Commentaar Drugscriminaliteit

Dubieuze activiteiten in de buurt gaan alle omwonenden aan

Bij de bestrijding van drugscriminaliteit is ook een taak voor de burger weggelegd.

Beeld Jack Brekelmans

Voor de meeste Nederlanders was drugscriminaliteit tot voor kort een verschijnsel buiten hun blikveld. Zij hoorden ervan als weer eens ‘een afrekening in het criminele circuit’ had plaatsgevonden of als op het Brabantse platteland een drugslaboratorium was ontmanteld. Maar voor henzelf was die drugscriminaliteit niet zichtbaar. En zij meenden er ook geen last van te hebben.

Ten onrechte. Want drugscriminaliteit is wijd verbreid en ze schaadt de hele samenleving. Dat veel Nederlanders zich daarvan onvoldoende bewust zijn, hangt wellicht ­samen met de welwillende houding die zij jarenlang hebben aangenomen tegen drugs en drugsgebruik. Inmiddels kan worden vastgesteld dat Nederland zich met die permissiviteit in de eigen voet heeft geschoten. De drugscriminaliteit heeft haar tentakels kunnen uitslaan naar de bovenwereld. Naar sportverenigingen, naar het bedrijfsleven en naar gewone woonwijken.

Drugsafval wordt op de openbare weg geloosd. De kruipruimte van het dorpshuis in het Zeeuwse dorp Krabbendijke deed dienst als hennepkwekerij. Garageboxen en doorzonwoningen zijn onderdeel van de florerende drugs­industrie. Liquidaties worden in de openbare ruimte uitgevoerd. Het stadhuis van Haarlem wordt door zwaar­bewapende politiemensen bewaakt sinds burgemeester Jos Wienen bedreigingen uit de onderwereld ontving. Tweederde van alle burgemeesters in de provincie Noord-Holland zegt weleens te zijn geïntimideerd of bedreigd.

Openbaar bestuurders

Dit hangt samen met de omstandigheid dat zij met bestuurlijke maatregelen – zoals sluiting van hennepkwekerijen en andere werkplaatsen van de schaduweconomie – sneller en effectiever tegen drugscriminelen kunnen optreden dan rechters, die pas na een uitgebreid justitieel onderzoek een tik kunnen uitdelen. Justitie en politie zouden dus beter moeten worden toegerust voor de bestrijding van drugscriminaliteit – al was het maar om openbaar bestuurders minder bloot te stellen aan criminele interventies. Het is echter de vraag wat met een ‘ondermijningsfonds’ van 100 miljoen euro kan worden uitgericht tegen een sector waarin 19 miljard euro zou omgaan.

Het tegengaan van het diffuse verschijnsel ‘ondermijning’ vergt ook betrokkenheid van de burger. Dezelfde burger die meent niet zo door drugscriminaliteit te worden geraakt. Waar de wijkagent vrijwel uit het straatbeeld is verdwenen, zou de burger meer gespitst moeten zijn op activiteiten in zijn omgeving waarvan hij weliswaar niet direct hinder ondervindt, maar die mogelijk toch aandacht van de politie rechtvaardigen. Hij moet zich over zijn schroom heen zetten om zich te bemoeien met dingen die hem niet zouden aangaan. Wie de politie attendeert op dubieuze activiteiten in zijn omgeving is geen verklikker maar neemt slechts zijn verantwoordelijkheid.

Tezelfdertijd moet worden gewaakt tegen uitvergroting of dramatisering van drugscriminaliteit. In hun verontrusting over dit verschijnsel hebben bestuurders en onderzoekers nogal eens de neiging om de 19 miljard in de ondergrondse economie niet als hypothese maar als een vaststaand gegeven te zien. Hun vrees voor infiltratie van de onderwereld in de bestuurlijke bovenwereld wordt niet als gevaar maar als feit gepresenteerd. Helaas kan de ernst van criminele ondermijning ook zonder dit soort speculaties voldoende worden aangetoond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden