Column Rob van Essen

Een dronken jongen in de tram. Daar gingen mijn stekels van overeind staan

Er stapte een dronken jongen in tram 81. Geen man, een jongen nog, tenger, met kortgeknipt blond haar. T-shirt, spijkerbroek, in zijn hand een blik Jupiler. Het was elf uur ’s ochtends.

Hij begon meteen te praten. Hij liep naar een van de lange banken die met de rugleuning naar het raam staan en onderbrak zijn monoloog om twee bejaarde dames te vertellen dat ze hun tassen weg moesten halen. Nadat ze dat gedaan hadden, ging hij naast een van die dames zitten, languit, alsof hij thuis voor de tv zat, alleen de afstandsbediening ontbrak nog.

Hij bleef praten, met grote armgebaren. Ik kon niet alles verstaan, hij sprak Frans, en bovendien klonterden zijn woorden samen, de alcohol had ze kleverig gemaakt.

Nog voor hij was gaan zitten waren al mijn stekels overeind gaan staan. Ik zat roerloos op mijn stoeltje en keek strak voor me uit, de menselijke versie van een Star Trek-ruimteschip met alle schilden omhoog.

De jongen bleef tegen de twee dames praten, erg hard, de halve tram kon hem horen. De dames keken hem glimlachend aan, bij hen geen schilden of stekels, hun alarm stond lager afgestemd dan het mijne en draaide op een andere brandstof dan angst. De dronken jongen stelde vragen, de dames antwoordden, hij zei tegen de oudste van het stel dat ze erg mooi was, ze nam het compliment vriendelijk in ontvangst. Daarna begon de jongen te peuteren aan een boodschappentrolley die vlak voor hem in het gangpad stond. De eigenaar van de tas zei zacht dat er geen eten in de tas zat, dus misschien had de jongen gezegd dat hij honger had.

Iedereen om me heen was op zijn of haar hoede zonder te oordelen en zonder zich af te keren. De passagiers die zich verder weg bevonden, lachten openlijker en hartelozer, alsof ze zich met de jongen vermaakten.

Net als ik stapte de jongen uit bij Flagey, nog steeds luidkeels pratend. Ik liep café Belga binnen en ging bij het raam zitten, met uitzicht op het kleine park in het midden van het plein. Een half uur later zag ik hem daar opduiken, nog steeds schrikbarend jong. Hij leunde tegen een lantaarnpaal en piste naar een afvalbak die een halve meter verder stond, met een krachtige straal. Een paar meter verder stond een groepje jonge toeristen, ze aten broodjes uit papieren zakken. Ze zagen hem niet. Toen hij klaar was wandelde hij weg, terwijl hij zijn broek nog dichtknoopte. Hij liep moeizaam en wankelend, als iemand die op een plat vlak bergopwaarts gaat. Een tram schoof voor het park langs en toen die tram voorbij was, was ook de dronken jongen verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden