ColumnFrank Kalshoven

Een corona-opslag op de winstbelasting van, zeg, 10 procentpunt, is geen rare gedachte

Speciale c-opslag op de winstbelasting helpt straks de rekening te betalen.

De overheid houdt dezer dagen de economie aan de praat, door arbeidskosten over te nemen en garant te staan voor leningen van bedrijven. Dat is prima beleid, en een dure grap – duurder naarmate het langer duurt. Gaan bedrijven helpen deze rekening te betalen?

Het overheidsbeleid voorkomt (in veel gevallen) dat in principe gezonde en winstgevende ondernemingen failliet gaan, zodat er door de c-crisis alleen tijdelijke en geen permanente schade wordt aangericht aan de economie. Wat betekent ‘in principe gezond’? Wat is de aard van winst in 2020? Hoe kan het bedrijfsleven de overheid helpen?

Niet te voorzien. Onvoorspelbaar. Zonder precedent. Zo kijken we naar de c-crisis. Tegen zo’n gebeurtenis kan een onderneming zich toch niet wapenen? Zelf niet als die ‘in principe gezond’ is? Hierop is wel wat af te dingen.

De c-crisis is een geval: de kans dat zoiets gebeurt is klein; de impact als het gebeurt is groot. Tegelijkertijd denk ik dat weinig bedrijven een ‘pandemie-verzekering’ hebben afgesloten, als die al bestaat.

Maar elke onderneming die ‘in principe gezond’ is, houdt oog op de risico’s waaraan het bedrijf blootstaat. Dat zijn er tientallen, soms zelfs honderden. Van wanbetaling van klanten tot leveranciersproblemen, van ict-risico’s tot de kans op merkschade. Voor die risico’s waarvan de gevolgen bedreigend zijn voor de organisatie sluit een ‘in principe gezonde’ onderneming verzekeringen af; voor de rest houdt de onderneming voldoende eigen vermogen aan, al dan niet in combinatie met kredietfaciliteiten. Een ‘in principe gezonde’ onderneming kan tegen een stootje.

Dit perspectief nodigt uit tot het stellen van vragen en een observatie. De vragen: kwamen ondernemingen niet vreemd vroeg in de problemen? Zou een ‘in principe gezonde’ onderneming niet wat robuuster moeten zijn? Als we het van een zzp’er normaal vinden dat hij een spaarpot heeft om maanden vooruit te kunnen in geval van omzetdaling, geldt dat dan niet ook voor ondernemingen? Of zijn die tienduizenden aanvragen van bedrijven voor loonkostensteun vooral ingegeven door onzekerheid over de toekomst? Nu gaat het nog wel, maar als dit echt lang duurt …

De observatie is deze. In feite functioneert de overheid dezer dagen als een verzekeraar die het brandende huis van de Nederlandse economie in dekking neemt. Tot nut van het algemeen, in het belang van de werkenden, én in het voordeel van de betrokken individuele ondernemingen. En tegen hoge kosten. Wie gaat de verzekeringspremie (helpen) betalen?

Oók de ondernemingen, mag ik hopen. En wel zonder morren. Het ligt in de rede de winstbelasting te verhogen, zelfs al dit jaar. Als verlies maken in 2020 betekent dat een onderneming het willekeurige slachtoffer is geworden van onvoorzienbare virale omstandigheden, dan is winst maken uiteraard even willekeurig – en sowieso mede te danken aan het gevoerde overheidsbeleid. Een corona-opslag op de winstbelasting van, zeg, 10 procentpunt, is daarom geen rare gedachte.

Los hiervan moeten we, als het stof is neergedaald, nadenken over de eisen die worden gesteld aan het weerstandsvermogen van ondernemingen. Banken, die in de vorige crisis werden gered met overheidsgeld, werden na afloop gedwongen stapsgewijs sterker te worden door meer eigen vermogen aan te houden – en daar hebben we nu veel plezier van.

Echt gezonde ondernemingen zijn toch net iets anders dan ‘in principe’ gezonde ondernemingen.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? E-mail: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden