Opinie

Duyvendak over Franse verkiezingen: het verstikkende verlangen naar eenheid

Als Le Pen en Mélenchon straks onverhoopt in de tweede ronde tegenover elkaar staan, dan is dat niet alleen slechts nieuws voor Europa maar ook voor minderheden binnen Frankrijk, betoogt hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam Jan Willem Duyvendak.

Toeristen op de Champs Elysées, een dag nadat daar een politieagent werd doodgeschoten in een aanslag. Beeld afp

"On est chez nous! On est chez nous!" scanderen de aanhangers van Marine Le Pen bij iedere manifestatie van het Front National. Dat klinkt op het eerste gezicht wellicht nog huiselijk: "Men is bij ons thuis!" Maar radicaal-rechts bedoelt dit bepaald niet als een hartelijk welkom aan 'anderen'. Deze slogan kan niet worden misverstaan; hier wordt geclaimd dat alleen zijzelf in Frankrijk thuis horen en niemand anders. Hun behoort het Franse huis.

Vaak wordt gesteld dat het Front National een Fremdkörper is in de Franse politiek: Frankrijk is toch immers het land dat openstaat voor iedereen, waar je staatsburgerschap kunt krijgen als je er geboren wordt, waar geen onderscheid wordt gemaakt naar kleur of klasse, waar broederschap heerst? Hoe kan het dan dat juist in Frankrijk, het land dat universele mensenrechten wil belichamen, een xenofobe partij zo hoog lijkt te gaan scoren bij de eerste ronde van de presidentsverkiezingen a.s. zondag?

Het antwoord is dat de populariteit van nativisme en xenofobie geen uitzonderingen zijn, geen anomalieën, maar een repeterend aspect van de Franse geschiedenis. De groei van het racistische Front National is een direct gevolg van het 'kleurenblinde' ideaal van Frankrijk: Frankrijk kan niet of nauwelijks omgaan met verschillen.

Laicité

Bijna alle Franse politieke stromingen zijn geobsedeerd door eenheid. Dit vaak met de beste bedoelingen, want de republikeinse gedachte was (en is) dat als iedereen 'de' Franse waarden omarmt, diverse mensen vreedzaam kunnen samenleven. Kernstuk van deze waarden is de laicité, de scheiding van kerk en staat, waarbij de staat neutraal is en ieders godsdienstvrijheid garandeert. Op papier klinkt dit prachtig maar in de praktijk is de laicité verworden tot een knellend concept op grond waarvan politieagenten op het strand patrouilleren of Moslima's wellicht burkini's dragen en waar hoofddoekjes op openbare scholen verboden zijn.

Frankrijk wil geen verschillen kennen, wil ze niet zien (niet toevallig is dan ook iedere registratie op basis van etniciteit verboden) maar daarmee zijn ze natuurlijk nog niet verdwenen. Frankrijk gaat om met verschillen zoals een kind dat verstoppertje speelt en zijn of haar handen voor haar ogen houdt: je denkt dat je onzichtbaar bent omdat je jezelf verblindt. Daarmee vergeet je wat je belichaamt. Concreet: de dominante meerderheid in Frankrijk is verleerd om naar zichzelf te kijken omdat ze zichzelf zag en ziet als de belichaming van het algemene. Deze afkeer van communautarisme heeft geleid tot een parlement waar nauwelijks etnische minderheden in vertegenwoordigd zijn noch bijvoorbeeld openlijke homoseksuelen.

Vrouwen waren ook lange tijd zwaar ondervertegenwoordigd in parlement en senaat. Alleen met een fantastische truc zijn ze erin geslaagd om dat te veranderen: als het toch niet uitmaakte welke identiteit(en) een volksvertegenwoordiger belichaamde, waarom dan niet afgesproken dat 40% een vrouwelijk lichaam heeft? En zo werd de parité althans voor deze groep op deze plek gerealiseerd. Maar dat is bij wijze van hoge uitzondering.

De Franse socioloog Christophe Bertossi laat in zijn recent verschenen boek 'La citoyenneté à la francaise. Valeurs et réalités' zien dat in de loop van de tijd laicité steeds benauwder is opgevat. Terwijl deze eerst juist godsdienstvrijheid moest garanderen en meisjes bijvoorbeeld toestond om met hoofddoekjes naar school te gaan, werd de laicité meer recent een stok om bepaalde publieke religieuze uitingen mee te slaan. Hoe diverser Frankrijk wordt, hoe minder ruimte er blijkt voor verschillen.

Maar daarmee zijn de verschillen in werkelijkheid nog niet verdwenen en juist minderheden ervaren dat sterk. In het kleurenblinde Frankrijk denkt meer dan 50 procent van de zwarte Fransen dat witte Fransen hen niet als Frans zien, en dat percentage stijgt nog wanneer ze zowel zwart als Moslim zijn. Juist in het 'eensgezinde' Frankrijk spleet de politiek over de vraag of het burgerlijk huwelijk voor iedereen moest worden opengesteld of dat dat voorbehouden bleef aan heteroseksuelen. En precies in de Franse eenheidsstaat is geen ruimte voor regionale identiteiten om zich te manifesteren.

Alles moet in één grote, omvattende categorie: aunomdupeuple is niet toevallig de hashtag van Marine Le Pen. In Frankrijk dwepen bijna alle partijen met het populistische gedachtengoed, zowel rechts als links, omdat het zo nauw aansluit bij het idee dat eenheid boven alles gaat.

Nationalistische kramp

Het is dan ook geen toeval dat de linkse populist Jean-Luc Mélenchon zo hoog lijkt te scoren. Hij heeft een even Frans verhaal als Marine Le Pen. Ook hij rept onophoudelijk over 'het Franse volk', bezingt de nationale identiteit en laat zich negatief uit over de 'neoliberale Europese Unie'. Alleen in zijn geval zijn de tegenstanders van de echte Fransen niet de migranten maar de 2procent kosmopolitische elite, waar 98 procent van het gewone Franse volk onder zou leiden.

In zijn recente publicatie 'Populisme: le grand ressentiment' waarschuwt de Franse socioloog Eric Fassin dat links niet net zo populistisch moet willen zijn als rechts; links zou de pluriformiteit en het verschil moeten koesteren in plaats van de illusie van het homogene volk. Maar hij weet dat hij tegen dovemans oren spreekt: links in Frankrijk is door de lange dominantie van de communistische partij altijd gekleurd geweest door eenheidsverhalen. Hierin moet 'het volk' het opnemen tegen een kleine uitbuitende elite, in kameraadschappelijke verbondenheid met broedervolken zoals die in Cuba en Venezuela, landen waarmee Mélenchon zich ook nu nog uitdrukkelijk solidair verklaart.

Zeker, Frankrijk is niet het enige land dat in reactie op toegenomen mobiliteit en diversiteit, verder in een nationalistische kramp schiet. Nederland kan er ook wat van, getuige de recente verkiezingscampagne. Maar in Frankrijk is de omgang met verschillen nog krampachtiger en nog minder succesvol dan bij ons. Als Le Pen en Mélenchon straks onverhoopt in de tweede ronde tegenover elkaar staan, dan is dat niet alleen slechts nieuws voor het buitenland, voor Europa. Het is ook heel slecht nieuws voor minderheden binnen Frankrijk.

Jan Willem Duyvendak is hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.