ESSAYGENDERDEBAT

Durf kritisch te zijn over sekse en gender

Beeld Eleni Debo

Lang twijfelde schrijver Emy Koopman of ze zich zou mengen in het debat over sekse versus gender: grote kans op ontsporing. Maar juist daarom zijn meer begrip en nuance hard nodig. 

Nog voordat je bent geboren, willen mensen het weten: of je een jongetje bent of een meisje, iemand met een penis of een vagina, iemand die zwanger kan maken of zwanger kan worden. Hokjes werken beperkend, maar mensen zijn categoriseerdieren, we hebben categorieën nodig om onze complexe werkelijkheid te begrijpen en te controleren. Hokjes zijn niet alleen praktisch, het is ook fijn om bij een groep te horen, vooral als er maar twee groepen zijn; dan kunnen we ons tegen iets afzetten, ons definiëren aan de hand van wat we niet zijn.

Als krantenlezer zult u inmiddels weten dat de man-vrouwtweedeling wordt betwist. Er zijn vele hokjes nodig als je alle combinaties van biologisch geslacht (ook wel ‘sekse’) en genderidentiteit (of je je man, vrouw of anders voelt en je uiting daarvan) wilt kunnen vangen. Omdat de werkelijkheid complex is, net als de terminologie, hier een poging tot een grove indeling: naast de grote meerderheid wier gevoel over tot welk gender ze behoren overeenkomt met hun sekse (aangeduid met de Latijnse term ‘cis’: aan deze zijde), zijn er mensen wier biologische kenmerken bij geboorte niet eenduidig mannelijk of vrouwelijk zijn (‘intersekse’ – volgens de ruimste schatting zo’n 1 procent), mensen wier gevoel over man of vrouw zijn verschilt van hun biologische geslacht (‘trans’: aan de andere zijde – volgens een recente schatting van de Rutgers Stichting zo’n 0,7 procent), en een groeiende groep die een genderidentiteit als man ofwel vrouw te beperkend vindt en daarom nieuwe hokjes heeft gemaakt, zoals ‘non-binair’ of – politieker – ‘queer’.

In een wereld die is ingericht op twee geslachten, lopen die minderheden voortdurend tegen problemen en discriminatie aan. Dat bleek weer uit de recente beslissing van de Hongaarse overheid om haar burgers alleen te registreren op basis van hun ‘geslacht bij geboorte’ en hun de mogelijkheid om dit te wijzigen te ontzeggen. Je kunt allerlei geslachtsoperaties hebben doorstaan en al tientallen jaren als vrouw door het leven gaan, maar in Hongarije word je er door die wetswijziging elke keer dat je je moet identificeren mee geconfronteerd dat anderen je zien als man. Transgenders mogen in Hongarije officieel niet bestaan.

De Nederlandse situatie

In Nederland is dat anders. Tot zes jaar geleden moesten Nederlandse transgenders een zo volledig mogelijke geslachtsoperatie ondergaan, inclusief sterilisatie, voordat ze het geslacht op hun geboorteakte en paspoort konden wijzigen. Dat hield de tweedeling in man en vrouw intact, maar de sterilisatie-eis was een mensenrechtenschending. Sinds 2014 zijn geslachtsoperaties geen voorwaarde meer voor het wijzigen van je wettelijke geslacht. Eind vorig jaar diende minister Sander Dekker van Rechtsbescherming een wetsvoorstel in om de wijziging van geslachtsregistratie verder te vergemakkelijken, door ook de doktersverklaring van ‘genderdysforie’ (een psychiatrische diagnose voor het gevoel in het verkeerde lichaam te zitten) te laten vervallen. Zolang je zelf een verklaring kunt afleggen ‘duurzaam’ tot een ander geslacht te behoren, mag je het van Dekker op je geboorteakte veranderen. De Nederlandse situatie is een stuk sympathieker dan de Hongaarse, maar leidt weer tot nieuwe problemen.

Ik heb getwijfeld of ik me in het sekse-genderdebat moest begeven. Door alle onenigheid, door de nieuwe, deels academische terminologie en doordat, zeker online, de haat welig tiert, is het een mijnenveld geworden. Wie niet geheel is ingewijd, zegt al snel onbedoeld iets kwetsends en wordt dan uitgemaakt voor ‘transfoob’. ‘Transfoob’ doet hetzelfde als ‘racist’: je kunt mensen ermee wegzetten in een vies hoekje van extremisten naar wie niet hoeft te worden geluisterd. Goede intenties maken je niet immuun: het overkwam ook auteur en feminist Chimamanda Ngozi Adichie, die in Nigeria opkomt voor lhbti-rechten, toen zij tijdens een interview antwoordde op de vraag of transvrouwen vrouwen zijn: ‘Transvrouwen zijn transvrouwen.’ Ze bedoelde dat de ervaring van een transvrouw anders is dan de ervaring van een cisvrouw, omdat die een tijdje ‘als man’ heeft geleefd, maar voor de transgemeenschap klonk het alsof ze zei dat transvrouwen mindere vrouwen zijn, een krenking die zij voortdurend krijgen toegesmeten.

De rel rond Adichie is alweer drie jaar geleden en was me ontgaan. Ik kwam er pas achter toen ik begin dit jaar iets ondoordachts schreef onder een Facebook-post van iemand die ik waardeer, een oud-collega die eerder door het leven ging als man en nu als vrouw. Zij postte het artikel ‘Wie bepaalt wie zich vrouw mag noemen?’ van OneWorld-auteur Olave Nduwanje, die zich definieert als ‘non-binaire transfemme’ (de complexe werkelijkheid heeft veel hokjes nodig). Nduwanjes stuk opent met een scène waarin ze lacht om een pubermeisje dat zegt dat ze met het beginnen van haar menstruatie ‘vrouw’ is geworden.

Dat lachen, daarop sloeg ik aan. Het voelde alsof de ervaring van dat meisje belachelijk werd gemaakt. Ik las de rest van het stuk vluchtig, slordig, omdat ik vooringenomen was: ik ging er al van uit dat dit het soort stuk zou zijn waarin biologisch geslacht zou worden weggehoond als irrelevant. Ik ben daar extra gevoelig voor omdat ik een paar jaar geleden baarmoederhalskanker kreeg en zo bot werd geconfronteerd met een van de biologische kanten van het vrouw-zijn.

Ik reageerde, kortom, vanuit de angst dat mijn realiteit werd ontkend, zonder eerst goed te luisteren naar wat de ander zei.

Dus ik typte dat menstrueren er wel degelijk toe doet, omdat je vanaf dat moment zwanger kunt worden en mannen/piemels ineens een nogal concreet gevaar worden, op een andere manier dan daarvoor. Ik refereerde ook aan een Tedx-talk van Paula Stone, die zei: ‘Ik ben geen vrouw, ik ben een transvrouw.’

Mijn oud-collega liet dit commentaar onbeantwoord, zoals beleefde mensen reageren op een scheetje. Tijdens de stilte kalmeerde ik afdoende om alsnog rustig het artikel te lezen, en bleek dat Nduwanje daarin erkent dat haar ervaring als transvrouw niet dezelfde is als die van een cisvrouw, dat ieder haar eigen problemen heeft. Net als Adichie zegt zij: een transvrouw is een transvrouw. Ze lachte bovendien niet alleen om het meisje, maar ook om zichzelf, om de vraag wat nu een vrouw is.

Doordat mijn oud-collega niet zo’n lichtgeraakte flapuit is als ik, ontplofte er geen bom en werd niemand ontvriend. Later, in een minder publieke ruimte, konden we het er verder over hebben en begrepen we beter waar de gevoeligheden vandaan kwamen.

‘Gendercritici’

De post van mijn oud-collega bleek een reactie op een opinieartikel in Trouw van Caroline Franssen naar aanleiding van Dekkers voorstel om het wijzigen van je geslacht gemakkelijker te maken. Franssen behoort tot een groep vrouwen die zich ‘genderkritisch’ noemt, maar vooral bezig is met het ontkennen van het bestaansrecht van transvrouwen. In haar artikel schreef ze dat ze meisjes en vrouwen wil beschermen tegen ‘mannen in jurken’. Ze is bang voor de aanwezigheid van ‘de volledig functionerende penis’ in vrouwen-wc’s, vrouwenkleedkamers, vrouwengevangenissen en opvanghuizen. Haar Twitteraccount staat vol met posts over criminele transvrouwen, onder de hashtag #transcrime. Zoals Wilders in elke moslim een terrorist ziet, lijkt zij in elke transvrouw een zedendelinquent te zien. Ze bericht over transvrouwen alsof het gaat om de grote boze wolf uit Roodkapje, in plaats van om mensen die ongeveer evenveel te vrezen hebben van agressieve mannen als zij.

Als juist dit soort ‘gendercritici’ met hun vermomde transfobie een podium krijgen, is dat zonde voor ons allemaal. Het is kwetsend voor de transgemeenschap, die het signaal krijgt dat ze nog meer op haar hoede moet zijn. Vanuit de ciskant maakt dat het weer moeilijker om te kunnen meedoen in de discussie hoe we als samenleving omgaan met genderidentiteit. De angst en afkeer van Franssen en de haren ontnemen het zicht op een legitieme vraag. Met de wijzigingen in de Transgenderwet heeft de overheid een schizofrene situatie gecreëerd: zij spreekt nog steeds van ‘geslachts’-registratie, maar koppelt daar – voor een deel van de mensen – geen lichamelijke realiteit meer aan. In feite is zij daarmee begonnen genderidentiteit te registreren. Met de mogelijkheid van de ‘X’ in het paspoort voor intersekse dringt zich de vraag op: volstaan deze hokjes wel? Gender of sekse: wat willen en moeten instanties van ons weten, en wanneer levert een keuze voor een van de twee problemen op? 

Dat alleen sekse transpersonen discrimineert, laat Hongarije zien. Maar alleen gender werkt ook niet: er blijven publieke domeinen waarin het hebben van een penis of vagina, een mannelijke of vrouwelijke lichaamsbouw, XX- of XY-chromosomen, ertoe doet of kan doen. Ik denk dan niet zozeer aan wc’s en sportwedstrijden, maar vooral aan de medische sector, waarin levens op het spel staan. Dat is het duidelijkst bij de bevolkingsonderzoeken naar prostaat-, borst- en baarmoederhalskanker (transpersonen krijgen automatisch de verkeerde uitnodigingen toegestuurd), maar we zien het bijvoorbeeld ook terug bij het coronavirus, dat de lichamen van biologische mannen harder treft dan die van vrouwen. Om te kunnen onderzoeken waarom, is het biologische groepsonderscheid noodzakelijk. Algemener zijn vrouwenlichamen in medisch onderzoek zo lang genegeerd dat er nog altijd een inhaalslag nodig is om te zorgen dat zij de juiste behandelingen krijgen. De opdeling in biologische mannen en vrouwen is dus wel degelijk nuttig. Het probleem zit ’m in de waardeoordelen die we hieraan hebben gekoppeld, en in al te rigide hokjesdenken.

Emancipatie

De groeiende emancipatie van mensen die buiten de cisnorm vallen, dwingt ons na te denken over de houdbaarheid en toepassing van de oude vertrouwde tweedeling. Dat is nieuw, spannend, voor velen ingewikkeld, voor sommigen eng. We moeten het hierover kunnen hebben, twijfels en bezwaren kunnen uiten. We moeten het debat niet laten kapen door kwaadwillende ‘critici’ die #sexnotgender roepen en daarmee alle anderen die zich afvragen of we het niet óók over biologie, over sekse moeten hebben, bij voorbaat besmeuren. De werkelijkheid is te complex om te vangen in sekse óf gender, lichaam óf identiteit.

Wat voor het sekse-genderdebat geldt, geldt algemener: het is tijd om de term ‘kritisch’ terug te eisen, om onze publieke debatten niet langer te laten verworden tot mijnenvelden waarin vrijwel alleen mensen met extreme emoties zich nog durven te wagen. Om wat rustiger naar elkaar te luisteren, elkaar onze menselijkheid niet al te kwalijk te nemen. We willen allemaal dat er rekening met ons wordt gehouden. We denken allemaal vanuit onze eigen, beperkte ervaringen. Groepen waarvan we weinig weten, zijn we geneigd te stereotyperen. En als we angstig zijn of getraumatiseerd, dan zien we overal wolven.

Een beetje geduld hebben met elkaars onnadenkendheid, en compassie met elkaars angsten – als we het ooit kunnen oefenen, is het nu. Mijn oud-collega, die kan het al. Zij schreef me over Caroline Franssen: ‘Ik zie ook veel angst bij haar, en dat maakt dat ik niet eens zozeer boos op háár ben (hoeveel frustratie en verdriet haar ‘kruistocht’ mij ook geeft). Ik heb er de afgelopen weken veel over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen dat wat ik het liefste wil is: met Caroline Franssen een week op vakantie.’

Dat was vóór corona. Maar misschien valt er binnen de landsgrenzen en met inachtneming van de anderhalve meter afstand wel wat te regelen.

Emy Koopman (1985) is schrijver, onderzoeker en journalist. Zij schreef eerder over mannelijkheid en vrouwelijkheid in De Groene Amsterdammer en voor de essaybundel Wolf – Dertien essays over de vrouw (2019). 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden