Column Eva Posthuma de Boer

Drinkend, dansend en voor een nacht een ander: geen beter bal dan het Boekenbal

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers; elke twee weken een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. 

Er is geen aangenamer val dan carnaval, dichtte Toon Hermans voor het fotoboek Carnaval, waarin de carnavalsfoto’s zijn verzameld die mijn vader tussen 1959 en 1967 voor de Volkskrant maakte. Het boekje is niet meer verkrijgbaar bij de reguliere boekhandel, gelukkig hebben we er nog twee - het ene in de studio van mijn vader, het andere hier op mijn bureau. De resterende 1.498 exemplaren die ervan zijn gedrukt, zullen in boekenkasten staan, op zolders en in schuurtjes, bij kringloopwinkels en antiquariaten. Waar anders blijven boeken, vraag je je af.

Nou, dat weet ik toevallig. Een paar jaar nadat mijn eerste roman was verschenen, kreeg ik bericht van mijn uitgeverij. Bij het Centraal Boekhuis, de verzamelplaats van alle boeken die in Nederland worden uitgegeven, bleken nogal wat ‘restantexemplaren’ van mijn roman te staan. En de ruimte die ze innamen, die was duur. Ik mocht er zoveel opkopen als ik wilde, met korting. De rest zou worden vernietigd. Ja, vernietigd, ik las het goed. Ik wilde ze allemaal hebben. Gratis. Helaas ging dat niet. Dingen werken nu eenmaal volgens systemen, en als we ons niet aan de systemen houden, zijn de rapen natuurlijk gaar.

Het Boekenbal van 1965 Beeld Eddy Posthuma de Boer

Er is geen aangenamer val dan carnaval. Hermans was een van de elf schrijvers die een tekst leverden voor in het carnavalsboekje. De bijdrage van Bertus Aafjes was deze:

Een echte carnavalsvierder is op vastenavond een trekpop geworden. Zijn lichaam is een automatiek, het gehoorzaamt blindelings aan de geringste prikkel. Men zal zeggen: dat is onmenswaardig. Dat is het nu juist niet. Door de automatisering van het lichaam heeft het individu opgehouden te bestaan, maar is er iets zeer waardevols voor in de plaats gekomen. De mens is een bestanddeel geworden van de gemeenschap. Hij is met zijn medemensen versmolten tot een lichaam en een ziel. Hij heeft geen ik-bewustzijn meer maar een gemeenschapsbewustzijn. Daarom is carnaval van zulk een belang: het leert de mens weer een ander te zijn. De naaste. Heel een volk.

Gek genoeg - of niet - dacht ik bij het lezen van de tekst van Bertus Aafjes aan het Boekenbal, dat dit jaar vrij snel op carnaval volgt. Al die schrijvers die hopen gelezen te worden en vrezen vernietigd te worden, al die dolende zielen die op die ene avond ongemakkelijk opgedoft uit hun schrijversholen tevoorschijn komen en zich ineens tot elkaar moeten verhouden. Drinkend, dansend, voor een nacht een ander. De naaste. Heel een schrijversvolk. En de volgende dag gemeenschappelijk geveld door een carnavaleske kater. Geen beter bal dan het Boekenbal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden