Door die warme krentenbol werd ik het verhaal van Kruimeltje binnengezogen

Sylvia Witteman.

Kruimeltje las ik voor het eerst toen ik nog heel jong was, waarschijnlijk een jaar of 6. De geschiedenis van een straatjochie, de verschoppeling met een goed hart, de in lompen gehulde bon sauvage maakte diepe indruk; alleen op een heel andere manier dan de schrijver  Chris van Abkoude  bedoeld had.

De boze ‘Vrouw Koster’, de brave reddende engel Wilkes, met zijn ‘komenijswinkeltje’ (pas gisteren ben ik er achter gekomen dat het woord ‘komenijs’ van ‘koopmans’ afstamt) de tragische heldin/wereldberoemde pianiste ‘Vera di Borboni’, de zijsprongen naar Amerika (‘de West’); het was allemaal even raadselachtig voor me. Ik had als kind eigenlijk vooral belangstelling voor lekker eten. Dat ik toch Kruimeltjes levensverhaal werd binnengezogen kwam dan ook door die weergaloze beginscène met die krentenbol.

‘‘D’r uit of ik trap je eruit!’ ‘Geef me ‘n krentebol’ smeekte het jongetje. Woedend stoof de dikke bakker op hem af en zou zeker de daad bij het woord gevoegd hebben als er niet een goedhartige juffrouw tussenbeide was gekomen. ‘Geef den stumper maar een krentebol, bakker, ik zal ’t wel betalen.’ De bakker keek haar verbaasd aan, scheen zich toen te bezinnen. ‘Niet noodig’, zei hij. ‘Voor ditmaal zal ik hem er een geven, maar warme krentebollen worden niet voor dat tuig gebakken.’’

Boze bakkers, goedhartige juffrouwen, ‘tuig’; het zei me allemaal niets. Maar krentenbollen kende ik. En dit was bovendien een wárme krentenbol, dat was al helemáál verrukkelijk. Dus las ik door, in zoet onbegrip van zaken als maatschappelijk onrecht, standsverschillen, ondervoeding en kinderverwaarlozing.

Even verderop in het boek gebeurt er iets vreselijks. Kruimeltje komt thuis bij de gemene vrouw Koster, en DIE PAKT HEM ZIJN KRENTENBOL AF. ‘‘Wat heb je daar in je zak... geef hier...’ ‘Nee dat geef ik niet’, schreeuwde Kruimeltje. ‘Dat is een krentebol, die ik van den bakker gekregen heb.’ ‘Geef dan dadelijk hier’ gilde het wijf. ‘Die lusten we hier ook wel, en jij kan wel weer nieuw halen’. Ze rukte den bol uit Kruimeltjes hand en begon hem smakelijk op te eten.’

Nou, ik was er kapot van. Dat harteloze afpakken van die krentenbol (waarna die arme Kruimeltje wegloopt, de barre sneeuwnacht in) was natuurlijk verschrikkelijk. Maar wat vooral aan me bleef knagen was de vraag: waarom had hij die krentenbol niet metéén opgegeten, toen die nog warm was? En dat was meteen ook mijn enige, schrale, troost: dat die gemene vrouw Koster tenminste een kóúde krentenbol had gegeten. Het gaf me de kracht om verder te lezen.

Die krentenbol blijkt zelfs een soort leitmotivje; later, als Kruimeltje weer een ándere bakker helpt bij het deegkneden (en zijn hond Moor een rat achterna zit, waarna beide dieren uiteraard vechtend in de deegbak terechtkomen) krijgt hij, als oprotpremie ‘een paar krentenbollen’. Een páár maar liefst! Dat maakte die tragische, afgepakte krentenbol in één keer goed. Of ze warm waren vermeldt de historie niet, maar ik had goede hoop van wél.

Ik las en herlas het boek, met als gevolg dat ik op school allerlei woorden verkeerd ging spellen, zoals ‘noodig’ en ‘den bakker’. De juf begreep er niets van, ik was toch zo’n goede leerling? En ík begreep, op mijn beurt, niet wat ik fout deed. Zo stond het toch in een boek?

Het is eigenlijk een draak van een boek, weet ik nu. Maar wel een heerlijke draak. En, heel gek: ik geef al 40 jaar niks meer om zoetigheid, maar een warme krentenbol kan ik nog steeds niet weerstaan. 

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden