ColumnPeter Buwalda

Dus in de villa van de beste voetballer ter wereld staat een faxapparaat

Messi heeft een fax gestuurd. Wat er precies in stond – z’n ontslag bij Barcelona – interesseert me heus wel, daarover later misschien meer, maar eerst dit, toch.

Een fax.

Dus als ik het goed begrijp, staat er ergens in de peperdure villa van de beste voetballer ter wereld een faxapparaat, zo’n bakbeest van vergeeld plastic. En Messi weet hoe het ding werkt. Bijzonder, voor ­iemand van 33 die niet in een kringloopwinkel werkt. Ik heb al, wat zal het zijn, twintig jaar geen fax meer gezien.

Wie met vrienden of familie over faxen praat, moet al snel lachen. Al tijdens de gloriedagen van de fax, lachte ik om faxen, wat een gepruts, en dat plakkerige, gladde papier. Het leek me een overgangsdingetje, de pinguïn van de communicatiemiddelen, vis (brief) noch vogel (e-mail), piepend rondschuifelend op een ijsschots (fax).

Kijk maar naar Messi deze week, wat hij allemaal aan het doen was: eerst zijn e-mail op papier zetten, met een printer, lijkt me, of met een balpen, of wie weet zelfs met een fraaie Remington, mooi plaatje, de kleine dribbelaar achter zijn bureau ministre, draaiend aan de rol, hoornen leesbril, Tipp-ex in de aanslag. En toen Messi daarmee klaar was, wurmde hij het resultaat (een brief, zeg maar niet tegen hem) in de plastic spleet van zijn faxmachine, bzzzzz, in feite leken die apparaten op de combines van de boeren, de monsterlijke gevaarten waarmee ze over hun akkers trekken, het zijn kopieer-printcombinaties waarmee Messi zijn epistel kan door­bellen aan wie er maar op zit te wachten!

Niemand.

Het komt allemaal weer terug, het vreselijke geluid dat vroeger uit de hoorn snerpte wanneer je per ongeluk een faxnummer draaide. Wist je niet hoe snel je moest neerleggen. Museale teringherrie, omdat geen normaal bedrijf nog een fax heeft.

Behalve FC Barcelona dus. Ergens in Camp Nou, uit het zicht van sponsors, staat een faxapparaat. Als de donder gratis afgehaald bij een failliet internetcafé, speciaal voor Messi, snel-snel een apart telefoonabonnement afgesloten, mannetje in overall erbij om het fossiel aan te sluiten, waarna er een verlossend appje naar de kleine grote man kon. ‘Faxen? Tuurlijk Lionel. Logische keuze. Fax maar! We zitten klaar!’

Wat ik tegen Koeman zeggen wil is: wegwezen. Messi’s fax is een teken van absolute macht. Als ik bij de Volkskrant aankondig dat ik vanaf nu mijn ­columns ga faxen, moeten ze niet eens lachen. Dan krijg ik gewoon geen antwoord. Nu kan het nog, ­corona, z’n hart, plus dat gefax – wegwezen. Kan hij gewoon weer bondscoach worden, vindt niemand raar.

Messi, die is wel een beetje raar. In dezelfde hoek als zijn fax-wens zit dat geruzie om Luis Suárez. Koeman heeft bijtertje gebeld en gezegd dat hij ‘weg mag’, Koeman wil Barcelona namelijk béter maken, hij heeft hetzelfde doel als Messi: Duitsers in mootjes hakken. Toch is Messi juist woedend over dat telefoontje, echt heel boos.

Waarom precies?

Niet omdat Suárez zo veel scoort, want dat is niet meer zo, maar omdat Suárez Messi’s buurman is. Dat woord valt steeds: buurman. Ze wonen naast ­elkaar, begrijp ik. Messi gaat helemaal niet weg, ben je gek. Op rijst het beeld van de grote kleine dribbelaar die wil faxen én erg tevreden is over de buurtjes.

Wat maakt Suárez tot zo’n geweldige buurman? Geen harde muziek na tienen? Elektrische grasmaaier te leen? Dat hij de postbode niet meer bijt? Handig met faxapparaten?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden