Opinie Globalisering

Door patriottisme tegenover nationalisme te plaatsen, probeerde Macron kool en geit te sparen

Bij de herdenking van het einde van de WO I maakte Macron een vreemd ­onderscheid. 

Angela Merkel en Emmanuel Macron bij de herdenking van de wapenstilstand die een eind maakte aan de Eerste Wereldoorlog op 10 november 1918 in Compiègne. Beeld Getty

‘Le nationalisme, c’est la guerre.’ De Franse president François Mitterrand wond er in 1995 geen doekjes om. Een jaar voor zijn overlijden hield hij in het Europees Parlement een emo­tionele toespraak waarin hij schetste hoe Europa door toedoen van nationalisme in oorlogen verzeild was geraakt. Een verenigd Europa was in zijn optiek de enige juiste weg voorwaarts.

Mitterrand was een staatshoofd van grote gebaren. Een van de meest memorabele was dat waarmee hij en de Duitse bondskanselier Helmut Kohl elkaar in 1984 bij de hand namen tijdens de herdenking van de Slag om Verdun.

De handdruk van de huidige Franse president Macron en bondskanselier Angela Merkel, afgelopen zaterdag tijdens de herdenking van het einde van de Eerste Wereldoorlog, stak er wat flets en bestudeerd bij af. En waar Mitterrand klare taal sprak over het gevaar van nationalisme, kwam zijn opvolger niet verder dan een schimmig woordenspel.

Door het patriottisme tegenover het nationalisme te plaatsen, ­probeerde Macron kool en geit te sparen. Enerzijds was het een tamelijk opzichte poging zich af te zetten tegen het ‘eigen land eerst’ waarmee toehoorders als Trump, Poetin en ­Erdogan thuis hoge ogen gooien. ­Tegelijkertijd trachtte hij het opkomende nationalisme binnen de ­afzonderlijke landen van een in naam verenigd Europa te bezweren. Nationalisme is fout, patriottisme is goed. Met die stelling leidt hij ons echter een doolhof van definities binnen, weg van de kern van het probleem.

De afgelopen anderhalf jaar, tijdens het schrijven van mijn boek Een verzonnen koninkrijk, heb ik me in patriottisme en nationalisme verdiept. Ik slaagde er niet in de twee te ontwarren. De termen natie en patria verwijzen respectievelijk naar geboortegrond en het land van onze voorvaderen. We hechten aan de plek waar we vandaan komen. In essentie is daar niets mis mee. In welke mate en vorm we die gevoelens uitdragen, is echter een kwestie van definities. Die komen erop neer dat nationalisme een aantal verschijningsvormen kent, waarvan het milde patriottisme en het harde chauvinisme de twee belangrijkste zijn. Daaruit volgt als vanzelf dat patriottisme nooit het tegendeel van nationalisme kan zijn: het is er onderdeel van.

Dergelijk gefröbel op de vierkante centimeter leidt nergens toe. Macron lijkt de termen te gebruiken omdat hij de olifant in de kamer niet wil benoemen. Die olifant heet globalisme. En dat globalisme is geen ideologie, geen samenzwering, maar een simpele realiteit. Vergelijk het met de vloed die opkomt. Je kunt forten bouwen en die tooien met vlaggen van de Europese Unie, van patriottisme, nationalisme, anti-EU, America First, populisme of antiglobalisme, maar ze zullen de vloed niet kunnen keren.

Onze wereld is klein, de technologie maakt haar nog kleiner. Dankzij het internet zijn we realtime op de hoogte van al het nieuws, overal. Grote vraagstukken op het gebied van economie, milieu en defensie kunnen we alleen nog op wereldschaal aanpakken.

De zakenwereld heeft dat al begrepen, de politiek hobbelt er ver achteraan. Internationale handel omzeilt gretig nationale wetgeving, maakt grote groepen tot slachtoffer van de globalisering. Dergelijke uitwassen vragen om een aanpak, om visie. De oplossing ligt niet in het ophogen van onze forten. Onze 19de-eeuwse natiestaten hebben afgedaan, gaan het niet houden tegen de vloed, en een goedbedoeld knutselwerkje van termen als nationalisme en patriottisme al helemaal niet.

Echt leiderschap is het benoemen van de feiten, erkennen dat de natiestaten failliet zijn. Als het erop aankomt, is de wereld onze geboorteplek, onze natie, ons patria. Of we het leuk vinden of niet, globalisme is een gegeven. Ware staatslieden kijken samen hoe ze ermee om kunnen gaan en raken niet verstikt in het doolhof van achterhaalde definities. 

Flip van Doorn is schrijver en ­journalist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.