Door vuurwerk toe te laten, maakt de Staat van Nederland een oorlogsgebied

Wij zijn gaan accepteren dat honderden fors gewonden normale randschade zijn

Het oudjaarsgeknal is een eendaagse oorlog waar de overheid verantwoordelijk voor is, vindt huisarts Raoul Hamers. Tijd voor een nieuw feest, zonder oorschade en doorspiesde ogen.

'We accepteren tientallen zwaar gewonden als normale randschade' Foto Marcel van den Bergh

Oudejaarsdag 2016 loop ik nabij het Scheepvaartmuseum. Uitgelaten sfeer. Tussen omstanders midden op straat en ook tussen kleinere groepjes op de stoep worden om 23 uur wellustig vuurpijlen en knalvuurwerk afgestoken. Met grote alertheid zie ik toeristen en Nederlanders om zich heen kijken en elkaar waarschuwen. 'Kijk uit', hoor ik, gevolgd door een oorverdovende knal bij mij in de buurt. Iedereen grijpt naar zijn oren. Waakzaam lopen we verder, weg van de zich ontladende jeugd, veelal mannen.

Een ijselijke schreeuw voorspelt niet veel goeds. Even later een ambulance. Een oorlogsslachtoffer met een uiteengereten hand wordt op een brancard gelegd.

Zo wennen wij langzamerhand aan de overweldigende onrust, de gevarenzones, de oorschade, afgerukte ledematen en doorspiesde ogen op Oudejaarsdag en Nieuwjaarsdag. Collateral damage. Ach, het zijn nu eenmaal de risico's die je neemt als je je op straat begeeft.

In 2007 volgde ik mijn huisartsenopleiding in Londen. Om 24 uur op 31 december dat jaar heb ik vanaf de Big Ben een overweldigend vuurwerk boven de Theems gezien. En vooral leuk was derelaxte sfeer op straat. Blije, onbezorgde gezichten, aandacht voor het spektakel, elkaar, de kinderen. Soms zoekend naar bekenden, maar niet naar de tekenen van naderend onheil.

In de psychiatrie kennen dokters een gevaarscriterium: een patiënt mag worden opgenomen als hij een gevaar voor zichzelf of een ander is. Of de vuurwerkaanstekers hieronder zouden moeten vallen is de vraag. Wel is het zo dat de overheid een gevaar is voor zichzelf of de ander. Immers, door vele honderden forse verwondingen bij burgers toe te staan, maakt zij Nederland tot oorlogsgebied. Een eendaagse oorlog, naast haar oorlog tegen IS.

Het gevaar voor de ander is ook duidelijk. De overheid staat dat gevaar toe, in plaats van haar burgers in bescherming te nemen. Wij zouden deze patiënt onder politiebegeleiding oppakken en opnemen; ter bezinning, lering. Het is dat de patiënt - de overheid - zeggenschap over de politie heeft.

Iedereen praat deze dagen over vrijheid en vrijheid van meningsuiting. Fundamentele waarden in een prachtig land. Hoe vrij mag een mens zich hier bewegen? We hebben hier in de praktijk paal en perk aangesteld. Nieuwe amendementen worden continu ingewilligd op basis van voortschrijdend inzicht. Soms moet je een kind uit liefde corrigeren. We weten hoe heilzaam dit is. Een kind dat niet meer tevreden is met een sierlijke vuurpijl, maar een doos met fors knalwerk wil. En vervolgens 100 euro in luttele seconden opstookt. Dat ogen en handen tegelijkertijd opbrandt. Mag het iets minder zijn?

Hoe fantastisch we het dus ook vinden om die pijl de lucht in te schieten, die oorlogszuchtige duizendklapper te doen ontvlammen - zo pijnlijk kwetsbaar zijn wij in deze verworven vrijheid. Wij zijn dan tegelijkertijd een gevaar voor onszelf en voor de ander. Wij zijn gaan accepteren dat honderden fors gewonden, waarvan tientallen zwaargewond aan handen en ogen, normale randschade zijn. En we accepteren dat er voor vele miljoenen aan materiële schade en immateriële schade (denk aan ziektedagen) wordt veroorzaakt.

Tegelijkertijd weten we dat dit een feest is! En om dat feest tot grote hoogten te laten klinken en zien, wordt het dus tijd lering uit het verleden te trekken en burgers in bescherming te nemen.

Daarom wordt het in 2018 tijd voor een nieuw feest, met professioneel, centraal georganiseerd vuurwerk. Grootser dan we gewend zijn. Vuurwerk waar we blij van worden en waarvoor we graag vrijelijk samen de straat op gaan om te genieten en te dansen. Dit brengt nieuwe impulsen, verwondering en nieuwsgierigheid met zich mee. Een nationaal feest, dat zelfs het grootste kind met een grote lach laat rondlopen.

Daarom iedereen, benen van de grond, en nu eens niet vanwege die gillende keukenmeid. Maar om te dansen en wellicht te sjansen. Een sprong uit de chaos, op naar een nieuwe feestdag.

Raoul Hamers is arts (en een bezorgde doch positief ingestelde burger).

Meer over