Column Peter Buwalda

Een boek verfilmen is net zo heilloos als het opdrinken van een karbonade door een rietje. Bewijs dat maar eens!

Ik denk vaak na. En niet zachtjes. Soms komt Eus, de buurman, vragen of het gekraak kan ophouden.

Een van de zaken die ik aldus verzonken graag behandel, is het verschil tussen boeken en films. De twee hebben iets met elkaar te maken, dat voelt zelfs de man op straat aan zijn water, maar ondertussen, en daar hoor je hem nooit over, juist helemaal niks.

De belangrijkste van mijn overpeinzingen maak ik openbaar, zo hoort dat, zoals de inmiddels experimenteel bewezen stelling dat een boek verfilmen net zo heilloos is als het opdrinken van een karbonade door een rietje.

De wetenschap stortte er zich halsoverkop bovenop, een stuk sneller dan destijds op de algemene relativiteitstheorie, constateerde ik. Waarop Einstein jaren moest wachten, viel mij na twee weken te beurt, wat ook iets zegt over de urgentie, denk ik dan. (Zie: www.henkbovekerk.nl/het-peter-buwalda-karbonade-experiment.)

Deze Henk en zijn team, zich noemende De gebroken rug, deden het volgende: ze kochten ribkarbonades van de keurslager, rietjes van McDonald’s (die ik eerlijk gezegd nogal breed vond, en bovendien zonder geribbelde bocht erin, maar goed, een rietje is een rietje). Ook kochten ze, ter controle, een boek, Things Fall Apart, en een dvd van de verfilming ervan. Het experiment kon beginnen. Eerst probeerden ze de karbonades rauw op te zuigen, wat niet lukte.

Stop maar. Bewezen. Peter heeft gelijk.

Maar zo makkelijk kwam mijn stelling er niet af. Mijn collegae wetenschappers wilden overduidelijk niet naar Stockholm, in ieder geval niet in mijn gezelschap. Ze besloten de lappen vlees te braden, vervolgens in stukken te snijden en ten slotte te vermalen in een blender.

Aan die mogelijkheid had ik, filosoferend op mijn canapé, nog niet gedacht. Wetenschappelijk leek het me edoch valide. Het CERN zette een complete deeltjesversneller in, daar ging Einstein ook niet over lopen zeiken. Al was hij toen al dood, trouwens, dus zeker weten we dit niet.

De onbestemde, vezelige, witte pap die uit de blender tevoorschijn kwam, noemden Henk en zijn mannen ‘Buwalda’ – wat ik genereus vond. Wetenschappers zijn onderling een stuk royaler dan schrijvers. Als iets goed is, dan draaien ze er niet omheen, zelfs niet als het ‘verschrompelde vleesvlokken’ zijn ‘die tegen onze huigen ketsen’ (Henk et al.) als je ze opslorpt door je rietje. Dat is namelijk alsof ze… alsof ze… een film hebben zitten maken van je favoriete boek.

Bijvoorbeeld Philip Roths American Pastoral, waarnaar mijn broer Mike van de week zat te kijken.

‘En?’

‘Nul sterren. Ik ben meteen gaan opzoeken wanneer het ding uitgekomen is. En of Roth toen al dood was.’

‘En?’

‘Helaas niet.’

Ik probeerde hem op te vrolijken met de gedachte dat Roth de kist in kon met de zekerheid dat het boek beter was. Hierna kregen we het over het sterrensysteem, en wat je eraan had.

‘Alleen op de kleuterschool werkten ze even grofmazig’, zei Mike. ‘Van die dicht te kleuren bolletjes, weet je wel, Mike kan zich prima, goed, matig, onvoldoende, slecht op zijn taakje concentreren.’

‘Misschien moeten ze boeken koppelen aan voetballers’, stelde ik voor. ‘Geen sterren meer, maar een voetballer. Ik vind dit een Jan Wouters. Daar stel ik me een goed, degelijk boek bij voor. Niet American Pastoral, dat is meer een Zinedine Zidane. Snap je?’

‘Zeker snap ik dat’, zei Mike.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden