Opinie

Econoom Bas van Bavel over hoe de markt zichzelf om zeep helpt

Door de eeuwen heen hebben markteconomieën een cyclus doorlopen van opkomst, bloei en verval, zegt Bas van Bavel. Dat klinkt zeer verontrustend, toch schetst de economisch historicus geen doemscenario.

Bas van Bavel Beeld Illustratie: Gees Voorhees, foto: Simon Lenskens

Wat heeft het huidige Nederland gemeen met het middeleeuwse Irak, Italiaanse stadstaten of onze eigen pruikentijd? Volgens Bas van Bavel, hoogleraar economische geschiedenis aan de Universiteit Utrecht, veel meer dan ons lief is. Stuk voor stuk zijn het markteconomieën. En elk vielen zij na een indrukwekkende bloeiperiode ten prooi aan de onvermijdelijke stagnatie, beschrijft hij in De onzichtbare hand - Hoe markteconomieën opkomen en neergaan, de deze maand verschenen Nederlandse vertaling van zijn boek. Van Bavels originele analyse is des te verontrustender omdat die neergang niet op de eerste plaats het werk was van bemoeizuchtige overheden, buitenlandse rivalen of verwende werknemers. Het verval komt van binnenuit: de markt helpt zichzelf om zeep.

Die boodschap komt op een vreemd moment. De Nederlandse economie groeit met meer dan 3 procent per jaar, de werkloosheid bevindt zich op het laagste niveau sinds jaren en wereldwijd leefden er nooit eerder in de geschiedenis zo weinig mensen in armoede. Maar het past wel in een academische trend. Hoewel de crisis achter de rug is, schetst de ene na de andere wetenschapper de afgelopen jaren sombere vergezichten. Van de snel groeiende kloof in rijkdom die Thomas Piketty beschreef (Kapitaal in de 21ste eeuw) en de waarschuwing voor 19de-eeuwse toestanden door econoom Branko Milanovic (Wereldwijde ongelijkheid) tot de Duitse socioloog Wolfgang Streeck die zelfs het einde van het kapitalisme profeteert (de niet in het Nederlands verschenen essaybundel How Will Capitalism End?).

Stuk voor stuk zien zij een sluimerende ontwikkeling die onze huidige welvaart dreigt te ondermijnen. Bij Van Bavel speelt 'de markteconomie' de hoofdrol. In dat te pas en te onpas genoemde, maar zelden echt begrepen systeem wordt de economie niet op de eerste plaats geleid door de overheid, eeuwenoude tradities of de communistische partij. Kopers en verkopers vinden elkaar via 'de markt'. En dan gaat het niet alleen om goederen en diensten, zoals groenten of een knipbeurt. Ook de drie elementaire ingrediënten van al onze welvaart - menselijke arbeid, de grond waarop en waarvan we leven, plus het kapitaal dat bijvoorbeeld nodig is om machines aan te schaffen - worden tegen betaling verhandeld via markten. Denk aan de arbeidsmarkt of de financiële markten.

In een grootse greep maakt Van Bavel een vergelijking tussen de belangrijkste historische voorbeelden van zulke door marktwerking gedomineerde beschavingen. Zijn conclusie liegt er niet om. Zonder uitzondering doorlopen zij dezelfde fatale cyclus van opkomst, bloei - en verval.

CV Bas van Bavel

1964

Geboren in Breda

1998

studie geschiedenis, Universiteit Utrecht

2007-nu

hoogleraar aan de Universiteit Utrecht

2013-nu

Van Bavel mengt zich in het Nederlandse debat naar aanleiding van Thomas Piketty's Kapitaal in de 21ste eeuw

2016

Oorspronkelijke, engelstalige versie The Invisible Hand? verschijnt bij Oxford University Press

2016

benoemd tot lid van de prestigieuze Academia Europaea

De gangbare economische geschiedenis laat zich samenvatten als een eindeloze tocht op een sjokkende ezel. Pas richting het slot, met de industriële revolutie, wordt die plotseling ingeruild voor een Formule 1-auto. U plaatst daar een radicaal ander beeld tegenover.

'Toen ik in de jaren negentig onderzoek begon te doen naar historische voorbeelden van markten, was het dominante perspectief inderdaad dat van een simpele, rechte lijn. Aan het einde van de geschiedenis schiet die de lucht in. Dan verspreidt de markteconomie, brenger van onze moderne welvaart, zich over onze planeet. Ik geloofde daar ook in. Maar gaandeweg ontdekte ik samen met een groep collega's dat er iets niet klopte. Ten eerste blijkt de markteconomie niet, zoals eerder gedacht, pas in de 19de eeuw te zijn ontstaan in Groot-Brittannië. Al veel eerder waren er markteconomieën in middeleeuws Irak, de Italiaanse stadstaten en de lage landen. Tweede inzicht: hoewel markten op die plekken nog lange tijd dominant bleven, trad er toch economische en politieke stagnatie op. Dat druist in tegen de heersende economische doctrine. Die voorspelt immers dat markten hand in hand gaan met permanent groeiende welvaart en vrijheid.'

Welke consequenties heeft dat voor de heilige graal van de economische historici: het antwoord op het mysterie waarom sommige delen van de wereld welvarend werden en andere arm zijn gebleven?

'Er is sprake van een cyclus. Historisch gezien zijn onvrijheid en ongelijkheid de norm. Slechts in enkele gevallen zie je dit oeroude patroon doorbroken worden. Zoals in het Nederland van de 15de eeuw. Dat was niet te danken aan de markt, maar aan mensen die zichzelf op allerlei manieren organiseren. In de strijd tegen het water ontstonden de waterschappen. Dorpelingen, bijvoorbeeld in Drenthe, beheerden met zijn allen weidegronden en bossen, de zogenoemde commons. In steden als Utrecht en Antwerpen had je natuurlijk de machtige gilden van ambachtslieden. Er was dan wel geen democratie met algemeen kiesrecht, maar naar schatting nam in de lage landen zo'n beetje de helft van de hoofden van huishoudens deel aan de politieke besluitvorming. Dat is relatief veel. In zo'n uitzonderlijk gelijkwaardige samenleving, waar de macht niet langer uitsluitend in handen is van een koning of de adel, zie je vervolgens dat markten zich kunnen ontwikkelen en uiteindelijk dominant worden.'

Waarop ze hun eigen succes ondermijnen...

'Aanvankelijk generen markten nog meer groei. Ze belonen initiatief en ondernemerschap en stimuleren arbeidsdeling. Dat is ook de fase waarin grote technologische sprongen plaatsvinden - denk aan de duizenden windmolens die aan het einde van de Middeleeuwen gebouwd werden. Maar markten zorgen tegelijkertijd voor groeiende ongelijkheid in vermogen. Op den duur vertaalt die opgehoopte rijkdom zich in politieke macht. Dat is het moment dat rijke elites, zoals de Hollandse regenten, de markt gaan kapen. Ze herschrijven de spelregels in hun voordeel. Dat gaat ten koste van de bredere welvaart. In Nederland gebeurde dat vanaf de 17de eeuw. We hebben het dan wel over de Gouden Eeuw, maar de echte bloeiperiode was toen al achter de rug. Uit onderzoek weten we dat in plaatsen als Leiden, het belangrijkste industriële centrum, de gemiddelde lengte van de mensen - de beste graadmeter voor de levensstandaard - in die tijd sterk afnam.'

U heeft het over 'markten' en 'markteconomieën'. Zijn dat geen economische ficties? In datzelfde Leiden werden de lonen van textielarbeiders gewoon van bovenaf ingeperkt door het stadsbestuur, ten gunste van de werkgevers. Niks marktwerking.

'Dat is juist een heel interessant voorbeeld. Natuurlijk bestaat de vrije, spontane markt uit de economische theorie niet. Er is altijd bemoeienis van buitenaf, meestal van overheden. Maar in dit geval had de Habsburgse regering al in de 16de eeuw, toen er economische problemen ontstonden, voorgesteld om de lonen centraal vast te leggen. Daartegen kwam de regering van Holland toen in het geweer. Loonvorming is het werk van God alleen, schreef zij. Daarin mocht de mens niet ingrijpen.

'Dat is wat ik de positieve periode van de markteconomie noem, ook omdat deze vrijheid toen gepaard ging met maatschappelijke gelijkwaardigheid. Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking was rond 1600 in Holland bijna twee keer zo hoog als in de rest van Noordwest-Europa. Met het aan de macht komen van de regenten veranderde dat. Het van bovenaf beperken van de lonen is daar een typisch voorbeeld van.'

Marktwerking kan goed én slecht zijn?

'In het huidige politieke debat lijkt het alsof je voor of tegen de markt moet zijn. Dat komt doordat we er in zulke vage termen over praten. 'De markt doet dit' - dat soort nonsens. Of de markt goed of slecht werkt, hangt helemaal af van de precieze inrichting en inbedding ervan. Bovendien moet je onderscheid maken tussen twee soorten markten. De ene is een systeem om producten en diensten te verhandelen - graan of zijde bijvoorbeeld. Dat zie je overal gebeuren, door de hele geschiedenis heen. Minder gebruikelijk is het dat de markt ook beschikt over de bouwstenen van het leven: de drie productiefactoren grond, kapitaal en arbeid. Ik vraag me af of mensen wel beseffen hoe belangrijk dat is. Je ziet dat rijke elites dan op den duur twee van die drie productiefactoren in handen krijgen: grond en kapitaal. De rest van de bevolking heeft alleen nog haar vermogen om arbeid te leveren en dat maakt ze extreem afhankelijk.'

Groeiende vermogensongelijkheid is cruciaal in de door u geconstateerde omslag van goede naar slechte marktwerking. U heeft zich stevig gemengd in het Piketty-debat in Nederland. Beïnvloedt dat niet de blik waarmee u naar het verleden kijkt?

'Absoluut niet. Het werkt omgekeerd. Ik heb me eerst beziggehouden met het begrijpen van historische ontwikkelingen, waaruit bleek dat vermogensongelijkheid een doorslaggevende factor was. Pas later ben ik over onze eigen tijd gaan schrijven. Zo hoort het ook, want de geschiedenis is het enige echte economische laboratorium dat we hebben. Op het niveau van de economie als geheel kun je nu eenmaal moeilijk natuurlijke experimenten uitvoeren.'

Waarom is vermogensongelijkheid zo belangrijk?

'Het publieke debat draait vooral om inkomsensongelijkheid. Om bonussen en salarissen aan de top. Dat zie ik vooral als een symptoom. Vermogensongelijkheid is veel fundamenteler. Niet omdat het oneerlijk of immoreel is dat de een rijk is en de ander arm. Dat interesseert mij niet. Waar het om gaat, is dat grote vermogens kunnen worden omgezet in maatschappelijke invloed, en uiteindelijk in politieke macht. En dan heb ik het niet over die 10- of 20 duizend euro die lezers van de Volkskrant op hun spaarrekening hebben staan. Het gaat om miljarden euro's. Als je dan weet dat de vermogensongelijkheid in onze westerse markteconomieën niet minder groot is dan in, pak hem beet, de eerste de beste Afrikaanse dictatuur, moeten er toch alarmbellen afgaan. Dat botst met het idee van de markt als een neutraal mechanisme, waaraan iedereen kan deelnemen en rijkdom kan verwerven. Bovendien wordt uit economisch onderzoek steeds duidelijker dat grote vermogensongelijkheid kan leiden tot stagnatie.'

Zoals bijvoorbeeld in middeleeuws Irak gebeurde. Uw beschrijving van die neergang leest als een analyse van Amerika onder Trump. De doorslaggevende rol van het grote geld bij verkiezingen, de elites die zichzelf via die weg fiscale douceurtjes toestoppen, de steeds slechter onderhouden wegen en irrigatiewerken, exploderende uitgaven aan politie en leger, de opmars van speculatie ten koste van productieve investeringen.

'In de afgelopen verkiezingscampagne heeft zowel Trump als Clinton 2 tot 3 miljard dollar uitgegeven. Dat is tekenend voor de politieke invloed van het grote geld. De Verenigde Staten lopen voorop in dit proces. Dé vraag voor ons in Nederland is hoe wij die ontwikkeling denken te gaan stuiten. We hebben iets meer tijd dan de Amerikanen. Nederland is pas in de jaren tachtig een markteconomie geworden. Voor die tijd was de overheid veel dominanter in de economie. Je had bovendien de coöperatieve banken, verzekeraars, maar ook de woningbouwcorporaties en de familiebedrijven. Boeren bijvoorbeeld, met hun eigen grond, machines en arbeid. Het is in die tijd dat onze levensstandaard tot zulke grote hoogten is gestegen.'

Dat betekent dat we een verkeerd beeld hebben van hoe Nederland rijk is geworden. Maar waaruit leidt u af dat de aftakeling al begonnen is?

'De markt kan heel lang blijven zorgen voor economische groei, in de vorm van een stijging van het bbp. Dat gebeurde ook in de Gouden Eeuw. Maar net als toen groeit de levensstandaard van grote delen van de bevolking niet meer in dezelfde mate mee. Ook op dit moment vragen mensen zich af waarom, als we in een hoogconjunctuur zitten, hun lonen niet meestijgen. Ze voelen aan: hier klopt iets niet.'

De Nederlandse economie groeit met 3,1 procent. Dat is andere koek dan de chaos waaraan, pak hem beet, de Iraakse beschaving ooit ten onder ging. Toen rukte de slavernij op, de bevolking verarmde massaal en de bijna failliete overheid begon steeds vaker vermogens te confisqueren. Geen van die ontwikkelingen speelt op dit moment in Nederland.

'Gelukkig maar! De technologische vooruitgang stelt ons in staat een steeds hogere levensstandaard te behouden. Maar kijk nogmaals naar de Verenigde Staten. Zij zijn eerder een echte markteconomie geworden dan de Europese landen. De koopkracht voor midden- en lagere inkomens stagneert er dan ook al sinds het midden van de jaren zestig. Net als ooit gebeurde in Irak, Italië en de lage landen. Als we niets doen, is dat ons voorland.'

Toont de geschiedenis, ook die van de VS, niet juist dat democratieën in staat zijn het verval af te wenden? De afgelopen eeuw hebben westerse landen kartelwetgeving ingevoerd om machtsconcentratie van bedrijven te stoppen, er kwamen sterk progressieve belastingen en dankzij gratis onderwijs groeide de kansengelijkheid.

'Dat klopt allemaal. Maar je kunt je afvragen hoe definitief die zogenaamde ommekeer was. Ik zou het liever een tijdelijke ombuiging noemen. Neem de Amerikaanse New Deal in de jaren dertig. Al direct na de Tweede Wereldoorlog is de macht van de vakbeweging gebroken en zijn de financiële markten deels geliberaliseerd. Neoliberalen als Ronald Reagan en Margaret Thatcher waren een schakel in die ontwikkeling, niet het begin.'

Hoe verklaart u als economisch historicus dat we rijker zijn dan ooit en het tegelijkertijd ondergangsscenario's regent?

'Ik zal het woord 'ondergang' zelf nooit in de mond nemen. Zet dus alstublieft niet zo'n apocalyptische kop boven dit artikel. Over een langere termijn zou ik het omschrijven als een terugkeer naar de natuurlijke staat van de samenleving. Of we het nou leuk vinden of niet: die wordt gekenmerkt door ongelijkheid. Dat is niet onvermijdelijk. Een nieuwe golf van zelforganisatie zou het machtsevenwicht in theorie kunnen herstellen, net als in de positieve beginfase van de markteconomie. Ook zullen we iets moeten doen aan de groei van de enorme vermogens, bijvoorbeeld door belastingontwijking eindelijk serieus aan te pakken. Het is nog niet te laat, maar dan moeten we nu wel heel snel in beweging komen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.