Opinie

Een Europese herdenkingscultuur is nog ver weg

Een echte, gezamenlijke Europese identiteit dient te wortelen in het verleden van het gehele continent, niet alleen in dat van het westelijke deel.

De Russische president Vladimir Poetin (L) was vorig jaar prominent aanwezig tijdens de militaire parade ter viering van de overwinning op nazi-Duitsland. Beeld epa
De Russische president Vladimir Poetin (L) was vorig jaar prominent aanwezig tijdens de militaire parade ter viering van de overwinning op nazi-Duitsland.Beeld epa

Op het eerste gezicht lijkt het een gemoedelijk uitje voor het hele gezin. Ieder jaar weer begeeft een bonte stoet van 'venelased', Russische ingezetenen van Estland, jong en oud, arm en rijk, zich op 9 mei naar de militaire begraafplaats, niet ver van de zuidelijke ringweg van Tallinn. Daar leggen zij, getooid met oranje-zwart gestreepte linten, een verwijzing naar de Orde van Sint-George, een eind achttiende eeuw door de tsaar geïntroduceerde en in 1943 door Stalin herontdekte militaire onderscheiding, bloemen bij het Sovjet-standbeeld van de Bronzen Soldaat. Frêle Rode veteranen, de medaille-oogst trots op de borst gespeeld, worden gezoend en omhelsd, stoere doch romantische oorlogsliederen als 'Katjoesja' worden ten gehore gebracht.

Het is een kleinschalige en qua sfeer heel wat sympathiekere afspiegeling van de bombastische militaire herdenkingsparade die morgen in Moskou plaatsvindt. Vladimir Poetin heeft de viering van de overwinning op nazi-Duitsland opgeblazen tot een ware cultus, zoals Stalin en Brezjnev dat al voor hem hadden gedaan. Dat er dit jaar geen westerse gasten aanwezig zullen zijn op het Rode Plein, dit uit ergernis over de annexatie van de Krim en Ruslands hybride gestook in Oost-Oekraïne, zal Poetin niet deren. De strijd tegen de 'bruine plaag' en de 'bevrijding van Europa' zijn weer vanzelfsprekende, heilige beginselen in Rusland (die tevens Poetins regime moeten stutten).

Die beginselen brachten de Russische arbeidsmigranten na 1945 ook mee naar de Estse Sovjet-republiek. Autochtone Esten vallen echter in geen velden of wegen te bekennen op de Kaitseväe kalmistu in Tallinn. Voor hen symboliseert het jaar 1945 namelijk niet zozeer het einde van de Tweede Wereldoorlog c.q. van de nazi-bezetting, als wel de hervatting van een andere totalitaire bezetting die tot 1991 zou duren en die veel diepere sporen heeft nagelaten in de nationale psyche: die door de Sovjet-Unie.

'Wat 9 mei 1995 voor Rusland is, zal 31 augustus 2044 voor Estland zijn, de dag dat het vijftig jaar geleden is dat de laatste buitenlandse troepen vertrokken', sprak de Estse president Meri destijds tegen de Russische ambassadeur. Die dag in 1994, toen zijn collega Jeltsin onder internationale druk de resterende Russische militairen terugtrok, ontkurkte Meri een voor de gelegenheid bewaarde fles champagne - om het volgens hem en zijn landgenoten werkelijke einde van de Tweede Wereldoorlog te vieren.

null Beeld epa
Beeld epa

Traumatische ervaringen

Estland lijkt zich er inmiddels bij te hebben neergelegd dat zijn duiding van het jaar 1945 nooit gemeengoed zal worden aan de andere kant van de oostgrens (en onder de meeste venelased in eigen land). Wat het, evenals Letland, Litouwen, Polen en andere 'nieuwe' EU-lidstaten aanzienlijk storender vindt, is dat zijn traumatische ervaringen met dat andere totalitaire systeem - het communisme - slechts zelden op weerklank in het 'oude' Europa kunnen rekenen.

De landen eisen dat West-Europa eindelijk eens de moeite neemt zich in die ervaringen te verdiepen en zijn obsessie voor de eigen nazi-bezettingen loslaat. Nazisme en communisme zijn toch gelijksoortige, moordzuchtige kwaden? Een echte, gezamenlijke Europese identiteit dient te wortelen in het verleden van het gehele continent, niet alleen in dat van het westelijke deel. Het West-Europese alleenrecht op het herinneren moet dus aan flarden worden geschoten, de Goelag en Auschwitz moeten in een Europese geschiedeniscanon een even prominente plaats te krijgen. Alle slachtoffers van totalitaire regimes verdienen steun in hun streven naar gerechtigheid, 'Siberië' mag geen historische voetnoot worden.

null Beeld epa
Beeld epa

Stalin geen beminnelijke bondgenoot

Genuanceerd en wetenschappelijk verantwoord kan men deze denkbeelden misschien niet noemen, maar zij zijn, zo benadrukken de criticasters in het oosten, niet gericht op ultranationalistisch revisionisme en Holocaust-relativering; zij beogen slechts het 'herinneringstekort', zoals de Britse historicus Tony Judt het eens noemde, te vullen.

Wil Europa echt een gemeenschappelijke 'memory culture' van de grond tillen, een voorwaarde om met één stem in de wereld te spreken, dan zullen de 'oude vijftien' in ieder geval afstand moeten doen van de onderhuids sluimerende idee dat het communisme van nature beter en altruïstischer was dan het fascisme en moeten erkennen dat Stalin geen beminnelijke bondgenoot in de strijd tegen het Hitler was, maar een wrede, calculerende dictator was die ook mensen in goederenwagons liet stouwen.

En indien West-Europa niet wordt 'geholpen' bij het betrachten van een breder geschiedbeeld, zal Moskou beslist niet aarzelen zijn neobrezjneviaanse visie westwaarts te exporteren, zo vreest men ten oosten van Berlijn (propaganda-organen als RT en Sputnik zijn hier overigens al druk mee bezig).

Een aanhanger van de Russische Communistische partij met een poster van Stalin. Beeld afp
Een aanhanger van de Russische Communistische partij met een poster van Stalin.Beeld afp

Iets externs, iets 'Russisch'

Het zal voor de Esten en hun medestanders echter een lastige opgave worden om de herdenkingscultuur aan de andere kant van het continent - intense gevoelens bij de herdenking van de nazi-misdaden en gereserveerde gevoelens ten aanzien van de communistische, ginds in het onbekende oosten gepleegde misdaden - in de door hen gewenste richting bij te sturen.

Daar is de gangbare perceptie dat de vernietiging van het nazisme zwaar is bevochten, terwijl het communisme in 1989-1991 'vanzelf, zonder bloedvergieten' is ingestort. Het eerste spreekt nu eenmaal meer tot de verbeelding dan het tweede. De West-Europeanen zouden na 1945 steeds vaker worden geconfronteerd met de nazi-gruwelen. Dankzij indringend beeldmateriaal en gepubliceerde herinneringen van de concentratiekampoverlevenden vond de Holocaust zijn 'weg' naar hun bewustzijn. Zij gingen het nazisme zien als een verderfelijk fenomeen dat uit henzelf, uit het beschaafd gewaande hart van Europa is voortgekomen.

Het communisme daarentegen gold als iets externs, iets 'Russisch'.
De Amerikaanse historicus Charles S. Maier heeft er bovendien op gewezen dat de nazi-barbarij zich veel beter leent voor overpeinzingen over ons eigen gedrag en ons eigen gebrek aan moed. De communistische onderdrukking, zo vervolgt hij, was minder systematisch van aard en minder zichtbaar en werd veel minder gedragen door collaborateurs ter plekke. Dat geeft nauwelijks aanzet tot gewetensbeproevingen over een mogelijke eigen Mittäterschaft.

Daarbij komt dat de geschiedwetenschap in Midden- en Oost-Europa na het afwerpen van de ideologische kluisters nog een grote inhaalslag moest maken, met een West-Europese overheersing in de geschiedschrijving over het Europese continent als onvermijdelijk gevolg. Gebrek aan financiële middelen ter bekostiging van het onderzoek naar de communistische misdaden, de moeizame toegang tot de Russische archieven en een gebrek aan (choquerend) beeldmateriaal zijn andere problemen die de geïnteresseerde wetenschappers en documentairemakers in het Oosten parten zouden gaan spelen, zo waarschuwde Lennart Meri reeds.

'Jullie zijn toen tenminste echt bevrijd!', verzuchtte een Estse vriend onlangs. De kans dat zijn land en geestverwanten erin zullen slagen West-Europa te bevrijden van zijn 'eenzijdige' kijk op het jaar 1945 en dat het ijzeren herinneringsgordijn eindelijk zal worden doorbroken, is vooralsnog klein.

Jeroen Bult is historicus en publicist, gespecialiseerd in de Baltische landen.

null Beeld afp
Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden