Opinie

Economen zijn geen harteloze misantropen

De enige waarde die de economie oplegt, is dat meer welvaart beter is dan minder welvaart.

Minister van Economische Zaken Henk Kamp tijdens de bijeenkomst 'De staat van de economie', waar ondernemers, onderzoekers en economen samenkomen. Beeld anp

Na een lange bergwandeling onder de brandende zon komen drie wandelaars, onder wie een econoom, dorstig en uitgeput aan op een magnifiek uitkijkpunt. Uren geleden hebben ze het laatste water opgedronken. Op het uitkijkpunt is geen stalletje of frisdrankautomaat te bekennen. Gelukkig hebben vorige wandelaars twee onaangebroken flessen mineraalwater in de schaduw van de bomen achtergelaten.

Er zijn verschillende manieren om het schaarse water onder de uitgedroogde wandelaars te verdelen. De econoom vindt een veiling waarin de meest biedende het water krijgt niet bij voorbaat verwerpelijk. De andere twee wandelaars zien meer in een gelijke verdeling van de beperkte hoeveelheid water, waarbij de oudste wandelaar meer krijgt dan de jongste. Of waarbij de dames eerst hun dorst mogen lessen en dan de heren.

Zijn economen een ander slag mensen? Wordt iemand als econoom geboren of is hij het product van jarenlange met de paplepel ingegoten economische principes? Het verhaal van Sedlacek doet vermoeden dat hij overtuigd is dat economen niet worden geboren, maar tijdens hun studie worden gemaakt. Dan wordt studenten voorgehouden dat economie een positieve wetenschap is die louter beschrijft en analyseert. Maar, en daar zit volgens Sedlacek het venijn, achter die positieve façade schuilt wel degelijk een normatieve wetenschap die zich - zonder dat de economiestudent het weet - aan hem opdringt en hem zich eigen maakt. Economie is omgekeerd normatief.

Sedlacek heeft gelijk. Economen zijn normatief. Hun norm is het verbeteren van de leefomstandigheden. In economische termen: we proberen de welvaart te verhogen. Economen zijn in essentie wereldverbeteraars. De drang om de wereld te verbeteren zat er al vroeg in. Het leitmotiv van de grondlegger van de economische wetenschap, Adam Smith, was 'the greatest good for the greatest number'. Een centrale stelling van Smith is dat mensen vaak onbedoeld meewerken aan maatschappelijke doelen. Er lijkt een 'onzichtbare hand' aan het werk. De onzichtbare hand bestaat niet. Dat weten economen met Adam Smith al heel lang.

Barbara Baarsma Beeld -

Wiskunde

In de voetsporen van Smith hebben economen zich altijd met de relatie tussen ethiek en economie beziggehouden. Sedlacek zegt dan ook niet dat economie geen ethiek kent, maar dat economie is verworden tot toegepaste wiskunde. Het is ronduit ironisch dat wiskunde hier wordt gezien als de wig tussen economie en ethiek. Het zijn grote wereldverbeteraars - denk aan de Nobelprijswinnaars Ragnar Frisch en Jan Tinbergen - die aan de wieg hebben gestaan van de wiskundige economie.

Zo lang wiskunde in economie een middel is en geen doel, is er geen probleem. Kern van elke wetenschap is immers abstractie, en wiskunde kan in de economie helpen om die abstractie vorm te geven. Pas als wiskundige modellen zo abstract worden dat ze nauwelijks meer iets zeggen over mensen van vlees en bloed, verwordt economie tot een technische vaardigheid en verliest economie zijn ziel.

Wat is economie? Economie is geen exacte wetenschap die in staat is om op decimalen nauwkeurig te voorspellen. Het is geen wetenschap die is gebaseerd op natuurwetten en theorieën die verifieerbaar of falsificeerbaar zijn met formele logica en experimentele toetsing, zoals de natuurkunde dat wel is. Het is een maatschappijwetenschap die terugkomt in het leven van alledag.

Economie is bovendien een zeer breed vakgebied. Net zoals geneeskunde vele specialisaties kent, heeft economie die ook. Net zoals patiënten aan artsen om zekerheid vragen - leef ik nog 1 of 2 jaar? - vraagt de maatschappij aan economen om voorspellingen. Als patiënten meer ernstige aandoeningen tegelijk hebben, is het natuurlijk moeilijk om te voorspellen hoe het ziekteverloop zal zijn. Toch laten artsen zich regelmatig verleiden om een voorspelling te doen. Economen weerstaan die verleiding ook niet en lange tijd gingen de voorspellingen erin als koek. Dat veel economen de crisis niet zagen aankomen, betekent voor velen dat economie dus wel een slechte wetenschap moet zijn.

Zo simpel is het niet. Velen zagen de crisis niet aankomen. De patiënt, onze economie, leed aan vele ziektes tegelijk - slecht functionerende financiële markten, en toezichthouders die dat niet erkenden, woningmarkten vol luchtbellen en consumenten die geloofden dat luchtbellen niet bestonden en rendementen eeuwig zouden doorgroeien. Ja, de crisis betekent een serieus lesje bescheidenheid voor de macro-economische voorspelmodellen, maar maakt economie in de volle breedte geen slechte wetenschap.

Marktdenkers

Het is wel de voedingsbodem waarop de ideeën van Sedlacek gretig aftrek vinden. Sinds de crisis is er veel kritiek op economie als wetenschap. Die kritiek zou je kunnen samenvatten als: economie wordt bedreven door een stelletje marktdenkers, terwijl de crisis heeft laten zien dat markten niet goed werken.

Economen wordt verweten liberaal te zijn. Ik snap dat wel. Economische analyses beginnen steevast bij de markt en beargumenteren vervolgens op grond van het falen van die markt een rol voor de overheid. Maar het verwijt is onterecht. Economie is namelijk - in tegenstelling tot het liberalisme - geen politieke ideologie, maar een wetenschap waarin de verdeling van schaarse goederen en diensten centraal staat. We praten vaak over de markt, maar dat is niets anders dan de ruil van goederen en diensten tussen individuen. Kenmerk van de ruil is dat het product niet onbeperkt voorhanden is; er is sprake van schaarste. Schaarste dwingt ons om keuzes te maken en over die keuzes gaat economie. Economische analyse begint dus klein bij mensen van vlees en bloed - burgers en ondernemers - en hun keuzes en dilemma's.

De kracht van de economie is niet om aan te geven wat goed en slecht is, de kracht is om op basis van feiten en analyse aan te geven welke verdeling het meeste welvaart oplevert. Daar zit een waardeoordeel in: namelijk dat meer welvaart beter is dan minder. Voor economen is het begrip welvaart breed. Het is veel meer dan geld, winst of inkomen. Welvaart is alles wat ons welzijn beïnvloedt en waarvoor schaarse middelen worden ingezet.

Economen als Sedlacek vinden dat er meer dan één waardeoordeel zit in economische analyses, bijvoorbeeld rationaliteit. Rationaliteit is geen morele keuze, maar een veronderstelling die je kunt toetsen. Economen hebben er geen oordeel over, zij kunnen slechts constateren dat mensen zich irrationeel gedragen en de analyse aanpassen.

Hogere welvaart

De kracht van economie is dat die maar één waarde oplegt aan een analyse, terwijl andere maatschappijwetenschappen veel meer waarden opleggen. De enige waarde die economie oplegt, is dat meer welvaart beter is dan minder welvaart. De andere maatschappijwetenschappen hanteren daarnaast andere criteria, waaronder: democratische legitimatie, rechtszekerheid, rechtsgelijkheid en effectiviteit. Deze veelheid aan waarden maakt dat er geen eenduidig criterium is voor een overheid om te beslissen of iets nu wel of niet aan de markt kan worden overgelaten.

Door het aanreiken van economische inzichten en feiten worden beter onderbouwde en betere beslissingen genomen, waarbij 'beter' maar één morele lading heeft: betere beslissingen zijn beslissingen die tot een hogere welvaart leiden.

Weer terug naar het verhaal van de bergwandeling in de brandende zon. De econoom onder de dorstige bergwandelaars roept met zijn gedrag het beeld op van een gevoelloze misantroop. Dat past bij het beeld dat veel mensen, zeker na de crisis, hebben van economen. Ik heb daar een ander beeld tegenover gesteld: economen kennen de morele dimensie van hun vak, economen zijn geen gewetenloze marktdenkers.

Het 'verloren-briefexperiment' ondersteunt dat. Voor aanvang van een college ligt er in de zaal een open envelop met postzegel, met een brief en een biljet van 10 euro. De onderzoekers deden dit 32 keer in een college voor economen en 32 keer in klassen van andere disciplines. De resultaten zijn opvallend: 56 procent van de economen geeft de achtergelaten brieven terug, en slechts 31 procent van de achterblijvers in de klassen voor niet-economen. Dit verschil is statistisch significant. Maar ook hier is niet duidelijk of economen vanaf hun geboorte goede mensen zijn of dat hen dat in hun colleges is aangeleerd.

Deze tekst is de ingekorte versie van Baarsma's toespraak tijdens de 32ste Van der Leeuwlezing. Het is een coreferaat bij de lezing van de spraakmakende Tsjechische econoom Tomas Sedlacek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden