Column

Een discutabel standbeeldje voor de veldmuis

De grote veldmuizenplaag van vorig jaar in Friesland maakte ik min of meer van dichtbij mee. Al in het late voorjaar van 2014 sprak ik een enthousiaste Romke Kleefstra die de invasie van velduilen - zijn lievelingsuil - in Nederland op de voet volgde. Velduilen zijn zowat uit ons land verdwenen, maar in 2014 kwamen ze met tientallen tegelijk naar Friesland, vanwege de overvloed aan veldmuizen.

Een veldmuis.Beeld .

Romke Kleefstra vond dat de veldmuis eigenlijk een standbeeld verdiende. Want het diertje dient ook als stapelvoedsel voor vele andere diersoorten: hermelijnen, vossen, bunzings, wezels, kerkuilen, torenvalk, zowat alle roofvogels eigenlijk. Kortom: zonder de veldmuis zou het een armzalige boel zijn in de natuur.

Hij lijkt wel wat op een kroketje, zei Dick Bekker, die ik, ook in het kader van de rubriek Beestje van de week, sprak. Bekker benadrukte dat er naar zowat het belangrijkste prooidier in de Nederlandse natuur weinig onderzoek was gedaan. Dat hoor ik vaker. Van de naar schatting bijna 40 duizend diersoorten in Nederland zijn er misschien een paar honderd goed onderzocht. Vaak grotere dieren, en zogeheten indicatorsoorten, en vooral probleemdieren, waarvan er te weinig zijn, of juist te veel, in onze ogen. Maar de veldmuis was er gewoon altijd, die vervulde zijn belangrijke rol als prooidier in relatieve anonimiteit.

Tot 2014 dus, toen een normale muizenpiek uitmondde in een serieuze muizenplaag die doorliep tot halverwege vorig jaar. Graslanden van boeren werden volledig kaalgevreten en zagen er na gedane zaken uit als een zwarte gatenkaas. De schade voor boeren bedroeg 73 miljoen euro, zo becijferde boerenorganisatie LTO Noord, het Faunafonds taxeerde bij meerdere bedrijven schadebedragen van meer dan 100 duizend euro. Dat standbeeld voor de veldmuis komt er voorlopig niet, vermoed ik.

Wel is de veldmuis nu gepromoveerd tot probleemdier en verscheen er onlangs een onderzoek naar de oorzaken van de muizenexplosie, met aanbevelingen om een plaag in de toekomst te voorkomen. Een degelijk onderzoek van het bureau Altenburg en Wymenga, waaraan een groot aantal partijen en onderzoekers meewerkten. De uitkomsten wekken geen verbazing. De omstandigheden in Friesland zijn kortweg ideaal voor veldmuizenplagen. Een open landschap dat verregaand is ontwaterd, met heel veel snelgroeiend gras (voedsel) en weinig bosjes en, daarom, weinig roofvogels die een muizenpiek in een vroeg stadium kunnen indammen. Door het ontbreken van ruigtes en andere kleine landschapselementen kunnen de muizen zich ook snel verspreiden. En muizen hebben een hekel aan koeien in de wei: de schade bij boeren zonder weidegang was aanzienlijker groter. Dat alles leidde, in combinatie met droge weersomstandigheden, tot een muizenplaag.

Je zou het ook anders kunnen formuleren: in een landschap waaruit nagenoeg ieder natuurlijk element is verdwenen, gebeuren extreme dingen. In de praktijk betekent dat: alle subtielere diersoorten (insecten, akker- en weidevogels) verdwijnen of worden zeldzaam, een paar algemene soorten floreren. Een veldmuizenplaag valt op, de ganzenexplosie ook, maar de verdwijnende veldleeuwerik zien we niet. De indruk ontstaat dan al snel dat het de spuigaten uitloopt met de natuur. Terwijl het omgekeerde het geval is: het loopt de spuigaten uit met de verstoring van de natuur op het platteland.

In het veldmuizenonderzoek staan de nodige aanbevelingen. Een aantal daarvan zal ongetwijfeld worden uitgevoerd. Namelijk de aanbevelingen die aangeven hoe je op tijd kunt ingrijpen als een muizenplaag zich aandient. De preventieve maatregelen zullen grotendeels onuitgevoerd blijven, vermoed ik. Het verhogen van waterpeilen, meer koeien in de wei, het bevorderen van predatoren, kortom: meer ruimte voor natuur in de landbouw, dat vergt een mate van omdenken die nog zelden is vertoond op het platteland.

De kern van het probleem aanpakken, dat ligt moeilijk. Dat maak ik ook op uit een Kamerbrief van de nieuwe staatssecretaris van Economische Zaken, Martijn van Dam, van vorige week. Hij kondigt daarin aan dat hij een commissie laat adviseren over de toekomst van de veehouderij. Die moet milieu- en diervriendelijker. Verstandig, maar ik blijf haken aan een zin waarin staat dat de commissie voorstellen moet doen die bijdragen aan 'een verdere verduurzaming van de intensieve veehouderij'.

Dat klinkt naar wat ik zelf jarenlang probeerde: de negatieve aspecten van roken bestrijden zonder te stoppen met roken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden