Opinie Optimisme

Durf gerust ook pessimistisch te zijn

De koeien mogen weer naar buiten en deze biologische boer in Beneden-Leeuwen is er maar wat blij mee. Beeld Marcel van den Bergh

Van tijd tot tijd verschijnen in de Volkskrant essays waarin de strijd wordt aangebonden met de somberte in de maatschappij. Dik een jaar geleden hield columnist Bert Wagendorp zo’n pleidooi. De pessimist moest weer ‘hoop, perspectief, een idee’ krijgen, schreef hij. Hij adviseerde onder andere ‘het bureaucratisch monster al zijn zeven koppen’ af te hakken.

Zaterdag (Boeken & Wetenschap, 30 maart) schreef wetenschapsfilosoof Maarten Boudry dat we in de beste van alle beschikbare werelden leven. Maar dat willen we volgens hem niet weten. Iedereen luistert naar zwartgallige pessimisten, is een belangrijk deel van de klacht van Boudry.

Nu vinden optimisten al langer dat ze te weinig gehoor vinden. Maar is dat zo? De zelfverklaarde optimist Mark Rutte is in Nederland al jaren premier. Bijna alle politici dwepen met een soort optimisme, zelfs Thierry Baudet. In de winkels liggen de boeken van de vooruitgangsoptimisten Steven Pinker (Verlichting Nu), Hans Rosling (Feitenkennis), Charles Groenhuijsen (Optimisten hebben de hele wereld) en nu ook Maarten Boudry (Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat).

Beetje blind

Het optimisme doordrenkt niet uitsluitend het persoonlijke leven, zoals Boudry schrijft. Het machtige idee van de vooruitgang, dat we naar een betere, gewenste wereld gaan, is nog steeds het uitgangspunt van deze maatschappij. Vooruitgangsdenkers zijn vreemd genoeg een beetje blind voor het succes van het idee dat ze zelf aanhangen.

Ze wijzen liever op de status van denkers als Nietzsche, Freud, Foucault en Sartre. Die worden, met nog vele anderen, onder de ondergangsdenkers geschaard. Maar is iedereen die niet staat te juichen bij alles wat de wereld ons biedt een ondergangsdenker? Nee, natuurlijk niet. Boudry noemt een aantal kritische denkers, en kritisch denken is nu juist een cruciaal onderdeel van de westerse cultuur.

In het vooruitgangsdenken sluimert een anti-intellectuele tendens. Al die kritiek is nergens goed voor, die strooit maar zand in de machine die immer voorwaarts wil, is de houding. Ze hebben moeite die commentaren serieus te nemen. Boudry grijpt naar een sketch van Monty Python over de verworvenheden van het Romeinse Rijk. Een wat merkwaardig voorbeeld, want als er één beschaving naar de knoppen ging, was dat de Romeinse.

Vooruitgangsdenkers zijn ervan overtuigd dat feiten en cijfers het ongelijk van neergangsdenkers aantonen. En ja, voor een deel zijn die cijfers onweerlegbaar. Er wonen meer mensen dan ooit op de aarde en wereldoorlogen zijn godlof sinds 1945 niet meer gevoerd. Over andere gegevens is meer discussie mogelijk. Extreme armoede is afgenomen, maar is iets minder extreme armoede (de toestand van een grote meerderheid van de mensheid) iets om over te jubelen of over te ‘zeiken’?

Hypotheses

Een ander probleem is dat de nadruk op feiten het karakter van neergangstheorieën miskent. Dat zijn geen wetenschappelijke hypotheses, maar betekenisgevende verhalen. Ze vertellen mensen een verhaal waarmee ze hun positie in de maatschappij kunnen begrijpen. Dergelijke verhalen zijn niet met een handvol grafieken te weerleggen.

De feitelijke benadering miskent ook de verstrengeling van pessimisme en optimisme. Die kun je terugvoeren op hun intellectuele geschiedenis in de 18de eeuw. Maar die verwantschap is ook duidelijk zichtbaar in de belangrijkste neergangstheorieën die nu de ronde doen. Denk aan klimaatverandering. Die hangt direct samen met het gebruik van fossiele brandstoffen. En dat was de aanjager van de grotere welvaart, de vooruitgang. De migratie van ‘gastarbeiders’ kwam voort uit het verlangen de West-Europese economieën verder te laten groeien. Maar toen de groei afnam en de ‘gastarbeiders’ niet vertrokken, zag een deel van de bevolking hun aanwezigheid als een bedreiging voor de nationale eigenheid.

Technologie speelde en speelt een grote rol in het vooruitgangsdenken. Maar technologie kan zeer bedreigend worden, in de vorm van robots die werknemers overbodig maken, als killer robots of almachtige superintelligentie. Experts als wijlen Stephen Hawking, Elon Musk en Nick Bostrom waarschuwen daarvoor. Dat betekent niet per se dat ze gelijk hebben, maar het toont dat dergelijke angsten en fantasieën bij het idee van vooruitgang horen.

Wie die wisselwerking tussen vooruitgang en neergang uit het oog verliest, kan kiezen voor een strijd tegen de pessimisten. Die zal dan lang duren. Het alternatief is om kritisch te kijken naar vooruitgangs- en neergangsideeën. En daar hoef je niet somber van te worden. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.