Een dolfijn in mijn schoen

Hoe Henk van Straten net op tijd zijn boek uitlegt.

Ik zat gisteren, dommelend voor de televisie, heel voorzichtig te denken aan een tatoeage, toen Henk van Straten in beeld verscheen. Ik dacht aan een dolfijntje op mijn hiel. Niet omdat ik van dolfijnen houd, maar omdat ik ze haat. Een overschat dier. Ze zouden met elkaar kunnen communiceren. Waarom hangen ze dan half boven het water en spreken ze een taal die ik niet versta? Veel gepiep, geknars en met die snuit op het water slaan en daar zou ik dan uit moeten begrijpen dat ze een pondje vis willen. Dat domme gelach ook steeds.

Om zo een dier in mijn sok te hebben, het hele idee dat er een dolfijn de hele dag met zijn bek tegen de achterkant van mijn halfhoge leren mannenlaarsje wordt
gedrukt, dat sprak me wel aan. Tot ik Henk van Straten over zijn boek zag praten. 

Het ging geloof ik over vreemdgaan en dat je in een caravan woont en dat je iedere ochtend met een plas zaad op je buik huilend wakker wordt en dat je dan opeens begrijpt dat vrijheid ook wat waard is, maar dat weet ik niet zeker. Ik zat de hele tijd naar zijn tattoo te kijken. Die eindigt bij Henk vlak onder zijn ogen. Hij ziet er voor altijd uit als een superheld die midden in zijn transformatie naar Tribal Man is vastgelopen.

Ik weet nog goed dat ik Henk voor het eerst ontmoette. We liepen met een paar man door Amsterdam, op weg naar een concert van iemand die Bruce Springsteen nadeed, en ondertussen babbelden we wat.

Dat lukte slecht. Ik vond het lastig om met Henk te spreken over de opwarming van de aarde, een goed recept voor boerenkool of mijn vaste onderwaterkruk in dat ene hotel. Zijn ogen waren vriendelijk, maar Henk zijn nek communiceerde een heel ander verhaal. Ik vertelde over de geboorte van mijn dochter, maar
ondertussen dacht ik: ‘Jongen, jij moet nog solliciteren later. Als je per ongeluk een stukje peterselie op je voortand hebt dan nemen ze je al niet. Lieve jongen, wat heb je gedaan?’ Ik dacht ook: ‘Die krijgt nooit meer een meisje.’ Dat blijkt mee te vallen.

Het vervelende was ook dat ik steeds aan Anthony Kiedis moest denken, de praatzanger van de Red Hot Chili Peppers. Een bandnaam die mij altijd doet denken aan een dagje Pasar Malam. ‘En dan nu, dames en heren, speciaal uit Den Haag, Rocking Rudie en zijn Hete Rode Pepers. En daarna dansen alsof Indonesië nog van ons is.

Anthony hoorde ik ooit een verhaal vertellen over een van zijn tribal tattoo’s.
Dagenlang had hij zich met vriend Henk Schiffmacher door de jungle geworsteld. (Henk Schiffmacher vind ik een prachtige naam. Bijna net zo mooi als een Duitser die Schnatzebacher Jansen heet.) Na vier dagen lopen stonden ze voor een 
mannetje met een pot inkt, getrokken uit oude schildpadden of zoiets en toen moest Anthony eerst met een speer drie nachtdieren uit een boom gooien om de tattoo te verdienen et cetera.

Nu ja, dat dus. Al die eindeloze kutverhalen die aan zo een tattoo vastzitten, daar had ik helemaal geen zin in. Maar wat Henk van Straten nu doet, dat hele verhaal gewoon opschrijven en de tattoo voor zichzelf laten spreken, eerlijk is eerlijk: dat heeft wel iets.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.