecenas van Amsterdamse cultuurhuizen als De Rode Hoed, De Nieuwe Liefde en Felix Meritis. Ook hij is niet dat je zegt een Bekende Nederlander. Heel verstandig.

Want wee wie dat wel is. Zie Joop van den Ende, die met zijn Vanden­Ende Foundation sinds 2001 culturele projecten initieert en ondersteunt. Met zijn motivatie was niks mis. Hij vond dat vermogende mensen ‘zich verplicht moeten voelen’ om iets te doen voor de samenleving. Maar helpen deed het hem niet. Alom ontmoette hij argwaan en achterdocht. ‘Is hij oprecht bewogen met de kunstwereld en wil hij bij zoveel mogelijk mensen belangstelling kweken voor kunst en cultuur?’, vroeg dagblad Trouw zich in alle ernst af. ‘Of gaat het hem om erkenning, niet alleen als godfather van de entertainmentindustrie, maar ook als beschermheer van de kunsten met een grote K?’

Een filantroop die zijn dadendrang openlijk etaleert – wij houden er niet van.

Een paar maanden geleden was het weer zover. Het radio­programma Argos had er zijn beste mensen op gezet (in samenwerking met weekblad De Groene Amsterdammer en onderzoeksplatform Investico). Prangende kwestie nu: is Van den Ende de mecenas voor wie hij zich uitgeeft? Of gewoon een ‘slimme zakenman’?

U begrijpt, de makers kwamen uit op het laatste. Hij zou het niet al te nauw nemen met de fiscale regels die verbonden zijn aan goede­doelenorganisaties. En de Belastingdienst zou voor hem sidderen.

Dat de man geen heilige is, wil ik best geloven. U en ik zijn dat per slot evenmin. Maar zijn grootste zonde lijkt me vooralsnog dat zijn linkerhand weet wat zijn rechterhand doet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.