Verslaggeverscolumn Nadia Ezzeroili

Een boze, bange en geharnaste levenshouding is voor Laila Ait Baali geen optie

We zouden het eigenlijk hebben over haar steun voor Nasrin Sotoudeh.

Drie dagen eerder stond Laila Ait Baali, programmamanager bij genderplatform WO=MEN, in Den Haag te demonstreren voor Sotoudeh. De Iraanse mensenrechtenadvocaat is onlangs veroordeeld tot 38 jaar cel en 148 zweepslagen omdat ze tegen het verplichten van de hoofddoek strijdt. Zelf draagt Laila sinds haar 22ste een hoofddoek – vrijwillig, benadrukt ze, en om de eenvoudige reden dat ze haar devotie aan God wil uitdrukken.

Ik wilde Laila spreken, omdat er mensen zijn die haar misschien niet helemaal kunnen plaatsen: een vrouw, wier eigen hoofddoek in Nederland geregeld onderwerp is van overspannen discussie, maar die solidariteit toont met een vrouw die duizenden kilometers verderop vastzit omdat ze juist géén hoofddoek wil dragen. Een vrouw die haar steun soeverein en zonder voorbehoud – niet alleen gratuit met de mond belijdt, maar ook de straat op gaat om aandacht te vragen voor het lot van Sotoudeh. Wat drijft haar?

Laila Ait Baali tijdens de demonstratie voor Nasrin Sotoudeh. Beeld Nadia Ezzeroili

Maar het gesprek loopt anders.

Op de dag van de aanslag in Utrecht hebben we afgesproken in een café, pal aan het Haagse Binnenhof. De locatie is toevallig – de afspraak was reeds voor de aanslag gemaakt. Maar het nieuws is nog vers en schept weinig duidelijkheid. Thierry Baudet loopt haastig voorbij, richting de Tweede Kamer. De muziekafspeellijst van het café shuffelt What’s going on van Marvin Gaye.

Laila kijkt zorgelijk. Ze heeft zojuist een appje ontvangen van haar moeder, die in het bestuur zat van een moskee in Heerenveen. De moskee heeft instructies gekregen om gelovigen op te roepen niet naar het gebedshuis te komen. Komt de aanslag uit de hoek van extreem-rechts, zoals enkele dagen hiervoor in Christchurch? ‘Ik houd mijn hart vast’, zucht Laila.

Extra beveiliging voor het Binnenhof. Beeld Verslaggeverscolumn

En wat als de schutter jihadistische motieven blijkt te hebben, vraag ik.

Laila: ‘Dan hoop ik dat we als Nederlandse samenleving weerbaarder zijn dan in de periode na 9/11 en de moord op Theo van Gogh.’

In die tijd droeg Laila nog geen hoofddoek. Ze zat destijds in de laatste klas van het vwo. Klasgenoten vormden een vijandsbeeld van moslims, zegt ze – en dus ook van Laila. ‘Ik zal nooit het moment vergeten dat ik naar een klasgenoot keek en schrok van de haat en woede die ik in zijn ogen las. En dit was iemand met wie ik altijd grappen kon maken, iemand die mij goed kende.’

Uiteindelijk kwam het goed tussen haar en de klasgenoot, zegt Laila – mede dankzij docenten die er alles aan deden om de polarisatie in de samenleving niet binnen de schoolmuren te laten sluipen. Maar het duurde lang voordat Laila weer onbevangen durfde te praten over haar islamitische en Marokkaanse achtergrond. ‘Elk woord werd gewogen. Ik moest voortdurend oppassen dat ik niet verkeerd werd begrepen. Dat was een eenzame tijd.’

Na haar studie Internationaal Europees Recht speelde Laila even met de gedachte haar geluk te beproeven in Marokko. Een stage in Rabat bracht de grote ontnuchtering. Minzaam lachend om haar eigen naïviteit: ‘Buiten vakantietijd bleek Marokko een keiharde wereld.’

Laila Ait Baali.

Nu is Laila 35 jaar, getrouwd en moeder van drie jongens. Een boze, bange en geharnaste levenshouding is voor haar geen optie. Dat wil ze ook de jongere generatie met een migratieachtergrond, die nu worstelt met angst voor rechts-populistische partijen, meegeven. ‘Verlies jezelf niet in emoties en kruip niet in je schulp. Anders leef je in een heel klein wereldje waar je niet vooruit komt. Je bent hier. Er is racisme. Maar wees dapper en ga het gesprek aan.’

En, zegt ze, het relativeert om eens over de grenzen te kijken om te zien dat het daar erger is gesteld met onderdrukking.

Om maar antwoord te geven op mijn aanvankelijke vraag: ‘Het lot van mensen in de verdrukking en mijn hoop in menselijke veerkracht is wat mij drijft.’

En zo gebeurde het dat ze op de dag van de terroristische aanslag in Christchurch niet naar de moskee ging om troost te zoeken bij andere moslims – ‘al heb ik zeker om de slachtoffers gehuild’ – maar in Den Haag demonstreerde voor Nasrin Sotoudeh. ‘De levens van de slachtoffers in Christchurch kunnen we niet meer terug halen, maar het leven van Nasrin kan nog gered worden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.