Column Peter Buwalda

Drie dagen lang lijkt je huis op de slaapkamer van Martin Ros. Maar het moet.

We hebben een nieuwe boekenkast. Heeft Ron gemaakt, onze klusjesman. Je mag wel zeggen: in een oogwenk. Nog voor het middaguur hadden we er dertig schappen bij, nota bene precies in de stijl van de moederkast, een monster dat mijn vader ooit heeft getimmerd.

Hij is en blijft de Uderzo van de kast. Dat wil ik gezegd hebben. (Ik blijf het ingewikkeld vinden, een strip als Astérix die zomaar wordt voortgezet door wildvreemden. Maar goed, als dat mag en kan, dan mag en kan Ron ook wel een stukje kast aanbouwen. Dat zal mijn vader wel begrijpen.)

Wat Ron niet beseft, is hoe zijn moordende timmertempo zich verhoudt tot wat ik hier zoal zit uit te spoken, dagelijks. Welnu: tragisch.

Kijk, eerst heb je dus Ron, die glunderend ‘okidoki’ zegt als je hem vraagt een kast te bouwen, geen spoortje twijfel of tegenzin, nee, alleen maar voorpret, hout kopen, zagen, etc. Nadat Ron weer in zijn busje was vertrokken en wij verdwaasd achterbleven met de lege schappen, zei Jet: ‘Nou, succes met inruimen dan maar.’

Klopt, het is inderdaad mijn taakje. We eten geen vlees, moet u weten, dus zit ik op zondag, wanneer ouderwetse mannen hun vleesmessen hanteren, een beetje voor me uit te kijken. Toch klonk er geen monter ‘okidoki’ op. Het inruimen van 30 meter kast is drie dagen fulltime werk – ik overdrijf niet. Dit komt omdat de boeken in het moederschip op alfabetische volgorde staan, en strikt ook, kan ik wel zeggen. De nieuwe boeken moeten er her en der tussen worden gezet, wat betekent dat ik elk aanwezig exemplaar zal moeten oppakken en doorschuiven. Stoel op, stoel af, uren hurken en vloeken, waaraan vooraf gaat: meet- en rekenkunde. Omdat je na drie dagen zwoegen niet wilt eindigen met een gapend gat bij de a, of even erg, dat de zaak al voortijdig dichtslibt, al bij de e of zo, of al bij de f, of nog erger, bij de g, of nog erger, bij de h, of nog erger, bij de i, of nog erger: bij de j, moet ik tot op de millimeter nauwkeurig weten hoeveel nieuwe boeken we hebben gehamsterd.

Dus: stapeltjes maken, per letter, en die stapels opmeten met een duimstok, optellen in een kelnerblokje – pas dan kan het Grote Opschuiven beginnen. Ik weet het, drie dagen lang lijkt je huis op de slaapkamer van Martin Ros. Maar het moet.

Meestal hebben we het over een aanwas van 3, 4 meter. Boeken inslaan als een halvegare gaat weliswaar langzamer dan een kast timmeren – als je Ron heet, tenminste – toch gaat kopen nog bliksemsnel, eigenlijk. Zeker naast een vaak vergeten kant van het boek, voor velen de dark side ervan, namelijk: lezen.

Nee, denk er liever niet aan hoeveel leesschuld er op Rons razendsnelle schappen past. In het tempo dat onze pakketbezorger op gemiddelde weekdagen aanhoudt, staan ze over vijf jaar alweer mudvol. Uitgaande van… veertig werken van letterkunde per schap… zijn dat… twaalfhonderd boeken?

Dat is ruim dertig jaar leeswerk, Ron.

 Confronterend. Voor iedereen met twee ogen, maar zeker voor een schrijver. (Het writen van die krengen gaat trager dan God kan kantklossen, zoals Justus van Effen ooit schreef, ik meen aan Nicolaas Beets.)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden