ColumnSylvia Witteman

‘Een chagrijn ben ik niet. Nee, een chagrijn moet je mij niet noemen’, zei ze

Het duurde lang, in de apotheek. De vrouw die naast me zat te wachten had dan ook een tatoeage op haar pols in de vorm van een lemniscaat; zo’n liggende 8, het teken van oneindigheid. Misschien kwam ze erg vaak in apotheken. Ze was van mijn leeftijd, mager, met kortgeknipt haar en een donsjack. Ze tuurde moeizaam op een folder over kruidenshampoo. ‘Leesbril vergeten?’, vroeg ik, want ik kén dat.

Ze draaide haar hoofd naar me toe en keek me polemisch aan, met kleine ogen in een vierkant gezicht. Een boze dobbelsteen. ‘Kerstmis vier ik alleen’, zei ze. ‘Daar doe ik helemaal niet moeilijk over. Je kunt veel over me zeggen, maar niet dat ik chagrijnig ben. Nee, een chagrijn moet je mij niet noemen.’

‘Dat was ik ook niet van plan’, antwoordde ik. Als ik een goed mens was zou ik haar stante pede uitnodigen om bij mij Kerstmis te komen vieren, maar ik vind Kerstmis al moeilijk genoeg zónder mensen die niet chagrijnig genoemd willen worden.

‘Mijn ex zat altijd maar te zeuren’, ging ze voort. ‘Dat ik vaker boodschappen moest doen, en afwassen, en de hond uitlaten. Nou, daar kan ik helemaal niet tegen. Ik heb gezegd, weet je wat jij doet, makker, ga jij maar lekker tegen iemand anders zeuren. Doei! Nou, en hij weg hè? Woe-dend. Terwijl, ik zei het heel vriendelijk, want een chagrijn ben ik niet. Dat kun je van mij niet zeggen. Ja, mijn moeder noemde me altijd een chagrijn, maar die is dood.’

‘Ach jee’, zei ik. Het was te warm in die apotheek. ‘Nou heb ik een zus’, vervolgde de vrouw. ‘En die doet ook altijd zo moeilijk. Ze bemoeit zich overal mee. Ze zegt dat ik onder de mensen moet komen. Ik zeg, leuk idee, Martje, maar ik heb geen auto. Dat zit er niet aan hè, van de bijstand. En zij weer van, ‘dat gaat toch wel zónder auto?’ Ze heeft zelf geen auto, maar dat moet zij weten. En wat denk je? Staat ze de volgende dag voor mijn deur met een fiets. Een fiets! ‘Kun je lekker fietsen, da’s gezond’ zegt ze ook nog.’

Haar ogen fonkelden van woede. ‘Dus wat doe ik’, zei ze. ‘Ik draai zo voor haar ogen het ventiel uit die achterband. En ik zeg: ‘Hier Martje, heb je je fiets terug. Ga maar lekker lopen, da’s gezond.’ En zij weg hè, met die fiets aan de hand. ‘Doei, Martje!’, roep ik haar nog na. Heel netjes.

Want een chagrijn ben ik niet. Nee, een chagrijn moet je mij niet noemen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden