Opinie

Een Brexit kan Europa weer socialer maken

Een Brexit kan goed uitpakken voor de EU. En ook voor Nederland, ondanks het verlies aan invloed.

Anti-Europese Unie mokken, te koop aangeboden tijdens de lenteconferentie van de UKIP Partij. Wales, 27 februari.Beeld afp

Een eventuele Brexit komt, gezien de exploderende vluchtelingencrisis en de oplopende internationale spanningen ontegenzeggelijk op een uiterst ongelukkig moment. Maar juist omdat Cameron gemeend heeft uitgerekend dit moment te moeten uitkiezen voor zijn referendum en daarmee, ten koste van het gemeenschappelijke Europese belang, voor de emotionele onrijpheid van zijn achterban capituleert, is een vertrek van de Britten als zodanig niet zo'n ramp.

Zij zijn niet lid van de EU om er iets van te maken, maar om te verhinderen dat de ánderen er iets van maken. Zeker van de Tories mag de EU niet meer worden dan een afzetmarkt voor de financiële (wan)producten van de City, als wier spreekbuis Westminster sinds de dagen van Thatcher functioneert. Om die reden was en is Londen altijd voor territoriale uitbreiding, omdat die inhoudelijke verdieping zou verhinderen, onder het motto 'hoe meer zielen, hoe minder vreugd'. Alleen door de EU steeds groter, en dus steeds leger te maken, kunnen zij, op basis van de illusie van een postuum voortvegeterend Empire, hun eigen mentale spagaat tussen Europa en Amerika volhouden.

Daar komt bij dat ook als de Britten straks met een minieme meerderheid vóór stemmen, de discussie geenszins beslecht is. Zij zal keer op keer terugkeren, als van Londen weer een (bescheiden) offer voor de collectieve Europese zaak wordt verlangd. Europa kan zich echter niet blijvend door de Britse angst voor de eigen onwillige kiezer laten gijzelen. Aan de Britten moet duidelijk worden gemaakt dat als zij nu ja zeggen, dat dan niet weer over een paar jaar ter discussie kan staan. Omgekeerd: als de Britten voor uittreden kiezen, moet dat definitief zijn, zodat ze niet, als de zelfgekozen splendid isolation toch wat minder paradijselijk blijkt uit te vallen, denken na een paar jaar weer te kunnen aanhaken. De EU is geen hop-on-hop-off-bus.

De economische effecten van een Brexit sec worden door voor- en tegenstanders vermoedelijk overdreven. Zeker: de Britten kunnen dan geen invloed meer uitoefenen op de Europese regels, waarnaar zij zich dan toch, net als de Zwitsers en de Noren, zullen moeten richten. Omgekeerd wordt Groot-Brittannië echt geen economische paria als gevolg van een nieuw soort Continentaal Stelsel á la Napoleon. Ook blijft het gewoon lid van de NAVO, die voor de aanpak van de oorlogshaarden aan de randen van Europa nog altijd belangrijker is dan de EU - hoeveel divisies heeft Juncker? - en het zal dus zijn rol in dezen blijven spelen.

De Britse premier David Cameron (r) en Jean-Claude Juncker, voorzitter van de Europese Commissie.Beeld epa

Grootste risico

Het politieke probleem ligt elders. Het Verenigd Koninkrijk loopt met een Brexit zelf het grootste risico: omdat Engelsen en Schotten zeer verschillend tegen Europa aankijken, zou na een Brexit aan hun Vereniging een einde kunnen komen. Maar dat is dan hun eigen keus. Tot een oorlog zal dat niet leiden, en Schotland mag dan vast in de EU terug.

Voor Europa zouden de gevolgen van een Brexit, anders dan voor de Britten zelf, op termijn wel eens gunstig kunnen uitpakken. Peter van Ham prees (O&D, 2 maart) het triumviraat Londen-Parijs-Berlijn mede aan, omdat dat Nederland veel speelruimte zou verschaffen. Het maakt immers een compromis tussen drie politieke tradities noodzakelijk: het Rijnlandse Duitse, het etatistische Franse en het 'onversneden neoliberale' Engelse.

Als constatering is dat correct, maar juist dat onversneden neoliberalisme vormt een hoofdoorzaak van het probleem waarmee Europa kampt: dat het de steun van de eigen bevolking verliest. Europa is voor veel burgers, die erg aan de verzorgingsstaat hechten, door een kwart eeuw dogmatisch neoliberaal beleid komen te staan voor het tegendeel daarvan: voor flexibilisering, privatisering en afbraak van essentiële zekerheden.

Oneerlijke concurrentie

De Britten werpen voortdurend twee belangrijke belemmeringen op voor een socialere koers, die de Europese burgers voor Europa terug zou kunnen winnen: zij zijn tegen zowel fiscale als sociale verplichtingen voor hun eigen land. Op de open markt die Europa intussen is, leidt dat tot oneerlijke fiscale en sociale concurrentie - belastingparadijzen en lage lonen aan gene zijde van de Noordzee - die de beschaafdere Europese landen vervolgens tot meegaan in een race to the bottom dwingt.

Inderdaad: onder leiding van de VVD, die - tegen de wens van de meerderheid van de bevolking - een zelfde afbraakkoers voorstaat, is Nederland de grootste fan van de Britten, en met onze eigen belastingparadijzen ook een partner in crime. Ontegenzeggelijk zal Rutte met de val van Cameron een belangrijke bondgenoot verliezen, en daardoor Nederland ook met een Brexit fors aan invloed inboeten.

Maar met de stugge vrijemarkt-koers die Den Haag nog steeds vaart, is dat geenszins een ramp. Integendeel. De Europese bevolking is het neoliberale gedachtengoed meer dan beu, getuige de electorale opstanden van Frankrijk (Le Pen) tot Spanje (Podemos). Als het neoliberalisme een doodsklap krijgt, zou zo'n tijdelijk verlies aan Nederlandse invloed met het oog op een socialer - en dus stabieler - Europa wel eens een grote zegen kunnen zijn.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.

Ontegenzeggelijk zal Rutte met de val van Cameron een belangrijke bondgenoot verliezen.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden