ColumnNew York Times

Een daad van verraad die Sri Lanka heeft verscheurd

Langzaam maar zeker kreeg de radicale islam meer vat op de moslimgemeenschap in haar vaderland, vertelt de Sri Lankaanse schrijfster Ameena Hussein.

Kokosnootverkopers op de beroemde markt van Pettah, in de Sri Lankaanse hoofdstad Colombo. Beeld Getty Images
Kokosnootverkopers op de beroemde markt van Pettah, in de Sri Lankaanse hoofdstad Colombo.Beeld Getty Images

Twee dagen na de bomaanslagen in Sri Lanka stond ik bij mijn groenteboer op de Colpetty-markt, symbool van de kosmopolitische stad waar ik woon. Ik ken Ashraff al bijna mijn hele leven. Zijn gezicht stond somber en toen ik hem groette, zag ik dat hij zorgen had. Uiteindelijk vertelde hij met tranen in de ogen dat een man die hij al 35 jaar kende – iemand van de Singalese meerderheid in Sri Lanka – tegen hem had gezegd dat hij niet langer zijn vriend kon zijn. Ik begreep zijn verdriet. Door de aanslagen op Paaszondag is iedereen in Sri Lanka van zijn stuk gebracht. Wij moslims worstelen ook met de vraag hoe dit geweld vanuit onze eigen gemeenschap kon komen.

In de uren en dagen na de aanslagen stuurde ik sms’jes aan al mijn christelijke vrienden, met verontschuldigingen voor wat de daders hadden aangericht. Zelfs al staan deze terroristen qua ideologie nog zo ver van mij af, toch voelde ik schaamte.

Mijn ontzetting komt deels voort uit het besef hoe ver delen van de moslimgemeenschap verwijderd zijn geraakt van de rest van ons land. De wortels van de moslims hier gaan terug tot aan de Arabische handelaren en soefi-mystici die in de 7de eeuw de islam naar Sri Lanka brachten. De handelaren trouwden met de plaatselijke vrouwen; de soefi’s kwamen op pelgrimstocht naar Adam’s Peak, omdat daar een voetafdruk van Adam te zien zou zijn. Ik kom zelf uit een doorsnee-moslimfamilie: we gaan met iedereen om in dit multi-etnische land met zijn vele talen. Geen van ons heeft voor de hidjab gekozen. Ons geloof zit in ons hart, niet in onze kleding.

In de afgelopen pakweg dertig jaar heeft zich in het geniep een verandering voltrokken. Misschien begon het toen Sri Lanka begin jaren tachtig hele horden dienstmeisjes naar het Midden-Oosten begon te sturen, onder wie veel moslimvrouwen. Veel van hen gingen daar de abaja of hidjab dragen en toen ze terugkwamen, trokken ze die niet uit. Aanvankelijk lieten zij luidruchtig weten dat de Sri Lankaanse moslims een verwaterde versie van de islam beleden, dat ze hun gebeden niet in correct Arabisch uitspraken en dat ze niet fatsoenlijk gekleed waren volgens islamitische richtlijnen – vooral de vrouwen.

Deze strenge interpretatie van de islam kreeg voet aan de grond. Ik merkte het voor het eerst toen een man weigerde mij een hand te geven en toen moslims hun gesprekken gingen doorspekken met religieuze Arabische zinsneden. Jonge moslimmannen die ik uit de stad kende, trokken naar het platteland om daar het juiste geloof te prediken. De duidelijkst zichtbare verandering was dat moslimvrouwen niet langer hun traditionele sari of shalwar kameez droegen, maar die inruilden voor de hidjab, abaja of nikab. En veel moslimmannen lieten hun baard staan.

Tegenwoordig is het soefisme ondergronds gegaan en hebben radicale wahabieten en salafisten veel moskeeën in Sri Lanka overgenomen. Door Saoedi’s bekostigde religieuze scholen met puriteinse predikers hebben menigeen ervan overtuigd dat het soefisme een bedreiging vormt voor een ‘pure’, oorspronkelijke islam.

Een conservatieve moslim is natuurlijk nog geen gewelddadige terrorist. Voor sommige moslims hier was het echter maar een kleine stap van conservatisme naar de van haat doordrenkte ideologie van IS.

Het is ironisch dat terwijl conservatieve moslims zich steeds meer terugtrekken in de eigen groep, gematigde en liberale moslims als ik het aanspreekpunt worden voor beschuldigingen. Mijn eigen vrienden hebben mij gevraagd uit te leggen hoe onze toch altijd zo goed geïntegreerde moslimgemeenschap plotseling lijkt te zijn omgeslagen in een bevolkingsgroep van buitenstaanders.

En hoe zichtbaarder moslims in Sri Lanka werden, hoe meer ze het doelwit werden van geweld. In de afgelopen jaren is een extremistische boeddhistische groep, de Bodhu Bala Sena (Boeddhistische Strijdmacht) begonnen te prediken tegen de moslimgemeenschap. Ze sporen hun volgelingen aan om moslimbedrijven te boycotten en verspreiden kwaadaardige leugens over moslims op sociale media. Zulke groepen en hun volgelingen zijn vorig jaar in verband gebracht met geweld tegen moslims in het zuiden en midden van Sri Lanka.

Ondanks al deze signalen hebben opeenvolgende regeringen niets gedaan. Het gestuntel en de incompetentie van de regering bij het omgaan met de recente waarschuwingen voor de aanslagen van Pasen zijn breed uitgemeten. Uit de planning, omvang en precisie van de aanslagen blijkt dat er maanden, zo niet jaren van voorbereiding aan vooraf zijn gegaan en dat een langzaam maar diepgaand proces van radicalisering is genegeerd.

Voordat er in 2009 een eind kwam aan de burgeroorlog in Sri Lanka, is die radicalisering misschien zelfs wel aangemoedigd door regeringen die dat vuurtje opstookten met het idee dat ze er hun voordeel mee konden doen bij het veel grotere offensief tegen de Tamiltijgers. Er zijn visa verstrekt aan extremistische buitenlandse predikers zodat die hun ideologie konden verspreiden en er werden religieuze scholen opgericht zonder toezicht op het lesprogramma. En sommige moslimleiders hebben van de radicalisering gebruikgemaakt om hun machtspositie te verankeren.

Een paar mensen hebben een daad van verraad gepleegd die ons land heeft verscheurd en onze gemeenschap heeft verlamd. Uiteindelijk ligt de schuld bij hen. Maar velen onder ons realiseerden zich niet hoe diep de verrotting al zat. Hoe heeft een gemeenschap die zo verweven was met het land, zichzelf zo kunnen losscheuren?

Dit is een ingekorte versie van Ameena Husseins column in The New York Times. Vertaling: Leo Reijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden