ColumnJoost Zaat

Een ding is zeker: Dik Troms moedertje had geen corona

‘Dik Trom had zich al drie dagen lang niet in het dorp vertoond. Hij had er geen lust in want zijne moeder, die hij zoo innig liefhad, was ernstig ziek. Zij had eene longontsteking. Lang zweefde zij tusschen leven en dood.’ Dik gaat zitten waken, maar ‘na negen bange dagen en nachten zeide de dokter, dat het gevaar geweken was.’ Zo ging dat in 1891, het jaar van de uitgave van het kinderboek Dik Trom. Als die dorpsdokter zijn literatuur had bijgehouden wist die inmiddels heel misschien dat een bacterie zo’n ‘lobaire pneumonie’ veroorzaakte, maar voor de diagnose had hij alleen een stethoscoop (en wellicht zelfs die nog niet).

Honderddertig jaar later kunnen onderzoekers razendsnel een onbekend virus ontrafelen en een test ontwikkelen maar zitten wereldwijd Diks in quarantaine nog steeds te hopen dat hun ouwe moedertjes blijven leven. Huisdokters hebben behalve hun stethoscoop nog niet veel beters. Want hoe simpel de diagnose ‘longontsteking’ destijds leek, zo ingewikkeld is die nu. Moet je koorts hebben, vieze rommel ophoesten, benauwd zijn én pijn bij ademhalen hebben of is alleen koorts en hoesten genoeg? Horen afwijkingen op de röntgenfoto of CT er nu wel of niet verplicht bij? En wat als er wel afwijkingen op de foto zijn maar geen hoest of geen koorts? Kortom, met zo’n diagnose longontsteking kun je alle kanten uit. 

Huisartsen doen dat ook: ze zien bij een gemiddelde praktijk (tweeduizend patiënten) 32 keer per jaar een longontsteking en 35 keer een bronchitis. Alleen hoesten en snotteren komen veel vaker voor, hoesten bijna 200 keer per jaar en snotteren 180 keer. Vijftig jaar geleden zagen mijn voorgangers bij zo’n praktijkgrootte in een jaar maar 12 keer een longontsteking en 66 keer een bronchitis. Met hoesten gingen mensen überhaupt niet zo snel naar de dokter (24 keer). Ook longartsen lijken steeds vaker mensen met een longontsteking te zien: zo’n 35 duizend in 2012 en vijf jaar later al 42 duizend. Het is niet waarschijnlijk dat die aandoening in een paar jaar tijd 20 procent vaker voorkomt, wel dat longartsen mensen zien die ze voorheen niet zagen of dat ze klachten anders noemen.

Inmiddels leggen nazaten van Diks dokter op zondagmiddag op de tv uit hoe de definitie van een mogelijke coronavirusinfectie aan het veranderen is. Moest je een paar weken geleden nog eerst koorts hebben én in Wuhan geweest zijn, nu mag je uit Tilburg of Diemen komen en koorts is ook al niet meer nodig. Van de 1.099 mensen die in China waren opgenomen of op een polikliniek gezien waren én een positieve test op het nieuwe coronavirus hadden, hoestte maar 68 procent, gaf 34 procent slijm op, had 10 procent geen koorts en nog eens 31 procent maar een heel klein beetje verhoging. Met die kennis schiet ik alleen helemaal niks op, want ik wil het andersom weten: wat is de kans op covid-19 als iemand hoest en een beetje verhoging heeft? In sommige opzichten is het nog steeds 1891.

Lees ook andere columns van Joost Zaat:

Na twee maanden hadden we een nieuw probleem: ze ging niet dood.

Ik koester de mogelijkheid om onder de cholesterolmaffia uit te komen.

De patiënt moet niet de dupe zijn van mijn drukte

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden