Duitsland is belangrijker dan China

We moeten goed kijken waar onze belangen liggen.

Minister Rosenthal is een realist. In het huidige tijdsgewricht moet het ministerie van Buitenlandse Zaken vooral oog hebben voor de economische belangen van ons land. Helemaal nieuw is dit niet. Ook zijn voorganger Maxime Verhagen pleitte al voor een sterkere economische oriëntatie van zijn diplomaten. Als goed realist kijkt Rosenthal natuurlijk allereerst naar de harde feiten. Waar liggen deze belangen?

De minister wijst op China dat zijn economie jaarlijks met 10¿procent ziet groeien. Het toenemende belang van de handel met China is op dit moment een zo vanzelfsprekende gemeenplaats geworden, dat niemand nog de moeite neemt om eens echt naar de harde economische cijfers te kijken.

Neem de Nederlandse export naar China. In de eerste drie kwartalen bedroeg deze een schamele 1,3¿procent van de totale export. Tussen 1996 en 2010 is de export inderdaad vertienvoudigd van nog geen half miljard naar 5 miljard. In dezelfde periode is de export naar Duitsland verdubbeld van bijna 44 miljard naar een in 2010 te verwachten 90 miljard euro.

Export
Percentueel groeit de handel met China dus veel sneller. In absolute cijfers (en daar gaat het in de echte economie om) is de groei van de export naar Duitsland echter tien keer zo groot als naar China (45 miljard tegenover 4,5 miljard)!
Voor Nederland loopt de globalisering van de economie voornamelijk via Duitsland, het enige land in Europa dat echt substantieel naar China exporteert. Het zijn de Nederlandse toeleveranciers aan de Duitse industrie die de globalisering in hun orderportefeuille terugvinden.

Wij verdienen ons geld niet in China, we geven het daar uit. Dus eigenlijk zouden wij niet China, maar zou China ons het hof moeten maken.

Voor Nederland vormt Europa, en daarbinnen Duitsland, de kern van zijn economisch belang. Een actieve Nederlandse Europese politiek is daarom gewenst. Daar lees ik echter weinig over. Een herbezinning op onze Europese politiek is echter dringend gewenst.

De Nederlandse politiek richt zich meer en meer op het smeden van wisselende coalities. Per vraagstuk wordt bekeken met welke landen het beste kan worden samengewerkt. Dit opportunistisch pragmatisme lijkt op het eerste oog winstgevend, maar is niet goed voor het creëren van duurzaam vertrouwen. Een beleid dat te veel is gericht op snelle kleine successen is al snel penny wise pound foolish.

Crisis
Juist in deze existentiële crisis is het van belang je knopen te tellen en na te gaan bij welke landen de Nederlandse belangen het best gediend zijn. De financiële crisis laat weer zien hoe belangrijk Duitsland voor ons is. We hebben het afgelopen decennium te weinig geïnvesteerd in het onderhouden en ontwikkelen van de banden met Duitsland. Deze waren immers vanzelfsprekend en probleemloos.

Dat geldt overigens niet alleen voor Rosenthals ministerie. Ook bij de Nederlandsche Bank, zo vertrouwde een medewerker me onlangs nog toe, is de gigantische kennis over en de nauwe betrekkingen die men van oudsher met de Duitse Bundesbank had, volledig verdampt. Dat komt in deze tijden slecht uit en is niet zo maar in te halen. Institutionele kennis en vertrouwensrelaties vergen een duurzame investering en permanent onderhoud.

Er is met niet alleen sprake van achterstallig onderhoud, de concurrentie om de aandacht van Berlijn is ook sterk toegenomen. Het is dus hard werken om goed zichtbaar te zijn. Veel werk voor ons diplomatieke corps dus.

Afhankelijkheid
Guy Verhofstadt pleitte in deze krant voor een onafhankelijker opstelling van Nederland tegenover Duitsland. In zijn ogen is eensgezindheid blijkbaar hetzelfde als afhankelijkheid. Het lijkt me dat in deze crisis politici er beter aan zouden doen om achter gesloten deuren tot zorgvuldig geformuleerde verklaringen te komen, dan elkaar in de pers met varianten om de oren te slaan.

Duitsland gaat met zijn economie globaal. Het zou graag zien dat het dit in Europees verband zou kunnen doen, maar laat zich niet afremmen wanneer andere landen het niet bij kunnen benen. Voor Nederland is het, net als vroeger, zaak om aan te haken. Naast politieke samenwerking is daarom een verdere integratie van de Nederlandse en Duitse economie en infrastructuur meer dan wenselijk.

Kortom, minister Rosenthal heeft gelijk dat het Nederlandse buitenlandse beleid herijkt dient te worden en dat we daarbij realistisch moeten kijken waar onze (economische) belangen liggen. Het follow the money-principe moet er echter niet toe leiden dat de focus op mogelijke nieuwe markten ten koste gaat van waar het geld echt wordt verdiend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.