Dwing ons niet te kiezen tussen Klei- en Woudfries

De Fryske Akademy dwingt het Fries in een keurslijf om het maar zo veel mogelijk op een 'echte' taal te laten lijken.

Voor de wedstrijd Heerenveen-Ajax op 30 december 2005 (uitslag 4-2) wordt het Friese volkslied gespeeld.Beeld Guus Dubbelman/ de Volkskrant

Het Fries, officieel erkend door de rijksoverheid als tweede taal in Nederland, is een minderheidstaal. Van de ongeveer 650.000 inwoners van de provincie kan naar eigen zeggen 73 procent de taal spreken en 25 procent die schrijven. Voor het geschreven Fries bestaat een algemeen aanvaarde norm. Anders dan bij het Nederlands bijvoorbeeld is daarin veel ruimte voor dialectvarianten, met name voor de twee grootste dialecten: het Kleifries en het Woudfries. De redenen daarvoor zijn complex. Hier is het genoeg om op twee factoren te wijzen: de relatief zwakke positie van het Fries als schrijftaal én het ontbreken van een dominant dialect, in sociaal-economisch of cultureel opzicht.

In het kielzog van het 'rechttrekken' van enkele inconsequenties in de spelling van het Fries heeft, formeel op verzoek van Provinciale Staten van Friesland (PS), de Fryske Akademy (FA) gemeend ook in de taalnorm te moeten ingrijpen. Zo heeft de FA, die onder de wetenschappelijke verantwoordelijkheid van de KNAW valt, een woordenlijst ontwikkeld waarin bij variatie steeds één vorm de voorkeur 'geniet'.

We geven een enkel voorbeeld. Het uiteraard zeer frequente, eeuwenoude en tot het hart van de taal behorende voornaamwoord 'jij' kent óók in de schrijftaal twee algemeen gebruikte en bekende varianten: 'do' (Kleifries) en 'dû' (Woudfries). De FA heeft nu 'do' als voorkeursvariant aangemerkt (en met 'do' nog duizenden andere varianten).

Verzet

De in alle stilte voorbereide ingreep van de FA heeft in de Friese taalgemeenschap veel verzet opgeroepen. Zo hebben meer dan honderd vooraanstaande hoogleraren, taalkundigen, schrijvers, docenten en uitgevers Provinciale Staten opgeroepen het voorgenomen besluit met betrekking tot de taalnorm niet uit te voeren. Om te voorkomen dat ook de medewerkers van de FA zich zouden uitspreken over de nieuwe taalnorm, heeft de directie van de FA hun een spreekverbod over het onderwerp opgelegd. Dat is ernstig, zeker voor een wetenschappelijk instituut.

De tegenstanders van de 'taalhervorming' hebben legio argumenten voor hun bezwaren naar voren gebracht. We noemen tien kernpunten:

1. De huidige schrijftaalnorm sluit wél op het taalgebruik van de Friese gemeenschap aan;
2. de bestaande variatie is voor iedere lezer vertrouwd en begrijpelijk;
3. een kunstmatige, van bovenaf opgelegde taalnorm ondermijnt de toch al zwakke positie van het Fries als schrijftaal nog meer;
4. wat de wetenschappelijke onderbouwing betreft: er is door FA en provincie geen probleemanalyse en geen draagvlakonderzoek gedaan;
5. de FA heeft zich niet laten adviseren door deskundigen van buiten de Friese wetenschap (bijvoorbeeld de Nederlandse Taalunie);
6. de FA heeft ondanks grote en nog steeds aanhoudende externe druk maar een fractie van de concrete uitwerking van haar plannen laten zien;
7. de FA heeft maar liefst vijf (deels tegenstrijdige) criteria nodig om haar nieuwe taalnorm te ontwikkelen;
8. 'positieve' besluitvorming over de nieuwe taalnorm zal tot chaos leiden, alleen al omdat er lange jaren twee taalnormen naast elkaar zullen bestaan;
9. het voorschrijven van een taalnorm hoort niet tot de taak van een wetenschappelijk instituut als de FA;
10. de provincie heeft haar eigen inspraakprocedure voor nieuw beleid niet gevolgd en ze heeft evenmin de wettelijke bevoegdheid een taalnorm aan de gemeenschap op te leggen.

'Echte' taal

De hamvraag is waarom de provincie en FA ten koste van alles hun plannen willen doorzetten. Het argument dat het onderwijs er zo'n behoefte aan zou hebben, is twijfelachtig: het is namelijk niet onderzocht. De werkelijke reden zou weleens te maken kunnen hebben met de gewenste status van het Fries. Dat moet, net als andere cultuurtalen, zo veel mogelijk op een 'echte' taal lijken en daarin is geen ruimte voor allerlei varianten.

Provincie en FA leggen de aanhoudende kritiek al anderhalf jaar naast zich neer. Er is met de tegenstanders slechts schijnoverleg gevoerd. Maar juist dezer dagen, nu PS een definitief besluit over de plannen moet nemen en er geen tijd meer voor verder verzet is, voert de FA plotseling een charme-offensief uit. De instelling heeft een voorlichter in dienst genomen en de directeur geeft interviews.

Gedeputeerde Staten hebben op 7 oktober de plannen van de FA al aangenomen. Het valt te hopen dat het hoogste bestuursorgaan, PS, medio december wel een wijs besluit neemt. Daarbij moet het de 378.000 euro die het al in het project heeft gestoken maar als verlies incasseren. En het zou van moed getuigen als PS besluiten de taalnormkwestie grondig door een onafhankelijke groep van taalkundigen en andere wetenschappers te laten onderzoeken.

Pieter Breuker, sociolinguist, Eeltsje Hettinga, schrijver-dichter, Elske Schotanus, schrijver, Abe De Vries, dichter, Henk Wolf, taalkundige.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden