Column Elma Drayer

Door het voorstel van Grapperhaus kunnen rechters doen wat ze horen te doen: de zwakken beschermen tegen de sterken

Niet toevallig moest ik dezer dagen terugdenken aan die zaak rond het 15-jarige meisje J. uit Nijmegen.

In december 2005 had zij seks met zes jongens in een flat te Geldrop. Ze durfde naar eigen zeggen niet te weigeren. Vijf van hen had ze nooit eerder ontmoet. De jongste was zestien, de oudste negentien. De eerste drie wachtten keurig op hun beurt, de laatste drie namen haar tegelijkertijd. Onderwijl maakte de initiatiefnemer een filmpje van de activiteiten. Toen hij zag dat ze huilde, maande hij het gezelschap te stoppen en stuurde haar onder de douche. Waarna hij haar nogmaals nam.

Meisje J. – volgens haar advocaat getraumatiseerd door wat ze had meegemaakt – vond in januari 2006 de moed om aangifte te doen. Een paar maanden later stonden de zes in Den Bosch voor de rechter. Het ging er niet om dat het meisje niet genoot van de seks, verklaarde een van hen. ‘Ze wist wat er ging gebeuren. We hebben niets tegen haar wil gedaan.’

De rechtbank oordeelde uiterst mild. De rechter noemde het weliswaar ‘zeer verwijtbaar’ en ‘zeer laakbaar’ dat het meisje niet expliciet om toestemming was gevraagd. Maar ze had zich niet luid en duidelijk genoeg verzet. Daarom was er wettelijk gezien geen sprake van verkrachting. Alleen de aanklacht ‘ontucht met een minderjarige’ werd gehonoreerd.

Met andere woorden: de tranen van meisje J. telden niet. Dat ze het geheel in haar eentje had moeten opnemen tegen zes oudere en ongetwijfeld sterkere jongens, hielp haar evenmin. Verkrachting mocht blijkbaar alleen verkrachting heten als de belaagde luidkeels protesteert. Ik weet nog hoe verbijsterd ik was over de uitspraak.

Inderdaad, dit alles speelde zich lang geleden af. Maar afgelopen februari sprak de rechtbank in Breda zes jongens uit Tilburg vrij van herhaalde groepsverkrachting van een zwakbegaafde vrouw – met exact hetzelfde argument. De rechter noemde het gedrag van de verdachten weliswaar ‘laakbaar’, maar achtte onvoldoende bewezen dat er sprake was geweest van dwang.

Des te groter mijn vreugde toen ik deze week de brief las die minister Ferd Grapperhaus van Justitie en Veiligheid woensdag naar de Tweede Kamer stuurde. Daarin stelt hij een aanscherping van het Wetboek van Strafrecht in het vooruitzicht. Voortaan zal in zedenzaken niet langer het criterium ‘dwang’ maar ‘handelen tegen de wil van het slachtoffer’ uitgangspunt zijn. ‘Een duidelijk ‘nee’ en/of afhoudende gebaren of bewegingen’, aldus de minister, ‘moeten reden zijn te stoppen. Als iemand ondanks de uitdrukkelijk kenbaar gemaakte onvrijwilligheid van de ander toch doorgaat met de seksuele handelingen dan is dat strafbaar handelen.’

Hoogste tijd, zou ik zeggen. Hoogste tijd dat onze wet erkent wat elk mens (m/v) allang weet: dat je in sexualibus de ander niet letterlijk hoeft te dwingen om toch te dwingen. En dat, omgekeerd, het ontbreken van openlijk verzet niet betekent dat je van harte instemt. Angst kent vele verschijningsvormen.

Vanzelfsprekend reageerden de landelijke zedenofficier en hulpverleners verheugd op Grapperhaus’ voorstel. Volgens hen doet dit de kans op veroordelingen toenemen. Even voorspelbaar repten advocaten van ‘symboolpolitiek’.

Daarmee dringt de wetgever onze slaapkamers binnen, zei strafrechtadvocaat Reynier Jonkers gisteren in Het Parool. Met het nieuwe wetsvoorstel, zei confrater Sidney Smeets tegen dezelfde krant, ‘wordt iedere man als potentiële dader of verkrachter gezien, tenzij hij achteraf kan bewijzen dat het met wederzijdse instemming is gebeurd’. Hij vond: ‘Er gebeuren weleens dingen die je niet fijn vindt. Daar kun je het over hebben en dan doe je dat de volgende keer anders. Strafrecht moet daar ver van wegblijven.’ Daarom voelt hij meer voor inzetten ‘op seksuele voorlichting en op hoe men met elkaar omgaat op seksueel gebied’.

Want? Dat zal ‘dingen die je niet fijn vindt’ de wereld uit helpen?

Meisje J. moet inmiddels een vrouw van tegen de dertig zijn. Hoe het haar is vergaan, ik heb geen idee. Maar wellicht hoopt ze voor hedendaagse meisjes J. wat ik ook hoop: dat Grapperhaus’ voorstel erdoor komt.

Zodat rechters eindelijk kunnen doen wat ze al veel eerder hadden moeten doen: de zwakken beschermen tegen de sterken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden