OpinieGastcolumn

Durkheim zei het al: elke maatschappij krijgt de zelfmoorden die ze zelf veroorzaakt

We zullen vaker falen in het grootbrengen van kinderen als we niet voldoende investeren in een warme band tussen een kind en de maatschappij, schrijft psycholoog en gastcolumnist Steven Pont. 

De Franse socioloog Emile Durkheim (1858-1917).Beeld Corbis

In het standaardwerk Le Suicide uit 1897 stelt de Franse socioloog Durkheim dat elke maatschappij de zelfmoorden krijgt die ze zelf veroorzaakt. De afgelopen week bleek het aantal zelfmoorden onder kinderen tussen 10 en 20 jaar ongeveer te zijn verdubbeld, dus als we deze gedachtegang volgen gaat het niet zozeer om die kinderen, maar zegt het vooral iets over onze maatschappij. De onderste steen moet boven’, zei directeur Mokkenstorm van het zelfmoordpreventieteam 113 en staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid heeft het voornemen te gaan praten met gemeenten en jeugdzorg. Prima, moet hij zeker doen. Ik vermoed dat de verklaring voor deze toename aan zelfdodingen iets te maken heeft met allerlei vormen van armoe, stress, eenzaamheid, onverwerkte rouw en andere zielenpijn. Blokhuis sprak verder van zijn voornemen extra in te zetten op suïcidepreventie’. Allemaal prima.

Maar wat als die lijst van persoonlijke ellende die ik hierboven opnoem nu eens niet de werkelijke oorzaak is, althans, als die ook weer voort blijkt te komen uit een nóg dieperliggende oorzaak? Laten we bijvoorbeeld zeggen, Durkheim volgend, de kwaliteit van de huidige maatschappij voor kinderen.

Durkheim als ijkpunt

Om die vraag verder te kunnen beantwoorden moeten we dus eerst weer even naar Durkheim. Zelfdoding vindt in zijn onderzoeken met name in twee maatschappijvormen plaats, namelijk waar de onderlinge verbinding te los én daar waar deze als te strak wordt ervaren. En hoewel Durkheim al honderd jaar dood is, geldt hij nog steeds als een belangrijk ijkpunt om zelfdoding beter te begrijpen. Durkheim onderscheidde vier soorten suïcide;

- De egoïstische zelfdoding. Deze vindt plaats omdat een individu zich te zeer losgezongen voelt van een zingevende omgeving.

- De anomische zelfdoding. Hier berooft iemand zich van het leven omdat er een te grote kloof bestaat tussen zijn of haar ambities en de ervaren mogelijkheden om die waar te maken.

- De fatalistische zelfdoding. Hiervan is de bron dat iemand het vervolg van het eigen leven alleen maar als diepzwart ervaart.

- De altruïstische zelfdoding. Hier is sprake van als mensen zichzelf van het leven beroven voor het collectief (denk bijvoorbeeld aan de Kamikazepiloten in het sociaal strak georganiseerde Japan van die tijd).

Ik wil het - gezien de beperkte ruimte - met name hebben over de eerste reden van suïcide, het gevoel niet meer aangesloten te zijn bij een groter, veilig en verbindend geheel. Dat is belangrijk voor de mens, vandaar dat mensen die een partner hebben, die kinderen hebben, die een baan hebben en/of die lid zijn van bijvoorbeeld een vereniging of een kerk bij tegenslag allemaal minder snel een einde aan hun leven maken. Een kind moet die verbinding met dat grotere geheel natuurlijk nog leren en doet dat vooral door zijn of haar ervaringen in - en rond - het gezin van herkomst, het onderwijs en als het dat nodig heeft, de kwaliteit van onze jeugdzorg. Die zijn voor hen immers de vertegenwoordigers van de maatschappij waarvan zij uiteindelijk deel uit moeten gaan maken. Laten we daar dan even kort naar kijken. Om te beginnen bij het gezinsleven, waarbinnen ik even één punt belangrijk maak: de kwaliteit van onze scheidingen.

Pedagogisch wangedrag

Dat het gezinsleven na een scheiding stopt is minder het probleem, het pedagogisch wangedrag van de ouders dat daarop volgt is dat des te meer. Kinderen van ouders in lelijke scheidingen missen vaak de veilige basis die ze voor een stabiele ontwikkeling nodig hebben. Ze scoren daardoor hoger op zo'n beetje elk psychosociaal probleemgebied. Veel kinderen sluiten zich naar aanleiding van de scheiding ook nog eens emotioneel voor hun omgeving af, want waarom zouden zij zich nog werkelijk aan iets of iemand binden als ze zelf zien, leren en ervaren dat het aangaan van een relatie zulke nare consequenties heeft? Gelukkig is er de afgelopen week in de Kamer gedebatteerd over de rol van vaders na een scheiding (één op de zeven kinderen stopt nu na een scheiding met het zien van één van de ouders, bijna altijd de vader) en het is dus mooi dat dat nu op de agenda staat. Maar daar heeft de maatschappij wel wat lang mee gewacht, als je bedenkt dat een maatschappij juist haar zwakste leden zou moeten beschermen.

Verder met het onderwijs. Op scholen hebben leerkrachten er door het passend onderwijs ineens heel veel taken bij, waarop ze niet zijn voorbereid. Er zijn nu kinderen in de klas die 20 procent van de aandacht van de leerkracht vragen, waardoor andere kinderen aan werkelijke aandacht tekortschieten. Die leerkrachten staakten echt niet voor niets.

Dan de jeugdzorg. Door geldgebrek zijn daar zulke krankzinnige wachttijden en is de hulp daarna zo verwaterd en warrig, dat van de door de jeugdzorg zelf gewenste kwaliteit bijna geen sprake meer kan zijn.

Onveilige omgeving 

De gevolgen? Inmiddels is rond de 30 procent van onze kinderen onveilig gehecht omdat ze niet meer automatisch het gevoel hebben dat de menselijke omgeving een veilige plek voor hen is. We zingen ze dus eerst zelf los van het vertrouwen krijgen in een groter, veilig en verbindend geheel en zijn vervolgens verbaasd over hun onthechte gedrag. Maar wat verwachten we dan?

De maatschappij krijgt de zelfdodingen die ze zelf veroorzaakt, zegt Durkheim, en wij krijgen de maatschappij waar we zelf voor kiezen. Dus als we het laten lopen door slecht doordachte plannen als passend onderwijs, accepteren dat honderden kinderen waar geen behandelplek voor is in jeugddetentie zitten, aanvaarden dat er voor duizenden thuiszittende basisschoolkinderen ondanks passend onderwijs geen passende plek is en de al jaren geleden ingezette afbraak van het verbindende buurtwerk en soortgelijke voorzieningen niet wordt herzien, dan moeten we natuurlijk niet verbaasd zijn als dat voor onze kinderen consequenties blijkt te hebben.

De conclusie: als onvoldoende wordt geïnvesteerd in een warme verbinding tussen een kind en de maatschappij - en dan vooral met de kinderen die het al moeilijk hebben - is diezelfde maatschappij gedoemd steeds vaker in het grootbrengen van die kinderen te falen. Dat hadden we lang geleden al van Durkheim kunnen leren.

Steven Pont is psycholoog en therapeut. In juli duidt hij als gastcolumnist thema's en gebeurtenissen uit het nieuws vanuit de psychologie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden