VerslaggeverscolumnMichel Maas in Veenendaal

Een boekhandelaar die zijn eigen vonnis verkoopt

De Boekenweek is nog maar een paar uur oud en het is al dringen aan de kassa bij Van Kooten. Echt gedrongen wordt er niet. Daarvoor zijn de klanten te beleefd. Een man die zich voorstelt als Jan van der West komt steun betuigen, zegt hij. Opgetogen zegt hij tegen de boekverkoper: ‘Ik heb u een gedichtje gestuurd over dwarsdenken.’

‘O was u dat!’, antwoordt deze opgewekt.

Van arrogantie of stakerige benen is niets te bekennen. En dat zou toch wel moeten bij deze boekhandel, want de schrijver Özcan Akyol heeft die zelf gezien. Hij heeft ze althans prominent beschreven in zijn Boekenweekessay Generaal zonder leger. Dat vernietigende essay wordt ook hier verkocht, maar wel voorzien van een boekenlegger waarop staat: ‘Elke overeenkomst met bestaande personen berust op toeval’, met een knipoog-smiley erbij.

Het essay en de knipoog.

Die knipoog staat er omdat iedereen toch wel weet wie er wordt bedoeld als in het essay sprake is van ‘een boekhandelaar in Veenendaal’, want er is maar één boekhandelaar in Veenendaal, en dat is Albert van Kooten. En die ‘komt er niet zo goed vanaf’, bekent hij zelf, en dat is nog zwak uitgedrukt. In het essay is hij de verpersoonlijking van het kwaad. ‘Ik vertegenwoordig kennelijk de betonrot in de literatuur.’

‘Maar humor overwint alles’, zegt hij over zijn boekenlegger, al is hij tot nu toe flink aan de verliezende hand, want tegen Eus, zoals Özcan Akyol meestal genoemd wordt, is hij niet opgewassen. ‘Ik ben niet mediageniek’, zegt Van Kooten. Eus is dat duidelijk wel. Die laat zich overal uitnodigen om het te hebben over het incestueuze, arrogante literaire wereldje waar schrijvers elkaar bewieroken, en zelfs met hun uitgever op vakantie gaan, die gedistingeerde Borsalino-hoeden dragen en bretels.

Zijn boekwinkel is een warme winkel met een leestafel, gratis koffie, duizenden boeken waartussen er niet één ontbreekt, en een toptientafel waar Jeroen Brouwers’ Cliënt E. Busken op nummer 1 staat. ‘Een meesterwerk’, zegt Van Kooten, omdat hij dat vindt.

In de winkel staat ook de Zeven Zussen-serie van Lucinda Riley, boeken die Van Kooten samenvat als ‘lectuur’. Want dat is het. Maar sinds het essay is het arrogant om dat te zeggen. Het is minachtend tegen de Riley-lezeressen, vindt Eus. In een interview in het Boekenweek Magazine zegt de schrijver zelfs: ‘Daarmee zeg je jullie zijn idioten dat jullie dat lezen... Zo plaats je jezelf boven die andere mensen en dat is gewoon een vorm van fascisme.’

Boekenweekdrukte bij Van Kooten.

Een fascist, zucht de boekhandelaar. ‘Het is een klap in je gezicht. Eus schrijft een aantal dingen die zó níet over mij gaan dat het pijn doet.’

De stichting CPNB die de Boekenweekboekjes uitgeeft, had Van Kooten gewaarschuwd: ‘Dit kan heel groot worden.’ En het werd groot, vooral op tv, waar Eus een doorgewinterde gast is en Van Kooten niet: ‘De Wereld Draait Door belde maandag om zes uur of ik om zeven uur aan wilde schuiven om weerwoord te geven. Ik heb nee gezegd. Als ik tussen Matthijs van Nieuwkerk en Eus ga zitten maak ik geen schijn van kans. Dat zijn twee vrienden die allebei een rel willen: dat verlies ik altijd. Ik ben niet mediageniek. En dinsdag belde Jinek, of ik woensdag wilde komen, daar zat Eus ook.’

Albert van Kooten bleef maar beter in Veenendaal, en is nu voor de buitenwacht wat Eus van hem heeft gemaakt: een Riley-hater. Sigmund steekt de draak met hem in de Volkskrant, en Cruijff-biograaf Auke Kok twittert dat hij ‘met knikkende knieën’ naar de bieb in Veenendaal gaat, waar hij Van Kooten gaat zien ‘Die volgens essay van @OzcanAkyol gevaarlijk elitair is’.

Albert van Kooten, ‘Ik ben niet mediageniek’.

In de boekhandel heerst gelukkig een andere stemming. Een vrouw komt Van Kooten speciaal even melden dat hij wordt genoemd in Trouw, ‘in het hóófdcommentaar! Je doet het wel goed hoor!’

De vrouw van de bakker? vraag ik. ‘Nee, de vrouw van de organist’, lacht Van Kooten. Een zure lach, want Eus heeft hem ook de nodige narigheid over de vrouw van de bakker (die van Lucinda Riley houdt) in de mond gelegd. Gelukkig reageert zij daarop zoals alleen een vrouw van de bakker dat kan: ‘Ze heeft vanochtend een taart bezorgd.’

Want er is geen denken aan dat hij op haar neerkijkt: ‘Als mensen genieten van Lucinda Riley ga ik ze echt niet vertellen dat ze beter Jeroen Brouwers kunnen lezen. Waarom zou ik. Ik verkoop boeken, en ik veroordeel niemand om wat hij leest. Ik ben blij met elke klant. Het zou toch wat zijn als ik alleen zou verkopen wat ik zelf mooi vind.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden