Column Merel van Vroonhoven

Een beginneling, die struikelend en fouten makend probeert zich het vak van leraar eigen te maken

Beeld Rebecca Fertinel

Merel van Vroonhoven zegde haar topbaan als bestuursvoorzitter van financiële waakhond AFM op om leraar in het speciaal onderwijs te worden. Hoe die opmerkelijke overstap verloopt beschrijft ze vanaf vandaag in een reeks columns.

Voor het eerst in lange tijd kwam er weer een brief met de post. Dit keer niet in een vertrouwde blauwe envelop of van geschept ­papier met een zwarte rand eromheen, maar een witte met het logo van de Autoriteit Financiële Markten erop. Twee kantjes met daarop nauwkeurig vermeld wat ik nog verplicht ben te doen nu ik de deur van het pand aan de Amsterdamse Vijzelgracht definitief achter me dichttrek. Het doet me even slikken.

Saldo resterende vakantiedagen doorgeven, mijn kast op kantoor leegmaken, de toegangspas inleveren en mijn laptop, iPad en mobiele telefoon. Mijn telefoonnummer mag ik meenemen.

Oh ja, of ik ook het exit-formulier wil invullen en de functietitel ‘voorzitter van het bestuur van de AFM’ van mijn LinkedIn-profiel wil verwijderen. Welke functietitel er dan moet komen, daar rept de brief niet over.

Hoe noem ik mezelf daar dan? Zij-instromer? Wat is dat in vredesnaam voor beroep. Pabo-student dan? Ze zien me aankomen, een vrouw van middelbare leeftijd die een leesbril nodig heeft om de lesstof te kunnen lezen. Meld ik erbij dat ik in mijn ­vorige leven een hele mevrouw was, met een auto met chauffeur en andere privileges? Moet ik zeggen dat ik geen secretaresse meer heb via wie ze me kunnen bereiken? Dat ik nu zelf mijn agenda bijhoud, die dus volstaat met dubbele en verkeerd geplande ­afspraken?

Is het überhaupt nog relevant om te vermelden wat ik hiervoor deed? Resultaten uit het verleden bieden immers geen garantie voor de toekomst. Help, wie ben ik nog?

Als zij-instromer is je grootste worsteling dat je van de ene op de andere dag voor je gevoel niets meer voorstelt en nergens meer bij hoort. Je bent een beginneling, die struikelend en fouten makend probeert zich het vak van leraar eigen te maken. Daar sta je dan, in een klas vol verwachtingsvolle kinderen die heel goed doorhebben dat je geen doorgewinterde meester of juf bent en daar dankbaar gebruik van maken.

Niet het feit dat je een nieuw vak moet leren of tig jaar werkervaring aan de wilgen hebt gehangen, niet het inkomensverlies, maar het verlies van professionele identiteit ervaart de zij-instromer als grootste obstakel. Het ontbreken van een antwoord op de vraag: ‘Wie ben ik nog?’ Dat is doodeng, in een tijd waarin ons werk een groot deel van onze identiteit bepaalt.

Ik ben niet de enige zij-instromer met deze worsteling. Bij de Engelse organisatie Now Teach, die ik onlangs bezocht, hebben ze dat haarfijn in de gaten. Zij-instromers kunnen daar hun dilemma’s en ervaringen delen. Zo voelt de voormalige dokter, advocaat of bankdirecteur zich weer onderdeel van een groep. Samen met al die andere ‘ervaren beginners’ vindt hij een nieuwe identiteit. Hierdoor loopt hij niet gillend weg als het ­tegenzit, maar gaat door en wordt succesvol in zijn nieuwe vak.

Terwijl ik mijn AFM-spullen in een doos stop en het exit-formulier invul, denk ik terug aan dat bezoek.

Met hernieuwd zelfvertrouwen typ ik in het vakje ‘functietitel’ op mijn LinkedIn-profiel: ‘Ik ben Merel, een ervaren beginner.’

Lost de zij-instromer het lerarentekort op?

Al bijna twee decennia kent het onderwijs het fenomeen van de zij-instromer. Hoeveel personen hebben de overstap gemaakt en is het een succes? Vijf vragen over zij-instromers bij het lerarentekort. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden