Column Eva Hoeke

‘Een burn-out,’ vervolgde Bep, vrolijker nu, als een kind dat het goede antwoord heeft gegeven.

Beeld Valentina Vos

Er stond een vrouw door het zijraam te turen.

Kort grijs haar, hand boven de ogen, gefronste blik.

Toen ze me zag zitten klaarde haar gezicht op en gebaarde ze dat ze wel even naar achter kwam. Even later zat ze tegenover me, Bep, onze oude huishoudster, die de geur meedroeg van Arbeidsvitaminen, ivoren kammetjes, snoepjes van een cent. Een tijdje geleden was ze bij ons uitgescheeën omdat ze schoonmaken weliswaar als hobby zag, maar ze was toch ook alweer 67. Bovendien had ze zich al een tijdje niet zo lekker gevoeld, buikpijn en moe, zo vreselijk moe, al had ik haar naar het einde toe ook steeds vaker net iets te hard horen mompelen dat de kinderen wel heel veel troep maakten.

‘Hoe gaat het met u?’ vroeg ik. ‘Alweer een beetje de oude?’

‘Nou,’ zei Bep, ‘dat zal ik je vertellen. Weet je nog dat ze maar steeds niet wisten wat ik had?’

Ze keek me aan met een gezicht dat op knappen stond.

‘Ik heb een burn-out.’

Ik staarde haar aan boven mijn koffie. ‘Een burn-out?’

‘Een burn-out,’ vervolgde Bep, vrolijker nu, als een kind dat het goede antwoord heeft gegeven. ‘Dat zegt dokter. Dus dát was het, al die tijd.’

Dáár was de buikpijn van gekomen, daarvan had ze steeds maar liggen woelen en dat had ervoor gezorgd dat ze elke avond de helft de van haar eten in de vullisbak gooide, wat in feite niks voor haar was. ‘Ik ben alweer vijf kilo aangekomen,’ zei ze opgewekt. ‘Vind je me er niet goed uit zien?’

Ik knikte haastig, jazeker, nou en of. Ze kieperde een kuipje melk in haar koffie en schoof even heen en weer op haar stoel, op haar nagels zat een restje paarlemoer.

‘Maar weten ze ook waar die burn-out door is gekomen?’ vroeg ik.

Haar blik verzachtte. ‘Ja, toch het gemis van mijn moeder.’

Bep had een héél lieve moeder, ze had er altijd graag over verteld tussen het afnemen van de plinten en het gemopper op wildgeplakte dierenstickers door. Ze was zorgzaam geweest, niet klagen maar dragen. En ze had alles voor haar kinderen over. Bep: ‘We gingen ook weleens met moe naar de winkel. Kleding kopen. Later ging ik met haar in de rolstoel lopen, en daarna koffie met wat lekkers. Nou kind, daar genóót ze van.’ Twee jaar geleden was haar moeder overleden, op 93-jarige leeftijd, Bep wist zelf ook wel dat je dan niet klagen mocht. ‘Mijn broer Jos zei ook, hij zegt: Bep, we zouden een ellende hebben gehad met moe. Dan had ze naar een verpleeghuis gemoeten en al die vieren en vijven meer, en nu is haar dat allemaal bespaard gebleven. Ze heb een prachtige dood gehad. ’s Morgens, ze piepte er zo tussenuit. Dus ja. Maar wat ik vragen wou.’

Ze keek me aan. ‘Wanneer kom je die lamp en kop en schotels nou eens ophalen?’

Ik dacht bliksemsnel na. In het kader van je eigen slingers ophangen had ze onlangs grote schoonmaak gehouden, op haar telefonisch gestelde vraag of die zalmroze antieke lamp en dito kop en schotels niet iets voor mij waren had ik ja geantwoord.

‘Oké, dan zien ik je snel,’ zei ze even later opgewekt. ‘En maak je om mij maar geen zorgen, ik red me wel. Ik doe mijn eigen huishouden nog, en de boodschappen. En fietsen, dat doe ik ook. Ja, gister niet, toen regende het. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden