Economen waaien te veel met de wind mee

Economen moeten in hun adviezen meer durven ingaan tegen de stroom van het economisch getij, betoogt Wimar Bolhuis.

FNV-lid tijdens een actie voor een flexibele AOW voor mensen met zware beroepen, 18 mei 2017. Foto ANP

Met de wind meewaaien. Dat zou je nooit verwachten van economen. Maar nu de economie weer in hoogconjunctuur is aanbeland, blijkt het economische debat sterk van toon veranderd. Waar de aandacht de afgelopen jaren was gevestigd op de betaalbaarheid van de overheidsfinanciën, verschuift die nu steeds meer naar de sociale gevolgen van de crisismaatregelen.

In laagconjunctuur was het doel van de keuze om flexibele arbeid te stimuleren een doelmatiger arbeidsmarkt en meer innovatie door ondernemerschap. In hoogconjunctuur ontstaat debat of het leidt tot een te lage loongroei en arbeidsinkomensquote en grotere sociale ongelijkheid tussen flexwerkers en vaste krachten.

In laagconjunctuur was het doel van de keuze om de AOW-leeftijd te verhogen een hogere arbeidsparticipatie en houdbare overheidsfinanciën. In hoogconjunctuur ontstaat debat of het leidt tot een te sterke benadeling van ouderen die door hun fysiek niet kunnen doorwerken.

In laagconjunctuur was het doel van het fiscaal stimuleren van arbeidsdeelname van de minst verdienende of niet-werkende partner een hogere arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid van vrouwen. In hoogconjunctuur ontstaat debat of het leidt tot een te ongelijke positie tussen twee- en eenverdieners.

Gevolgen

Het vergroten van flexibele arbeid en ondernemerschap, het verhogen van de AOW-leeftijd en het stimuleren van tweeverdieners waren economische stokpaardjes voor en tijdens de crisis. Het IMF, de DNB, het CPB en wetenschappers uiten steeds meer zorgen over de sociale en politieke gevolgen ervan.

Hieruit blijkt dat in een tijd van crisis doelmatigheidsargumenten de boventoon voeren en in economisch hoogtij rechtvaardigheidsargumenten. Elke econoom leert dat rechtvaardigheid vaak geld kost, omdat herverdeling leidt tot groeiverlies. Deze uitruil maakt het meewaaien met de wind vanuit een irrationeel, psychologisch perspectief begrijpelijk. In een hoogconjunctuur is er meer bereidheid de kosten van rechtvaardigheid te betalen. In een laagconjunctuur is dit draagvlak minder.

Maar de essentiële vraag is waarom economen, die juist opgeleid worden om een rationeel, economisch perspectief te bieden, hun aandacht voor doelmatigheid en rechtvaardigheid niet gelijkmatig over de conjunctuurcyclus verdelen. Oftewel, tegen de stroom inroeien als het nodig is.

En belangrijker: beseften de economische adviseurs en politieke beslissers eigenlijk wel welke negatieve effecten hun ideeën zouden hebben? Nu lijkt het er sterk op dat het stokpaardjes waren, waardoor economen beperkte aandacht hadden voor hun effecten op rechtvaardigheid. In hoogconjunctuur gaat men de realistische implicaties pas echt doordenken. Alsof economen nu pas echt beseffen dat meer flexibele arbeid, een hogere AOW-leeftijd en het prikkelen van tweeverdieners nadelen hebben. Nu de gevolgen zichtbaar worden, en zij door de aantrekkende economie voelen dat er armslag is om de prijs van rechtvaardigheid te betalen.

Zo kondigt minister Wiebes nu zonder al te veel overleg aan de Groningse gaskraan dicht te draaien, stelt minister Koolmees voor om voor oudere werklozen de sollicitatieplicht af te schaffen en verhoogt minister De Jonge het budget voor de ouderenzorg met miljarden. Het is lastig dit alles los te zien van de ‘moderne’ discussies onder economen over rechtvaardigheid. Bezuinigingsmoe politiek Den Haag benut de toon van die discussies dankbaar en zet alle kaarten op verdelingsvraagstukken. Het past bij het seizoen. Vanuit electoraal perspectief is dit gedrag van politici begrijpelijk.

Wispelturige beleidskeuzes

Maar het maakt ook duidelijk dat de cyclus van doelmatigheid en rechtvaardigheid een sterke beleidsmotor is, waar politici en economen verder over moeten nadenken. Niet alleen nu, maar ook bij de uitbraak van een nieuwe crisis. Want de wispelturige beleidskeuzes veroorzaken behoorlijke economische, sociale en politieke schade.

Waar een electoraal perspectief nog een verklaring biedt voor de wisselende keuzes van politici, blijkt ook de advisering van economische specialisten enigszins cyclisch te zijn. Terwijl economische adviezen in elk jaargetijde rationeel en gebalanceerd zouden moeten zijn. En als zelfs economen niet rationeel adviseren, hoe kunnen zij dan wel rationele verwachtingen hebben van politici, bedrijven, banken, burgers en consumenten, of hen zelfs rationeel keuzegedrag voorschrijven?

Een voor de hand liggend antwoord is dat economen ook gewoon mensen zijn, en daarom meewaaien met het draagvlak voor doelmatigheid en rechtvaardigheid.

Dat kan zo zijn. Maar heel veel mensen nemen de ideeën van economen vrijwel als waarheid aan, omdat ‘een econoom er wel verstand van zal hebben’. De econoom is bijna een beschermde diersoort. Er lijkt een debat nodig of dit terecht is. De hoge status van economen is alleen gerechtvaardigd als ze gepaard gaat met verantwoordelijkheidsbesef: nooit met de wind meewaaien, altijd tegen de stroom inroeien.

Wimar Bolhuis is econoom, bestuurskundige en psycholoog. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.