Opinie

'Duitsland was niet uit op wereldmacht in 1914'

Bezie het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog niet langer in de schaduw van Hitlers Derde Rijk, betoogt Patrick Dassen, universitair docent algemene geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Prinses Beatrix verricht de opening van het tentoonstellingspaviljoen op het landgoed van Huis Doorn. In de voormalige garage van de Duitse Keizer Wilhelm II is een nieuwe vaste tentoonstelling over Nederland en de Eerste Wereldoorlog opgebouwd. Beeld anp

'Duitsers niet fout in 1914' was de kop boven een artikel in Vonk (6 september), waarin werd ingegaan op een kwestie die de gemoederen nu al een eeuw bezighoudt: wie is er schuldig aan het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Was Duitsland de hoofdverantwoordelijke, zoals zo lang is beweerd, of een 'gewone' medeplichtige, net als andere landen?

Meteen al aan het begin van dit herdenkingsjaar, 2014, bekritiseerden conservatieve Britse politici veelal linkse Britse historici die de rol van het Duitse militarisme en de expansiedrift van keizer Wilhelm II relativeren en ook kritisch zijn over de rol van Groot-Brittannië zelf.

In Duitsland is het precies omgekeerd: daar zijn linkse historici meestal veel kritischer over de rol van Duitsland in 1914 dan hun conservatieve vakgenoten. De discussies zijn fel en tonen vooral hoe politiek beladen de schuldvraag nog steeds is. Linkse, vaak oudere historici wijzen, niet zelden vanuit een slecht geweten over Hitlers misdaden, steeds weer op de grote rol van het leger in het Tweede Keizerrijk (1871-1918), de zwakke Rijksdag en de rol van 'oorlogshitser' keizer Wilhelm II. Op die manier bezien zij de Duitse geschiedenis nog steeds vooral in het licht van '1933'. Door ook de Eerste Wereldoorlog - en het ontstaan daarvan in 1914 - te bezien vanuit het perspectief van het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog wordt het beeld sterk vertekend.

Verantwoordelijk?
In hoeverre kan Duitsland verantwoordelijk worden gehouden voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Ten eerste: de oorlog was niet al lang van tevoren gepland. De gematigde rijkskanselier Bethmann Hollweg streefde in de vooroorlogse jaren juist naar internationale ontspanning. De beslissing tot oorlog werd pas eind juli 1914 genomen - nadat Rusland als eerste had gemobiliseerd.

Ten tweede gaf Duitsland de 'blanco cheque' (5 juli 1914) aan Oostenrijk-Hongarije - de onvoorwaardelijke steun in zijn optreden tegen Servië - in de veronderstelling dat de kans uiterst klein was dat Rusland bij een oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië zou ingrijpen: Rusland zou daar militair nog niet klaar voor zijn en vreesde dat een oorlog zou leiden tot revolutie, zoals in 1905. Veel primaire bronnen geven volop bewijs dat Duitsland dacht dat het conflict beperkt zou blijven tot de Balkan.

Daarbij wilde het, ten derde, wel testen wat de rol van Rusland zou zijn, dat was het 'gecalculeerde risico' - en daar ligt dan ook een belangrijk deel van Duitslands verantwoordelijkheid. Maar dat wil niet zeggen dat Duitsland bewust op een Europese oorlog heeft aangestuurd.

Buste Keizer Wilhelm II van Duitsland Beeld anp

Ten vierde zijn er helemaal geen bewijzen dat Duitsland in de zomer van 1914 een 'greep naar de wereldmacht' wilde doen. Duitsland was onzeker en bang voor de toekomst en wilde vooral zijn grenzen en machtspositie veiligstellen. Er lag in juli 1914 weliswaar een rigide aanvalsplan (het Schlieffenplan), maar er was nog helemaal geen lijst van megalomane oorlogsdoelen om een groot deel van Europa onder de voet te lopen. Die lijst ontstond pas toen de oorlog eenmaal was uitgebroken - en, zeker, toen kwamen alle militaristische en sociaal-darwinistische fantasieën naar buiten en gingen de remmen los, en helemaal vanaf augustus 1916, toen Paul von Hindenburg en de radicale Erich Ludendorff de legerleiding overnamen.

Dat is het beeld dat we vandaag van de Eerste Wereldoorlog hebben: een totale oorlog die meedogenloos werd gevoerd en waarbij de Duitse legers tot ver in Rusland stonden. Dat beeld klopt, maar dat betekent niet dat Duitsland al vóór het uitbreken van de oorlog bewust aanstuurde op de verovering van Lebensraum in Oost-Europa. Dan wordt de dynamiek van de Eerste Wereldoorlog zelf miskend, waarbij in Duitsland de militaire leiders steeds belangrijker werden ten koste van de civiele politiek. Als bijvoorbeeld kanselier Bethmann Hollweg in één directe lijn wordt gezien met Hitler, dan slaat men nogal wat cruciale stappen over. Ook al nam Hollweg in juli 1914 een groot risico, hij was geen oorlogshitser en het is dan ook geen toeval dat hij in de zomer van 1917 het veld moest ruimen. Ook de Duitse keizer Wilhelm II wilde, ondanks alle dreigende oorlogstaal die hij graag en met grote regelmaat uitsloeg, toen het er echt op aankwam geen Europese oorlog.

En zo zijn er meer ontwikkelingen in het late Keizerrijk die niet passen in het beeld van een militaristische en autoritaire samenleving die in direct verband gebracht kan worden met het Derde Rijk. Zo leken de Duitse joden rond 1900 de toekomst met redelijk optimisme tegemoet te kunnen zien: ze waren gelijkgesteld voor de wet en zagen hun bestaan niet bedreigd, zoals in sommige andere landen. Bovenal: Duitsland was een moderne rechtsstaat.

Het Keizerrijk vóór 1914 was normaler en democratischer dan vaak wordt gedacht. Het zou goed zijn om de Duitse geschiedenis, inclusief het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, niet langer te bezien in de schaduw van Hitlers Derde Rijk.


Patrick Dassen is universitair docent algemene geschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Van Dassen verscheen vorige week Sprong in het duister - Duitsland en de Eerste Wereldoorlog (Van Oorschot; 524 p.).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden