Column Sander Donkers

Een echte praatjesmaker zie je nog zelden

Een echte praatjesmaker, je ziet ze nog zelden, heeft niet alleen een onbedwingbare lust tot kletsen, er hoort ook een haperend sociaal kompas bij. 

Langs de Amstel liep een leeftijdsloze man in een hoog opgetrokken broek en een kreukloos overhemd van twijfelachtige snit. Hij snakte zichtbaar naar een praatje. Met onrustige ogen scande hij het zomerse leven op de smalle strook gras tussen rijbaan en voetpad, knikkend en glimlachend naar om het even wie, maar er was niemand die hem zag. De jonge moeder zoogde haar baby, de studenten lagen op hun buik op laptops te turen, de mannen van de moskee zaten in kleermakerszit in een cirkel en de rest had oortjes in.

Allemaal hermetisch gesloten bastions, nergens een gaatje voor zijn praatje. Of wacht... daar tikten twee joggers net een bankje aan, waar ze vervolgens uitgeput op neerploften. Beet! Resoluut beende de man op het duo af, plantte de handen in de zij en hoefde voorlopig helemaal nergens heen.

‘Goe-de-míddag, heren!’

Het was bloedheet en de sportjongens hadden het ook zonder hem al zwaar genoeg. Zweet gutste overvloedig uit hun poriën. De kleinste liet het hoofd machteloos tussen de knieën bungelen, de lange zocht verlichting door zich juist maximaal uit te rekken, tot zijn kop over de rugleuning van het bankje knikte. Praten ging niet. Wel werd er op een sporthorloge gekeken en een handgebaar uitgewisseld dat op een boks moest lijken. Er was een prestatie geleverd, misschien zelfs een pretje gesneuveld, en nu was het volbracht.

‘Jullie dachten: even pauze?’ Met grote precisie sloeg de onuitgenodigde bezoeker de plank volledig mis. Een echte praatjesmaker, je ziet ze nog zelden, heeft niet alleen een onbedwingbare lust tot kletsen, er hoort ook een haperend sociaal kompas bij. De grens tussen vriendelijkheid en bemoeizucht is voor hem een raadselachtig niemandsland. Dit was een klassiek geval.

Hongerig begon hij er op los te ratelen. Hoe zat het met het schoeisel van de heren? Waren zij zich ervan bewust dat dit een cruciale factor was voor het welzijn van enkel en knie? En was er wel voldoende gehydrateerd? Niet om het een of ander, maar hij kende verhalen over eigenwijze mensen die, hup, zomaar het loodje legden omdat ze te weinig hadden gedronken. Nee, als hij hen was, nam-ie meteen nog een paar flinke teugen.

Na een tijdje had de kleine jogger zijn adem terug en slaagde erin zijn hoofd op te richten. ‘Hé, bedánkt man’, sprak hij met een verrassend grote aardappel in zijn keel. ‘Goeie tips. Echt súpertof. Gaan we meteen mee aan de slag, oké?’

Het bijtende sarcasme ontging de praatjesmaker volledig. Waarom zouden mensen het omgekeerde zeggen van wat ze werkelijk bedoelen? Nee, dan was het einde zoek. Bovendien was hij net lekker op dreef. Vertel eens, hoeveel kilometers hadden de mannen eigenlijk...?

‘Hé vriend,’ viel de lange hem bruusk in de rede. ‘We hebben niet zo’n zin in je. Effe doorlopen nou.’

Dit verstond de man, al begreep hij er niets van. Even stond hij daar maar, toen prevelde hij een groet die niet werd beantwoord en liep schoorvoetend verder. Na een paar stappen trok hij de verslagen schouders alweer recht. Want daar, verderop, wachtten allemaal nieuwe mensen, mensen die misschien wél begrepen dat een fijn praatje toch echt de smeerolie van een harmonieuze samenleving is.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.