Opinie

Duterte's oorlog tegen criminaliteit zal geweld op Filipijnen doen toenemen

Wie Rodrigo Duterte - de kersverse president van de Filipijnen - als burgemeester van Davao City heeft gevolgd, vreest terecht dat zijn aangekondigde oorlog tegen criminaliteit zal uitmonden in arbitrair geweld tegen onschuldige burgers.

President Rodrigo Duterte.Beeld epa

Wat enkele maanden geleden nog onmogelijk leek, is dan toch gebeurd. De man die beloofde dat hij als president honderdduizend criminelen zal afmaken en dumpen in Manila Bay. Daarnaast binnen het half jaar de welig tierende corruptie een halt zal toeroepen, en indien nodig het nationaal congres zal ontbinden, is met ruime voorsprong verkozen tot president van de Filipijnen. Dat zijn uitspraken geen loze beloftes zijn, mag blijken uit zijn palmares als burgemeester van Davao City. Met harde hand en met de hulp van het notoire 'Davao Death Squad' (DDS), een doodseskader dat doelgericht criminelen executeert, is Rodrigo Duterte erin geslaagd om een gewelddadige frontierstad om te vormen tot een relatief welvarende, veilige, en efficiënt bestuurde regionale metropool.

Zijn belofte om deze oefening -nota bene binnen zes maanden- te herhalen op nationaal niveau verklaart voor een groot deel zijn electoraal succes, maar leidt ook tot grote bezorgdheid over de toekomst van de democratie en de mensenrechten in het land. Verschillende waarnemers vrezen zelfs voor een terugkeer naar de donkere dagen van de Marcos-dictatuur, waarbij een steeds repressiever en corrupter regime geen enkele ruimte liet voor oppositie. Hoewel deze bekommernissen niet geheel onterecht zijn, is de grootste bedreiging van een Duterte-presidentschap echter niet de terugkeer naar een nationaal gestuurde dictatuur, maar een oncontroleerbare toename van revanchistisch en politiek geïnstrumentaliseerd geweld op lokaal niveau, gelegitimeerd door de nieuwe politieke realiteit.

Vigilante-geweld

De Filipijnen kennen een lange geschiedenis van paramilitarisme en geweld door 'burgerwachten' (vigilante-geweld), en vertonen in dit opzicht belangrijke parallellen met landen als Colombia en Zuid-Afrika. Ironisch genoeg bereikte de traditie van vigilante-geweld haar hoogtepunt tijdens de democratische transitie na de Marcos-dictatuur aan het eind van de jaren '80. Tijdens deze woelige periode ging een veelheid aan lokale en veelal gewapende burgermilities de strijd aan met communistische rebellen van het New People's Army. Nergens was de invloed van deze burgermilities groter dan op het zuidelijke eiland Mindanao, en dan vooral in Davao City, de thuisbasis van Duterte.

Hoewel deze burgermilities door velen gezien werden als legitieme voorvechters van de herwonnen democratie, waren ze ook zeer gevoelig voor politieke instrumentalisering door lokale machthebbers, welke ze vaak gebruikten voor het veiligstellen van particuliere politieke en economische belangen. De opkomst van het sinistere Davao Death Squad in het midden van de jaren '90 kan gezien worden als een voortzetting van deze traditie van vigilante-geweld, impliciet dan wel expliciet gesteund wordt door lokale politici - in dit geval door burgemeester Duterte. Het grote verschil zit hem in de efficiëntie en de schaal van het geweld, en in het feit dat het dit keer niet gericht is tegen communisten, maar tegen criminelen die een bedreiging vormen voor de hardwerkende Filipijnse huishuidens.

Arbitrair

Onder meer rapporten van Human Rights Watch hebben echter gewezen op het vaak arbitraire karakter van de DDS-executies, die herhaaldelijk leidden tot onschuldige doden. Sinds enige tijd duiken ook verontrustende berichten op over gelijkaardige doodseskaders in andere steden, die de jacht geopend hebben op kleine criminelen, drugsgebruikers en zelfs straatkinderen. Tevens wordt gewezen op de betrokkenheid van lokale politici en ordediensten, welke de doodseskaders zien als een handige manier om hun vuile werk uit te besteden, en in sommige gevallen om persoonlijke belangen veilig te stellen. Zo zijn er berichten over moorden op journalisten, politici, en zakenmensen die in onmin leefden met lokale politici en hun bondgenoten.

Eerder dan een centraal georkestreerde oorlog tegen de criminaliteit, bestaat er dus een reëel risico dat Duterte's hardhandige aanpak in Davao City geëmuleerd zal worden doorheen de Filipijnen, en ook hier een revanchistisch en arbitrair karakter zal gaan aannemen. Zelfs indien het niet Duterte's bedoeling was, heeft hij er met zijn niet-aflatende geweldsretoriek wel voor gezorgd dat dit soort van burgerrecht door grote delen van de bevolking als legitiem wordt gezien. Het lijkt tevens de enige manier om zijn groteske belofte om de criminaliteit binnen het half jaar uit te roeien -of beter: te vervangen door een andere soort van geweld- te vervullen.

Boris Verbrugge is politiek wetenschapper en is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden