Column Elma Drayer

Dubieuze ideeën verdwijnen niet door je vingers in je oren te stoppen

Elma Drayer.

De term bestond nog niet, de redenering al wel. In 2005 protesteerden geesteswetenschappers aan de Universiteit van Amsterdam tegen de komst van toenmalig VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali als spreekster bij de opening van het academisch jaar. ‘Wij vinden het een zeer beschamende vertoning dat het college van bestuur een omstreden politica op deze manier erkenning geeft’, schreven ze in een pamflet. ‘Een groot aantal moslimstudenten en medewerkers aan de UvA voelt zich in ieder geval door deze keuze niet gerepresenteerd.’ Er werd zelfs een heuse bijeenkomst belegd met voor-, maar vooral met tegenstanders van de politica.

Met dank aan het potsierlijke lingo dat overwaaide van de Amerikaanse campussen zou je dit een vroeg geval van no platforming kunnen noemen: de universiteit mag geen podium bieden aan sprekers met onwelgevallige en/of voor minderheden kwetsend geachte denkbeelden. In de Verenigde Staten nam het fenomeen zulke groteske vormen aan dat zelfs Barack Obama zich er herhaaldelijk over uitsprak. ‘Ik ben het er niet mee eens’, zei hij in een rede in 2015, ‘dat je als student gepamperd en beschermd moet worden tegen andermans standpunten.’ In een interview noemde hij tegenstanders de mond snoeren een ‘recept voor dogmatisme’. De president dacht niet dat je aldus veel effect sorteerde. ‘Goed burgerschap en activisme’, zei hij, ‘betekenen ook dat je luistert naar de andere kant en ervoor zorgt dat je in dialoog blijft. Alleen zo kan er iets veranderen.’

Onvermijdelijk infecteerde het virus de academische wereld in Europa. Of, zoals de Vlaamse filosofe Tinneke Beeckman eens schreef: ‘Wanneer Amerikaanse topuniversiteiten het spoor bijster raken, dreigen Europese instellingen uiteindelijk te volgen.’

Tegenwoordig hoeft er aan de Nederlandse universiteiten maar een spreker van rechtse signatuur op het programma te staan of er rijzen protesten. Soms eisen wetenschappers en studenten dat de organisatie naast de ‘omstreden’ redenaar een opponent uitnodigt, soms menen ze dat andersdenkende denkers überhaupt geen uitnodiging verdienen.

Dat eerste gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar oktober aan de UvA rond een optreden van de Canadese psycholoog Jordan Peterson. Vanwege zijn ‘conservatieve, patriarchale, antifeministische, antiklimaatwetenschappelijke, ‘politiek incorrecte wereldbeschouwing’ mocht hij volgens hen niet in zijn eentje op het podium staan.

Het tweede gebeurde deze week aan de Rijksuniversiteit Groningen. De Leidse rechtsgeleerde Paul Cliteur, tevens directeur van het wetenschappelijk bureau van Forum voor Democratie, spreekt daar binnenkort op de Nacht van de Filosofie. Docenten en studenten van de faculteit wijsbegeerte protesteerden met de welbekende argumenten. Volgens universiteitsblad UKrant beloofde decaan Lodi Nauta plechtig ‘om controversiële uitnodigingen in de toekomst transparanter en beter bespreekbaar te maken’. Je hoeft niet hoogbegaafd te zijn om te voorspellen wat die belofte in de praktijk zal betekenen.

Voor u me van het omgekeerde verdenkt (in dit leesblinde tijdsgewricht is per slot alles mogelijk): de bezorgdheid over de opkomst van Forum deel ik. Ik griezel van die uitspraak over de ondermijning ‘door onze universiteiten, onze journalisten, door de mensen die onze kunstsubsidies ontvangen, en die onze gebouwen ontwerpen’. Ik griezel van zo’n meldpunt voor linkse docenten. Bovenal griezel ik van de bruine randjes aan het gedachtengoed.

Maar dubieuze ideeën verdwijnen niet door je vingers in je oren te stoppen. Wie ze wil bestrijden, zal ze recht in het gelaat moeten zien – helemaal aan de academie. Het getuigt van karig geloof in de kracht van het eigen gedachtengoed als je dat niet aandurft.

Sowieso treft mij dit in de discussie die rond Forum is losgebarsten. Ik zie veel paniek, woede en opwinding. Ik zie te weinig zelfvertrouwen.

Goddank geldt dat niet voor iedereen. Woensdagmiddag liet de rector magnificus van de Rijksuniversiteit Groningen weten dat Cliteur nog steeds van harte welkom is. ‘Als ’t erop aankomt’, twitterde deze Elmer Sterken, ‘is het aan de academische gemeenschap om intellectuele vrijheid en diversiteit te beschermen.’

Goed zo, rector. Het komt erop aan. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.